Overdrachtsbelasting
Overdrachtsbelasting is de belasting die in Nederland wordt geheven bij de verkrijging van een onroerende zaak en daarop gevestigde rechten. De belasting is geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR).
Inhoud |
[bewerken] Ontstaansgeschiedenis
De belasting is ontstaan in de tijd van de Spaanse overheersing van Nederland. Alva had eerder de Tiende Penning ingevoerd (een belasting naar het tarief van 10%) over verkopen van roerende objecten. Er werd toen een belasting naar een tarief van 5% ('de twintigste penning') geheven over de verkoopprijzen van onroerende objecten. Het ging dan met name om verkopen van de grote grondposities die toen in handen van de adel waren. Met de belastingopbrengst kon de overheid toen de kosten van een landleger betalen, dat de grondeigenaren en pachters ('horigen') moest beschermen tegen plundering door vijandige troepen. Hoewel Nederland reeds lange tijd niet meer in oorlog met Spanje is, bleek deze belasting voor de overheid een welkome aanvulling van de schatkist. Het tarief van 5% werd in de loop van de tijd tot 6% verhoogd.
[bewerken] Tariefverlaging
De overdrachtsbelasting bedraagt 6% van de waarde van de verkrijging en wordt bij bestaande bouw van de verkrijger geheven. Op 1 juli 2011 heeft de regering besloten met ingang van 15 juni 2011 het tarief voor woningen te verlagen tot 2%. Dit tarief geldt voor een jaar, tot 1 juli 2012[1], en is ingesteld om de woningmarkt uit het slop te trekken. De waarde is steeds de waarde in het economisch verkeer. Eerder bestond een verlaagd tarief van 1% voor de ruiling van landerijen: dit tarief is afgeschaft en omgezet in een vrijstelling.
[bewerken] Verband met de Omzetbelasting
Bij de aankoop van nieuwbouw wordt geen overdrachtsbelasting geheven maar btw.
[bewerken] Opeenvolgende verkrijgingen
Als binnen 6 maanden voorafgaand aan een verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of niet aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd mag de maatstaf van heffing o.g.v. art. 13 WBR worden verminderd met de waarde waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of verminderd met de vergoeding waarover niet aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd. Partijen kunnen afspreken dat de koper het door hem o.g.v. art. 13 WBR genoten voordeel verrekent met de verkoper.
[bewerken] Nadelige effecten
De overdrachtsbelasting is nadelig voor de flexibiliteit van de [[woningmarkt]] en van de arbeidsmarkt. Er wordt wel van 'verhuisboete' gesproken en wordt genoemd als oorzaak van extra woon-werkverkeer, werknemers zouden hierdoor ook minder snel geneigd zijn om te verhuizen voor een andere baan.[2]
Al enkele jaren wordt in de politiek gesproken over het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Ook tijdens de verkiezingscampagnes van 2006 is hier o.a. door de PvdA over gesproken. Het Centraal Planbureau adviseerde in december 2010 om de overdrachtsbelasting af te schaffen vanwege "een onrechtvaardig en verstorend element in het Nederlandse belastingstelsel, omdat die geheven wordt telkens wanneer onroerend goed wordt verkocht". Staatssecretaris Weekers (VVD) van Financiën nam het voorstel in overweging, er is echter nog geen besluit genomen.[3]
[bewerken] Caribisch Nederland
Caribisch Nederland kent een overdrachtsbelasting op de overdracht van onroerend goed en schepen. Het tarief bedraagt 5% over de waarde van het goed. De overdrachtsbelasting wordt geregeld in hoofdstuk VII van de Belastingwet BES.
[bewerken] België
De overdrachtsbelasting in België wordt aangeduid met registratierechten. De hoogte van de registratierechten is afhankelijk van het kadastraal inkomen. In België kent men het zogenaamde 'klein beschrijf' (5%) en 'groot beschrijf' (10%).
[bewerken] Zie ook
- kosten koper (k.k.) resp. vrij op naam (v.o.n.)
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Overdrachtsbelasting Rijksoverheid.nl
- ↑ Overdrachtsbelasting: Weg met de verhuisboete, FEM Business jaargang 11 nr. 30 (28-07-2008), blz. 58-59
- ↑ CPB wil afschaffing overdrachtsbelasting, De Telegraaf, vrijdag 17 december 2010