Over het pauperisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Over het pauperisme
Oorspronkelijke titel Mémoire sur le paupérisme
Auteur(s) Alexis de Tocqueville
Vertaler Ineke Mertens
Taal Nederlands
Oorspronkelijke taal Frans
Oorspronkelijk uitgegeven 1836
ISBN-code 9058480771
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Over het pauperisme is een boek van Alexis de Tocqueville oorspronkelijk uitgegeven in 1835 onder de titel Mémoire sur le paupérisme . De Tocqueville zag de dilemma’s van de huidige samenleving in de 21e eeuw al reeds op de vooravond van de ontwikkeling van de verzorgingsstaat in Groot-Brittannië. Hij stelde zich toen al de vraag welke impact dit zou opleveren op langere termijn.

Het uitgangspunt van de Tocqueville is dat private en publieke liefdadigheid niet in staat zijn om de ellende van de arme klassen te herstellen.

Het boek is opgedeeld in twee memories; in de eerste memorie wordt de armoede geanalyseerd, waarop in de tweede memorie gezocht wordt naar alternatieve oplossingen.

Eerste memorie[bewerken]

In de eerste memorie heeft de Tocqueville het over de verandering van de naastenliefde in een recht door het opkomen van de Engelse armenwetten. De sociale relaties die bij naastenliefde ontstaan, worden de kop ingedrukt en moeten plaats maken voor officiële en juridische relaties tussen ambtenarij en burger. De bureaucratische overheid stelt zich op tussen de rijken en de armen in de samenleving.

Volgens de Tocqueville heeft de nieuwe vorm van armoedebeleid onverwachte, negatieve effecten op de vrijheden van individuen, de gelijkheid in de maatschappij en voor verbondenheid tussen mensen onderling. De armen worden uitgesloten en diegenen die het risico lopen om arm te worden, worden al op voorhand geweerd door gemeenten. Toch blijft het recht bestaan op bijstand, wat er voor zorgt dat mensen er alles voor gaan doen om een uitkering te bemachtigen. Hierdoor zijn steeds meer mensen afhankelijk van overheidsbijstand.

In de eerste memorie wordt er ook gesproken van wat we nu ‘relatieve deprivatie’ noemen. Naarmate de voorspoed in een land stijgt, definiëren we armoede in relatie tot die welstand. De Tocqueville gebruikt het voorbeeld van tabak in de 19de eeuw.

Tweede memorie[bewerken]

In het tweede deel gaat de Tocqueville op zoek naar oplossingen voor de armoede. Hij geeft hiervoor verschillende mogelijkheden; arbeiders zouden mede-eigenaar moeten worden van de fabrieken waarin ze werken, of associaties kunnen oprichten om zelf goederen de produceren. Dit om de fabrieksarbeider bezitsbesef bij te brengen. Indien er enige vorm van bezitsbesef ontstaat bij de arbeiders zal zijn toekomstperspectief veranderen, want hij is immers niet meer overgeleverd aan de armoede als zijn zorgeloosheid verdwijnt.

Armen zouden toegang moeten krijgen tot een spaarsysteem en mede gebruikt kunnen maken van een eerlijke rente.