Oujda
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
| Regio | Oriental | ||
| Provincie | Oujda-Angad | ||
| Coördinaten | 34°40'N 1°54'W | ||
|
|
|||
| Inwoners (2004[2]) | 400.738[1] | ||
|
|||
Oujda (وجدة) is een stad in het noordoosten van Marokko en achtste stad van het land. De stad ligt ongeveer vijftien kilometer ten westen van de Algerijnse grens en ongeveer zestig kilometer ten zuiden van de Middellandse Zeekust. De stad heeft 400.738 inwoners (2004[2]). Oujda is een belangrijk spoorwegknooppunt en heeft een grote landbouwmarkt. Tevens ligt er nabij de stad een internationale luchthaven, Oujda-Angad. Oujda telt de meeste moskeeën van Marokko. Oujda is onder andere bekend vanwege de twee grote poorten naar de oude binnenstad: Bab Sidi Abdel-Wahhab en Bab Al-Gharbi.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
De stad is in 994 gesticht door Ziri ibn Atiyya[3][4], de Maghrawaden koning van de Zenata Berberstammen. Ibn Atiyya vond het westelijk gelegen Fez niet geschikt als hoofdstad en besloot een nieuwe te bouwen, in het door zijn Zenata-stammen bevolkte oostelijk Marokko. Van 994 tot 997 was Oujda de hoofdstad van zijn Marokkaanse rijk. In 1048 werd de stad uitgebreid door de Almoraviden. De Almohaden sultan Abou Youssef herbouwde de stad in de 12e eeuw.
Tussen de 13e en 15e eeuw werd de stad bevochten door twee dynastieen: de Meriniden van Fez en de Zianiden van Tlemcen. In 1297 werd de stad door de Meriniden herbouwd en als basis gebruikt voor de verovering van het huidige Algerije: de sultan Abu Yaqub bouwde er een paleis, een citadel en een nieuwe moskee (de Jamaa Lakbir, dat nog steeds staat en als oudste moskee van Oujda geldt). Het was in deze periode dat de stad enige mate van strategisch belang kreeg, als gevolg van haar ligging tussen de twee staten.
De langurige strijd tussen de koningen van Fez en Tlemcen, zorgde ervoor dat de stad in de 16e eeuw in verval was geraakt. De oude inwoners hadden Oujda verlaten, waarna Banu Hilal Arabieren zich daar hadden gevestigd. Halverwege de 16e eeuw schreef Leo Africanus dat de stad nog maar 1500 families bevatte. De inwoners betaalden volgens hem belasting aan zowel de Zianiden als aan Arabische bedoeïenen, en leidden een moeilijk leven.[4]
Halverwege de 16e eeuw werd het veroverd door de Saadis. De stad werd vanaf de 16e eeuw opgeëist door de Ottomaanse Turken en werd verschillende malen voor korte duur door hun bezet. In 1859 werd het veroverd door de Fransen. Aan het begin van de 20e eeuw had de stad een populatie van ongeveer 30.000 mensen, van wie de helft Europees was. In de maand juni van 1948, een maand na het uitroepen van de staat Israel, was Oujda het toneel van een pogrom tegen de Joodse bevolking van de stad.
Bevolking [bewerken]
De huidige bevolking van Oujda bestaat hoofdzakelijk uit de stammen Ahl Angad (Arabisch: أهل أنكاد), Mhaya (Arabisch: المهاية), Zkara (Arabisch: الزكارة) en Beni Snassen (Arabisch: بني يزناسن), waarbij de eerste twee genoemde stammen Hilali Arabieren zijn. Ook stammen uit andere gebieden van Oost-Marokko zijn in Oujda te vinden, bijvoorbeeld Beni Bouzeggou (Arabisch: بني بوزكو) en Ech-Chej'a (Arabisch: الشجعة) uit El-Aioun, Beni Yaala (Arabisch: بني يعلى) en Beni Mathar (Arabisch: بني مطهر) uit Jerada. Verder bestaat een groot deel van de bevolking in Oujda, net als bij de meeste grote Marokkaanse steden, uit migranten. Veel van deze migranten komen uit Taza en het Rifgebergte. Bovendien hebben er ook veel Algerijnse migranten zich in Oujda gevestigd, vooral omdat Oujda dicht bij de grens met Algerije ligt. Rai-muziek is een begrip in Oujda overgewaaid vanuit Oran vroeg in de jaren 80.
De voertaal in Oujda is het Arabisch. De inwoners van Oujda spreken een Hilali (bedoeïne) vorm van het Arabisch, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Fes en Tetouan waar de Andalusische (stedelijke) vorm van het Arabisch overheerst. Het Arabische dialect van Oujda en de rest van Oost-Marokko onderscheidt zich verder van de overige dialecten in Marokko doordat het zeer veel gelijkenis vertoont met het Algerijnse dialect en dan met name dat van Oran.
Geboren [bewerken]
- Abdelaziz Bouteflika (1937), president van Algerije
- Nathalie Delon (1941), Frans actrice
- Gérard Soler (1954), Frans voetballer
- Hafid Bouazza (1970), Marokkaans-Nederlands schrijver
Externe links [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |