Oudemanhuispoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Oudemanhuispoort is een gebouwencomplex in Amsterdam, tussen het Spui en het Waterlooplein. Het is een van de hoofdlocaties van de Universiteit van Amsterdam. Oorspronkelijk werd het gebruikt als bejaardentehuis voor mannen.

Oudemanhuispoort, binnenplantsoen met beeld van Minerva
Oudemanhuispoort, poort bij de Kloveniersburgwal Amsterdam, rond 1900
De gang met winkelkasten.

Eerste bestemming[bewerken]

De doorgang van de poort die van de Oudezijds Achterburgwal naar de Kloveniersburgwal loopt, dateert ongeveer uit 1601, toen het complex als Oudemannen- en vrouwengasthuis verrees. In 1602 verhuisden 45 arme oude mannen en vrouwen van hun oude bestemming aan de Nieuwe Zijde in gezelschap van 55 andere lotgenoten naar het nieuwe gebouw. Tussen 1754 en 1757 werd het complex onder leiding van architect G.F. Maybaum verbouwd.[1] In 1786 kreeg de doorgang aan weerskanten zijn huidige opmerkelijke poortjes.

De winkelkasten[bewerken]

De winkelkasten werden reeds in 1757 in gebruik genomen door handelaren in goud, zilver, boeken, galanterieën en andere zaken. Zij vormden een onderdeel van het Oudemannen- en vrouwengasthuis, dat de toen achttien aanwezige kasten aan deze kooplieden verhuurde. Omstreeks 1830 kwam die handel in de Oudemanhuispoort in verval en werd een drietal winkelkasten in gebruik genomen als slaapplaatsen voor dienstboden van het Gasthuis. Van 1836 tot 1870 had de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten een vestiging in het complex; daarna van 1870 tot 1875 de Rijksacademie. Ook het Museum Van der Hoop was van 1855 tot 1885 in de achterzalen van de Koninklijke Akademie gevestigd.

Universiteit van Amsterdam[bewerken]

In 1880 werden de gebouwen in gebruik genomen door de Universiteit van Amsterdam. Op het binnenplein dat grenst aan de ingang in het midden van de Poort, werd in 1881 een borstbeeld van Minerva geplaatst, in het middenperk van het plantsoen. De aula werd op 25 november 1891 aan het complex toegevoegd.

In 1920 begon een ingrijpende verbouwing van een deel van de gebouwen. In 1927 kwam een nieuw gebouw voor de universiteit gereed, ontworpen door P.L. Marnette, dit deel van het complex dat onder meer collegezalen bevat is toegankelijk vanuit het binnenplein. Met name de nieuwe gevel aan de Kloveniersburgwal vertoont kenmerken van de Amsterdamse School (bouwstijl) en heeft aan dit deel de bijnaam "de schaats" opgeleverd.[2]

Sinds 1960 is het gebouw grondig gerenoveerd onder leiding van de architecten J. Leupen en H. in 't Hoen. Er werden onder andere nieuwe collegezalen toegevoegd, waarvoor de aula uit 1877 werd gesloopt. Daarbij werd het beeld van de godin Pallas Athena verplaatst van een nis in de aula naar de grote hal. In 1998 werd er door de architect Francine Houben, van Mecanoo, een masterplan gemaakt voor toekomstig gebruik.[1]

Tijdens een verbouwing in 1979 van het Binnengasthuiscomplex en de Universiteit van Amsterdam, werd winkelkast no. 6 uitgebroken om als aparte doorgang te dienen tussen de ingang van het universiteitscomplex en het terrein van het voormalige Binnengasthuis, zodat nu nog veertien winkelkasten in gebruik zijn.

Faculteiten[bewerken]

In de Oudemanhuispoort bevinden zich onder andere de faculteiten rechten en sociale wetenschappen, en de afdeling wijsbegeerte. Anno 2008 is het gebouw slechts een van de belangrijke locaties. De UvA heeft vestigingen verspreid over de stad. Andere complexen zijn het Roeterseiland, het Science Park Amsterdam in de Watergraafsmeer, het P.C. Hoofthuis, het Bungehuis en de Universiteitsbibliotheek aan het Singel.

Boekenmarkt[bewerken]

In het openbare deel van de Oudemanhuispoort is een dagelijkse boekenmarkt. Deze markt is ontstaan in 1879 toen een destijds op de Botermarkt (nu Rembrandtplein) gevestigde boekenmarkt werd opgedoekt en de betrokken boekhandelaren een plaats in de Oudemanhuispoort konden krijgen. Zij namen hun intrek in de vijftien zogenaamde winkelkasten.

Joodse boekhandelaren[bewerken]

Tot 1941 werd de handel in boeken voornamelijk door joodse boekhandelaren gedreven. Daaronder waren bekende namen zoals: Barend Boekman (1869-1942), Emanuel de Wolff (1867-1934), Juda Emmering (1879-1934), David Blok (1821-1904), Jacob Mossel (1852-1916), Mordechai “Markie” Lobo (1826-1899), de Van Kollems en Barend Frank (1869-1943). Na 1941 werd het de joodse handelaren geleidelijk aan onmogelijk om hun handel voort te zetten en werden ze afgevoerd naar Westerbork en later in de Duitse concentratiekampen om het leven gebracht. Alleen Betsy en Jacques van Kollem overleefden de oorlog en kwamen daarna weer een aantal jaren terug in de Poort. De andere winkelkasten in de Poort kwamen toen in andere handen.

Hendrik Pfann[bewerken]

In het open gedeelte van de Poort, aan de kant van de Oudezijds Achterburgwal, vestigde zich in 1924, in de daar aanwezige winkelruimte, de befaamde antiquaar Hendrik Daniël Pfann (1889-1957) met zijn boekhandel “In ’t Oude Boeckhuys”. Hij was een flamboyante figuur, uitgedost in zijn fluwelen jas en met grote zwarte hoed op, die van de verkoop van ieder boek en elke prent een heel toneelspel maakte. Omstreeks 1919 was hij met een boekenkraampje op het Amstelveld begonnen, vervolgens op de Nieuwmarkt en daarna op het Waterlooplein. Na zijn dood in 1957 werd hij in de Poort opgevolgd door zijn zoon Hendrik Daniël Pfann de tweede (1911-1974), die van daaruit een uitgebreid boekenimperium in Nederland zou vestigen, onder andere in Haarlem, Hilversum, Den Haag en Apeldoorn. Zijn hoofdvestiging was later op de hoek van het Spui en het Rokin in Amsterdam. Na de dood van deze Hendrik Pfann in 1974 ging de handel nog een tijdje door onder leiding van de derde generatie, ook natuurlijk weer een Hendrik Daniël Pfann, die rond 1980 nog enkele jaren in de oude vestiging in de Poort heeft gewerkt, waar hij naast zijn antiquariaat ook nog een winkelkast in de Poort had. Henk Pfann overleed op 29 augustus 2006 op 66-jarige leeftijd aan een hartinfarct. Hij werd op 4 september 2006 begraven op begraafplaats Rustoord te Diemen.

Scharenslijpers[bewerken]

Van 1877 tot begin jaren zeventig waren er, naast de boekhandelaren, ook Italiaanse scharenslijpers gevestigd in de Oudemanhuispoort. Eerst Clemente Frizzi (1877), later zijn broer Raimondo Frizzi (1891). Clemente Frizzi is in 1895 teruggekeerd naar Massimeno, Italië. Hun broer Fiorino heeft het bedrijf voortgezet. Door diens overlijden is het bedrijf nagelaten aan zijn neef Pietro Albino Cozzini (Pietro, 1868-1928). In 1928 heeft zijn zoon Albino Giovachino Cozzini (Bino, 1904-1984) de elektrische slijperij in kast 6 (thans een doorgang) voortgezet, hij sleep scharen, messen en schaatsen.

Literatuur;[bewerken]

  • Jurjen Vis; De Poort, de Oudemanhuispoort en haar gebruikers 1602-2002. Boom Amsterdam 2002. ISBN 90 5352 845 8

Bronverwijzingen[bewerken]

  1. a b Architectenweb: Oudemanhuispoort
  2. Informatie over rijksmonumentnummer 518456