Oudste bewoners van Amerika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veel theorieën gaan ervan uit dat indianen via de Beringstraat in Amerika terecht zijn gekomen

Al sinds de ontdekking van Amerika heeft men zich afgevraagd wie de oudste bewoners van Amerika zijn, oftewel waar de indianen vandaan zijn gekomen. Hoewel er veel verschillende theorieën zijn, is er in de wetenschappelijke gemeenschap geen overeenstemming over het antwoord. De eerste inwoners van Amerika worden ook wel paleo-indianen genoemd.

Historisch overzicht[bewerken]

Atlantiërs en Israëlieten[bewerken]

De eerste Europese kolonisatoren zaten met een probleem toen zij ontdekten dat Amerika bewoond was: dit volk werd namelijk niet genoemd in de Bijbel. De eerste theorieën waren dan ook vaak religieus en mythologisch van aard. Vaak werd wel verondersteld dat de indianen een van de verloren stammen van Israël waren, of de overlevenden van Atlantis. Daar de stammen van Israël in 721 v.Chr. Babylon hadden verlaten moest de komst van de indianen in Amerika in die tijd gezocht worden, of zeker niet later dan 500 v.Chr. Vaak hadden theorieën uit die tijd een sterk racistische component: de indianen zelf werden niet bekwaam genoeg geacht hoogstaande beschavingen als die van de Maya's te kunnen scheppen, die dan wel gesticht moesten zijn door westerse bezoekers. Dit is een component die in sommige pseudowetenschappelijke theorieën over de oorsprong van de indianen nog steeds niet geheel is verdwenen. De Mormonen geloven nog steeds dat indianen afstammelingen zijn van de Israëlieten. Meer idealistisch ingestelde onderzoekers meenden zelfs dat de indianen de zondeval niet hadden meegemaakt (de eerste indianen die Christoffel Columbus ontmoette waren immers naakt) en daarom rechtstreeks uit het Paradijs afkomstig waren.

Beringia en Clovis[bewerken]

In de 19e eeuw werd voor het eerst wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorsprong van de indianen. Archeologisch onderzoek maakte duidelijk dat Amerika al ver voor 500 v.Chr. bewoond werd. De Tsjechische Amerikaan Aleš Hrdlička was in het begin van de 20e eeuw een van de eersten die veronderstelde dat de indianen via de Beringstraat naar Amerika waren getrokken. Desalniettemin was Hrdlička van mening dat de menselijke bewoning in Amerika niet ouder kon zijn dan een paar duizend jaar. In 1876 had de medicus en amateur-archeoloog Charles Abbott in Delaware al werktuigen aangetroffen waarvan hij de ouderdom op 10.000 jaar schatte. Deze vondsten werden aanvankelijk door Hrdlička en zijn medestanders verworpen.

Pijlpunt van de Cloviscultuur uit Nicaragua

Ontdekkingen in Folsom in 1908 en Clovis in 1932 maakten duidelijk dat de ouderdom van de menselijke bewoning in Amerika dichter bij Abbotts dan bij Hrdlička's veronderstellingen paste. Met de uitvinding van de radiokoolstofdatering werd duidelijk dat de pijlpunten die in Clovis waren ontdekt 12.900 tot 13.500 jaar geleden vervaardigd waren. Artefacten met een vergelijkbaar uiterlijk en vervaardigingswijze waren op andere plekken in het Amerikaanse continent aangetroffen, en deze cultuur werd de Cloviscultuur genoemd. Tegelijkertijd toonde onderzoek van Vance Heynes uit 1967 aan dat in de tijd direct voorafgaand aan de Cloviscultuur Amerika en Azië nog via de Beringlandbrug verbonden waren, terwijl het ijsveld dat het westen van Canada tijdens de IJstijd bedekte uiteen was geweken, waardoor het mogelijk was naar het zuiden van het continent te trekken. Drie jaar later werd door de Canadese paleontoloog Paul Martin nog de theorie van de overkill gepubliceerd. Deze theorie stelde dat kort na het ontstaan van de Cloviscultuur vele grote diersoorten uitstierven, vermoedelijk veroorzaakt door overbejaging na de komst van de paleo-indianen. Na deze ontdekkingen werd de Clovistheorie de algemeen geaccepteerde theorie onder antropologen en historici.

Problemen met Clovis[bewerken]

In de afgelopen decennia is de Clovistheorie op de tocht komen te staan, en wordt deze niet meer algemeen geaccepteerd. Kritiek richt zich onder andere op de bewering dat de Laurentinische IJsvlakte 12.000 jaar geleden open zou zijn, waardoor paleo-indianen Amerika in konden trekken. Recent onderzoek toont aan dat dit mogelijk niet het geval is geweest. Ook worden er vraagtekens gesteld bij de theorie van overkill, en zouden de meeste grote dieren al eerder dan werd aangenomen zijn uitgestorven.

Een groter probleem met Clovis is echter dat er verschillende archeologische locaties zijn gevonden van oudere datum dan Clovis. Onder andere in Topper in de Verenigde Staten, Pedra Furada in Brazilië en Tlacapoya in Mexico zijn opgravingen gedaan waarvan vermoed wordt dat ze veel ouder zijn dan Clovis. Deze drie voorbeelden zijn omstreden, maar in 1997 werd duidelijk dat in Monte Verde in Chili een opgraving is gedaan die ontegenzeggelijk ouder was dan Clovis, en wel zo'n 1000 jaar.

Alternatieven voor Clovis[bewerken]

Sinds de Clovistheorie goeddeels uit de gratie is ligt de wetenschappelijke discussie weer open, en zijn er verschillende theorieën die met elkaar wedijveren. De meeste theorieën gaan uit van een ouderdom van 13.000 tot 40.000 jaar. Verschillende DNA-onderzoeken lijken te suggereren dat indianen een gemeenschappelijke voorgeschiedenis hebben van 22.000 tot 34.000 jaar, een marge die overeen lijkt te komen met een ouderdom die gesuggereerd wordt door de taalkundige verscheidenheid van de Amerikaanse indianen. De oudste archeologische vondsten die door sommige serieuze archeologen worden geaccepteerd dateren van 50.000 jaar geleden. Hoewel er schrijvers zijn die beweren dat de oudste vondsten honderdduizenden jaren oud zijn, wordt dit door de wetenschappelijke gemeenschap niet geaccepteerd.

Verder wordt er soms ook rekening mee gehouden dat indianen in verschillende golven naar het Amerikaanse continent zijn gekomen. Theorieën die uitgaan van meer migratiegolven liggen politiek gevoelig. Tegelijkertijd nemen veel indianen aanstoot aan de suggestie dat zij oudere bewoners van het continent zouden hebben uitgeroeid (terwijl het natuurlijk ook mogelijk is dat oudere bewoners zich met de nieuwkomers vermengd hebben).

Met betrekking tot de Eskimo's wordt algemeen geaccepteerd dat zij veel later naar het Amerikaanse continent migreerden, ongeveer rond het begin van de jaartelling, maar zij worden in de regel dan ook niet tot de indianen gerekend. Verschillende wetenschappers hebben geponeerd dat de Noord-Amerikaanse indianenvolkeren die de Na-Denétalen spreken later naar de Amerika's geëmigreerd zijn dan de andere indianen. In 2008 werd op een congres van experts van de Jenisejische talen uit Siberië en de Na-Denétalen uit Noord-Amerika met vrij grote zekerheid vastgesteld dat beide families verwant zijn in de Dené-Jenisejische taalfamilie, hetgeen de hypothese van meerdere golven lijkt te bevestigen.

Beringstraat over zee[bewerken]

Volgens een van de populairste theorieën zou Amerika inderdaad gekoloniseerd zijn via de Beringstraat, maar dan met bootjes over zee. Dit lijkt gesteund te worden door veel van de oudste vindplaatsen die erop wijzen dat het dieet van de paleo-indianen grotendeels uit vis bestond, en uit het feit dat de meeste oude vindplaatsen in het noorden van het continent liggen (hoewel Monte Verde juist helemaal in het zuiden ligt). De voorvaders van de indianen die uiteindelijk naar het Amerikaanse continent zijn overgestoken, lijken hierdoor vooralsnog uit Centraal-Azië te komen, volgens Ethel Stewart[1]. Ook lijken genetische onderzoeken aan te tonen dat Amerikaanse indianen en de inwoners van Siberië verwant zijn. Een van de genetische onderzoekers, te weten Brent Kennedy, heeft dan ook via DNA-onderzoek aangetoond dat er overeenkomsten zijn tussen volkeren in Centraal-Azië (zoals Jakoeten, Kazachen en Oeigoeren) en de Indiaanse stammen in Amerika (zoals Melungeon-indianen)[2]. Ook worden de Ainu uit Japan wegens hun gelaatstrekken wel gezien als verwant aan de Amerikaanse indianen, alhoewel Brent Kennedy [1] en Ethel Stewart hebben aangetoond dat er een zekere DNA-link bestaat tussen Eskimo's, indianen en Aziatische volkeren.

Het grootste probleem van deze theorie is dat archeologische bewijzen geheel ontbreken en het, gezien de stijging van de zeespiegel sinds de ijstijd, ook niet waarschijnlijk is dat zulke bewijzen ooit worden gevonden.

Europa[bewerken]

Volgens de archeologen Dennis Stanford en Bruce Bradley zijn de eerste indianen vanuit Europa met boten (waarschijnlijk de rand van de ijskap volgend) naar Amerika gekomen. Zij baseren hun theorie grotendeels op de overeenkomsten tussen de Cloviscultuur en de Solutréencultuur uit de Europese prehistorie. Genetisch onderzoek lijkt overeenkomsten tussen de Ojibwa en Europeanen te suggereren, hoewel critici hun vraagtekens stellen bij dit onderzoek.

Een DNA-onderzoek van een skelet uit de Siberische Malta-Boeretcultuur van zo'n 24.000 jaar oud bracht sterke overeenkomsten met indianen aan het licht met voorouders uit Europa of West-Azië. De ontdekking deed suggereren dat circa een derde van de indianen Europese of West-Aziatische roots heeft; de rest zou dan uit Oost-Azië komen.[3] [4]

Greenberg[bewerken]

Een bekende theorie is afkomstig van de Amerikaanse taalkundige Joseph Greenberg. Greenberg poneerde op basis van taalkundige vergelijkingen de stelling dat indianen in drie golven naar Amerika zijn getrokken, overeenkomstig drie taalfamilies: de Eskimo's en Aleoeten zouden het recentst zijn, daarna de Na-Dené-volkeren (wat aansluit op de theorie van Ethel Stewart), en de overige indianen, die hij Amerindiërs noemt, zouden het oudst zijn. Het idee dat de Eskimo's en Aleoeten later zijn gekomen (rond het begin van de jaartelling) wordt door de wetenschappelijke gemeenschap geaccepteerd, maar de andere twee golven worden niet algemeen geaccepteerd. Kritiek richt zich vooral op Greenbergs vergelijkende methode, critici wijzen erop dat veel overeenkomsten tussen Indiaanse talen waarschijnlijk toevallig zijn of door ontlening zijn ontstaan.

Polynesië[bewerken]

Wijzend op de buitengewone zeevaartkunsten van de Polynesiërs hebben sommige theoretici verondersteld dat Amerika vanuit Oceanië is gekoloniseerd. De schedelvormen van de oudste indianen lijken een overeenkomst met Polynesiërs, Melanesiërs of misschien zelfs Aboriginals te hebben.

Grootste probleem van deze theorie is dat de chronologie lastig te rijmen is: de meest oostelijke eilanden van de Grote Oceaan zijn pas na het begin van de jaartelling door Polynesiërs gekoloniseerd, duizenden jaren na de eerste bewijzen van bewoning in Amerika. Sommigen proberen dit argument te ondervangen door te wijzen op de mogelijkheid dat de eerste indianen via Antarctica (!) naar Amerika zijn gereisd. Verder worden schedelmetingen over het algemeen niet meer als wetenschappelijk verantwoord gezien. Recent poneerden enkele onderzoekers de stelling dat de kip vanuit Polynesië in Amerika is gearriveerd, vóór Columbus[5]. Lang voor deze tijd waren er echter al menselijke bewoners van Zuid-Amerika.

Heyerdahl[bewerken]

Heyerdahl voer met een vlot gebouwd met technieken uit de tijd van de Farao's naar Amerika. Zijn bevindingen worden door wetenschappers echter afgewezen.

De Noor Thor Heyerdahl heeft met verschillende expedities over o.a. de Atlantische Oceaan gebruikmakend van vlotten/schepen naar prehistorisch model (het bekendst is de Kon-Tiki) willen aantonen dat het rechtstreeks oversteken van een oceaan ook in prehistorische tijden een reële optie was. Hij stak met zijn vlot over van Peru naar Polynesië. De meeste archeologen nemen zijn bevindingen niet serieus.

Pseudowetenschappelijke theorieën[bewerken]

Verder is er nog een grote verzameling aan pseudowetenschappelijke theorieën. Zo beweert Erich von Däniken dat de eerste indianen beïnvloed zijn door buitenaardse wezens, en zijn er ook schrijvers die vast blijven houden aan Atlantis of aan een millennia-oude wereldwijde beschaving die door een wereldwijde vloed ten onder zou zijn gegaan. Ook zijn er verschillende nationalistische schrijvers die van mening zijn dat indianen eigenlijk Berbers of Hindoes zijn. Een groot probleem met dergelijke theorieën is naast gebrek aan bewijs vaak het feit dat de chronologie niet klopt: veel culturen die in zulke theorieën verondersteld worden Amerika gekoloniseerd te hebben zijn recenter dan de oudste vondsten in Amerika. Verder zijn ook de theorieën van de mormonen in deze context noemenswaardig.

Referenties[bewerken]

  1. Ethel G. Stewart et al., The Dene and Na-Dene Indian Migrations 1233 AD. ISBN 1880820013
  2. Brent Kennedy et al., Melungeons. ISBN 9758020110
  3. Balter, M., 2013. Ancient DNA Links Native Americans With Europe. Science 342(6157): 409-410. DOI:10.1126/science.342.6157.409
  4. Upper Palaeolithic Siberian genome reveals dual ancestry of Native Americans
  5. Alice A. Storey et al., Radiocarbon and DNA evidence for a pre-Columbian introduction of Polynesian chickens to Chile. PNAS 2007 104: 10335-10339;