Overdrachtsbelasting
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Overdrachtsbelasting is de belasting die in Nederland wordt geheven bij de overdracht van een onroerende zaak. De belasting is geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR).
De overdrachtsbelasting bedraagt 6 procent van de koopsom en wordt bij bestaande bouw meestal door de koper betaald. Bij de aankoop van nieuwbouw wordt geen overdrachtsbelasting geheven maar btw.
Als binnen 6 maanden voorafgaand aan een verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of niet aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd mag de maatstaf van heffing o.g.v. art. 13 WBR worden verminderd met de waarde waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting is voldaan of verminderd met de vergoeding waarover niet aftrekbare omzetbelasting was verschuldigd. Partijen kunnen afspreken dat de koper het door hem o.g.v. art. 13 WBR genoten voordeel verrekent met de verkoper.
[bewerken] Nadelige effecten
De overdrachtsbelasting is nadelig voor de flexibiliteit van de woningmarkt en van de arbeidsmarkt.
Werknemers zijn minder snel bereid om een baan te accepteren waarvoor men dient te verhuizen. Verhuizen kost toch al veel geld, waaraan de overdrachtsbelasting een flinke bijdrage levert. Dit zorgt er dan voor dat werknemers minder snel zullen wisselen van functie.
De overdrachtsbelasting kan een belemmering zijn om door te stromen naar een duurder koophuis. Daardoor is er minder aanbod van goedkope woningen, zodat starters op de woningmarkt in de kou blijven staan.
Al enkele jaren wordt in de politiek gesproken over het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Ook tijdens de verkiezingscampagnes van 2006 is hier o.a. door de PvdA over gesproken. Tot op heden is dit nog niet tot uitvoering gekomen.
[bewerken] Zie ook
- kosten koper (k.k.) resp. vrij op naam (v.o.n.)

