Otto von Botenlauben

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Otto von Botenlauben in de Codex Manesse

Otto von Botenlauben of Botenlouben (Henneberg, 1177 - nabij Bad Kissingen, ca. 1245) was graaf van Henneberg vanaf 1206, was een Duits kruisvaarder en minnezanger.

Biografie[bewerken]

Otto von Botenlauben was een zoon van graaf Poppo VI van Henneberg en zijn vrouw Sophia, gravin van Andechs en makgravin van Istrië. In 1206 doopt hij zichzelf om van graaf van Henneberg naar graaf van Botenlauben, naar het kasteel Botenlauben in de buurt van Bad Kissingen. Van dat kasteel zijn tegenwoordig alleen nog maar de ruïnes over.

Van Otto's bestaan wordt voor het eerst melding van gemaakt wanneer hij zich in het gevolg bevindt van keizer Hendrik VI, tijdens diens campagne naar Italië. Daarna reist Otto door naar het Heilige Land waar hij een carrière weet op te bouwen in het koninkrijk Jeruzalem. Door zijn verworven reputatie trouwde hij met Beatrijs van Courtenay, dochter van seneschalk Jocelin III van Edessa. In 1220 verkocht hij zijn landerijen aan de Duitse Orde en keerde hij met zijn vrouw terug naar zijn thuisland, waar hij veel aan het koninklijk hof verbleef.

Otto en zijn vrouw waren samen verantwoordelijk voor de oprichting van het cisterciënzer klooster in Burkardroth. Zij liggen daar beiden begraven. Het klooster werd tijdens de Dertigjarige Oorlog vernietigd, maar hun grafstenen zijn bewaard gebleven.

Otto is ook een van de minnezangers die in de Codex Manesse aan bod komt. Zijn werken zijn echter beperkt waaronder enkele liefdesliedjes en een ballade.

Bronnen[bewerken]

  • Engelstalige Wikipedia