Overlijdensakte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een overlijdensakte is een akte waarin het overleden zijn van een persoon wettig is vastgelegd.

Nederland[bewerken]

Als iemand is overleden, wordt door een behandelend arts of door een gemeentelijk lijkschouwer een overlijdensverklaring afgegeven. Iedereen die op de hoogte is van een overlijden mag hiervan aangifte doen op het gemeentehuis. Meestal is dit de uitvaartverzorger. Is er sprake van een niet natuurlijke doodsoorzaak dan wordt de aangifte gedaan na overleg met de officier van justitie. Bij het doen van aangifte wordt de overlijdensverklaring ingeleverd. Aan de hand van de aangifte wordt de akte van overlijden opgemaakt. Dat gebeurt door een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden.

In de overlijdensakte staan onder andere vermeld de naam en het adres van de overleden persoon, diens geboorteplaats, de plaats en de datum van overlijden en de gegevens van de aangever van het overlijden. Indien er sprake is van een natuurlijke dood wordt men geacht[1] binnen vijf dagen ervan aangifte te doen bij de gemeente. Hieraan zijn kosten verbonden. Bovendien zal de ambtenaar een 'verlof tot begraven of crematie' afgeven, waarmee een uitvaart wordt toegestaan.

De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft deze gegevens vervolgens door aan:

Afschrift[bewerken]

Een afschrift of uittreksel van een overlijdensakte is een schriftelijk bewijs van het overlijden van een persoon en de inschrijving hiervan bij de burgerlijke stand.

Een uittreksel of afschrift van een overlijdensakte kan nodig zijn voor het openen van een testament, voor het aanvragen van het pensioen voor de nabestaande huwelijkspartner of om bijvoorbeeld financiële belangen van de overledene af te handelen. Ook de partner van de overledene die een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap wil aangaan heeft een afschrift van de overlijdensakte nodig.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Voetnoten
  1. Dit is niet in de Nederlandse wet vastgelegd, maar aangezien een uitvaart uiterlijk 6 werkdagen na de dag van overlijden moet plaatsvinden, en aangezien dat niet kan plaatsvinden nadat er aangifte is gedaan, is men vanzelf gebonden aan de uiterste termijn van 5 dagen.