Ovariumcarcinoom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Ovariumcarcinoom[1] of eierstokkanker[1] is een kwaadaardige aandoening van de eierstok en komt in Nederland niet frequent voor. Jaarlijks krijgen 7 op de 100.000 vrouwen deze vorm van kanker (ongeveer 1100 nieuwe gevallen per jaar). De prognose van deze tumor is slecht, jaarlijks overlijden er in Nederland ongeveer 950 vrouwen aan de gevolgen van deze vorm van kanker.[bron?]

Kenmerken[bewerken]

Klachten van het ovariumcarcinoom blijven lang onopgemerkt door het ontbreken van zenuwweefsel in het kleine bekken. Vaak krijgen vrouwen postmenopauzaal bloedverlies of buikklachten. Door uitzaaiingen in de longholte ontstaat soms benauwdheid. Niet zelden is er een uitgebreid uitzaaiingsproces in de buik bij presentatie in het ziekenhuis.

Oorzaken[bewerken]

Over de risicofactoren van het ovariumcarcinoom is nog weinig bekend. Het gebruik van de pil (orale anticonceptiva) en zwangerschap verlagen het risico op deze vorm van kanker. Wanneer in de familie borstkanker of ovariumcarcinoom voorkomt, is het risico op ovariumcarcinoom hoger. Vaak kan er dan een mutatie van het BRCA1- of BRCA2-gen worden gevonden. Vrouwen met een dergelijke kiembaanmutatie hebben ook een verhoogd risico op eileiderkanker. Ook overgewicht verhoogt mogelijk het risico. Lange vrouwen hebben ook een hoger risico op deze vorm van kanker dan korte vrouwen.

Pathologie[bewerken]

De frequentste vorm (85%) van ovariumcarcinoom is van het sereuze of het muceuze type. Andere zeldzamere vormen zijn de brennertumor (relatief goedaardig), de endometrioïde vorm en het clearcellcarcinoom (agressief beloop). Nog zeldzamer zijn de stromaceltumor, het teratoom en het choriacarcinoom.

Behandeling[bewerken]

De meest toegepaste behandelingen bij eierstokkanker zijn:

De meeste vrouwen met eierstokkanker krijgen een combinatie van chirurgie en chemotherapie, vaak bestaand uit een combinatie van paclitaxel en carboplatin.

Externe links[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.