Oudnederlands vestingstelsel
Het Oudnederlandse Vestingstelsel is een aan de Nederlandse grondstoffen en landschappen aangepaste manier van het ontwerpen en bouwen van vestingwerken.
Inhoud |
Geschiedenis[bewerken]
Deze manier van bevestigen werd vooral gebruikt tijdens de 16e en de 17e eeuw en was bedoeld als verbetering van de Italiaanse manier van vestingbouw. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog waren veel steden nog verdedigd door middeleeuwse stenen muren die vaak ook nog eens zeer slecht onderhouden waren. Deze muren konden met geen mogelijkheid weerstand bieden aan modern vuurgeschut. De nieuwe Italiaanse manier van het bevestigen van steden, met meters dikke stenen muren met stenen, gekazematteerde bastions was echter veel te duur. De Nederlandse manier (nu 'oud'-Nederlandse manier) van vestingbouw bleek een goed en goedkoop alternatief.
De wallen en bastions waren geheel van aarde, omgeven door brede, natte grachten en konden de door de vijand afgevuurde kogels smoren, de bastions bevatten geen kazematten, de flanken van de bastions stonden loodrecht op de wallen en de bastions beschikken niet over orreillons (Met uitzondering van de vesting Willemstad).
Behalve dat deze manier van bevestigen in Nederland zeer effectief en populair bleek, was er ook in het buitenland zeer veel belangstelling voor de Nederlandse expertise op het gebied van vestingbouw. Zo waren steden als Hamburg, Kopenhagen, Oslo, Manchester en Plymouth voorzien van vestingwerken ontworpen door Nederlandse ingenieurs.
De uiteindelijke vorm van het Oudnederlands vestingstelsel is niet toe te schrijven aan een bepaald persoon maar toch wordt Simon Stevin beschouwd als degene die de ontwikkeling van dit vestingstelsel in gang zette. Adriaen Anthonisz is een belangrijk persoon voor wat betreft het perfectioneren van het Oudnederlands vestingstelsel en was verantwoordelijk voor het ontwerpen van de verdedigingswerken van talloze Nederlandse steden.
Na constant, door tal van vestingbouwers te zijn verbeterd, werd het Nederlands vestingstelsel definitief vervangen door het Nieuw Nederlands Vestingstelsel van Menno van Coehoorn.
Doorsnede[bewerken]
Op de doorsnede wordt zichtbaar wat wordt bedoeld met het Oudnederlands Vestingstelsel. Van links naar rechts; de belegeraar moest om de stad te naderen, eerst over het schootveld. De belegeraar stuit vervolgens op het Glacis, waar verdedigers buiten vuurbereik opgesteld staan. De gracht is dan de derde hindernis die genomen moest worden. De belegeraar stuit dan aan de stadszijde tegen een onderwal, waarachter ook weer een bedekte weg was. Als laatste hindernis tenslotte de hoofdwal.
- (A) - Schootsveld
- (B) - Glacis
- (C) - Bedekte weg
- (D) - Gracht
- (E) - Onderwal
- (F) - Hoofdwal
- (G) - Courtine
- (H) - Terreplein
Voorbeelden[bewerken]
Intacte voorbeelden van volgens het Oudnederlands Vestingstelsel verdedigde steden zijn: Heusden, Dokkum, Brielle, Hulst, Sluis, Bourtange, Weesp, Woudrichem, Nieuwpoort en Retranchement.
Een omschrijving van de hier genoemde onderdelen van een vesting kan men vinden op de lijst van vaktermen in de vestingbouwkunde.
Zie ook[bewerken]
- Vesting
- Lijst van Nederlandse vestingsteden en versterkte steden
- Lijst van Belgische vestingsteden en versterkte steden