Oversteekplaats

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een oversteekplaats is een locatie op de rijbaan die bestemd is om over te steken en die als zodanig gemarkeerd is. Ze zijn er voor voetgangers en fietsers. Voor landbouwverkeer spreekt men van overpaden. Er zijn verschillende typen oversteekplaatsen die hieronder worden weergegeven. Dit artikel geeft echter uitsluitend de reglementering en terminologie in Nederland weer.

In onderstaand artikel wordt voor het gemak het woord "voorrang" gebruikt in plaats van "voor laten gaan" Voorrang is eigenlijk alleen bestemd voor en door bestuurders, maar in het dagelijks gebruik worden de begrippen door elkaar gebruikt.

Voetgangersoversteekplaats (VOP)[bewerken]

Zebra crossing.jpg
Bord L2

Een oversteekplaats is vaak uitgevoerd met brede witte strepen (in de volksmond 'zebra' of 'zebrapad'). Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan (RVV 1990 art 49.2). Dit geldt niet voor een militaire colonne of een uitvaartstoet. Soms is er een voetgangersoversteekplaats aangebracht bij verkeerslichten. Indien voor de voetgangers een rood voetgangerslicht van toepassing is, dan hebben de overstekende voetgangers geen voorrang. Ze moeten dan immers wachten tot het licht op groen is. Als de verkeerslichten zijn uitgeschakeld, dan hebben de voetgangers wel voorrang. Vaak zien bestuurders op de rijbaan dan een geel knipperlicht.

Een zebrapad kan worden aangebracht op plekken waar door veel voetgangers wordt overgestoken. Het zebrapad moet daarbij niet worden beschouwd als een maatregel die de verkeersveiligheid verbetert, maar als hulp voor voetgangers bij oversteken op drukke plekken. Om de oversteekbaarheid te verbeteren dus.

Nadere eisen aan een voetgangersoversteekplaats zijn opgenomen in de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. [1]

De voetgangersoversteekplaats (zebra), zoals bedoeld in art. 49.2 van het RVV 1990[bewerken]

Toepassing[bewerken]

Een zebra wordt slechts toegepast:

  • op wegen binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h of 50 km/h en;
  • op wegen buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h mits de naderingssnelheid van minimaal 85% van de motorvoertuigen lager is dan 50 km/h.

Uitvoering[bewerken]

  • een zebra bestaat uit een dwars op de wegas aangebrachte markering met een breedte van ten minste 4 m, bestaande uit witte strepen met een breedte en een tussenliggende afstand van 0,4 tot 0,6 m.
  • bij een zebra wordt, behalve bij verkeerslichten, altijd bord L2 geplaatst.

Soms staan er bij een oversteekplaats kanalisatiestrepen, maar deze hebben geen wettelijke basis. Bij een zebrapad hebben voetgangers voorrang bij het oversteken, bij kanalisatiestrepen niet. Als een zebrapad op afstand slecht waarneembaar is, kan waarschuwingsbord J22 worden geplaatst. Dit bord heeft alleen de functie als vooraanduiding en niet ter vervanging van bord L2.

Geregelde voetgangersoversteekplaats (GOP)[bewerken]

Traffic light switch 0823.JPG

Dit is een oversteekplaats voor voetgangers waarbij de voorrang wordt geregeld met verkeerslichten. Om verwarring over de voorrang te voorkomen, moet er bij een GOP geen zebrapadmarkering worden toegepast, evenmin als het bijbehorende verkeersbord L2. Bij een GOP die niet 24 uur per dag in bedrijf is knippert het verkeerslicht oranje. Hier hoeft eveneens geen verkeersbord L2 geplaatst te worden. Helaas is dit een richtlijn die weinig wordt toegepast door wegbeheerders.

Delfts licht[bewerken]

Een aparte uitvoering van de GOP is het zogenaamde Delfts licht. Hierbij is het rode voetgangerslicht vervangen door een knipperende oranje driehoek. Ook het oranje licht voor het kruisende verkeer knippert. Voetgangers moeten dan zelf bepalen wanneer zij het veilig achten om over te steken. Omdat een GOP niet gecombineerd kan worden met zebrapadmarkering en het bijbehorende bord, hebben de voetgangers geen voorrang. Met een druk op de knop kunnen zij echter groen licht aanvragen. Het verkeerslicht van het kruisende verkeer springt dan op rood.

Maastrichtse opstelling[bewerken]

Een andere aparte uitvoering van de GOP is de Maastrichtse opstelling. Hierbij staan de voetgangerslichten niet aan de overzijde van de de oversteekplaats maar juist aan het vertrekpunt, op dezelfde manier zoals dit ook gangbaar is bij verkeerslichten voor het overig verkeer. Voetgangers die groen licht krijgen en starten met de oversteek zien dan dus niet meer het licht. Uit evaluaties is gebleken dat voetgangers dit als onprettig ervaren omdat zij dan niet meer kunnen zien of ze genoeg tijd hebben om over te steken.

EcoGOP[bewerken]

Om iets te doen aan de lange wachttijden voor voetgangers en de lange ontruimingstijden voor GOPs (bij grote oversteken duurt de ontruimingstijd vaak meer dan 10 seconden waardoor de kruispuntcapaciteit fors afneemt) is er een nieuw voetgangerslicht ontworpen, dat met behulp van radardetectie detecteert of er voetgangers over willen steken en in de gaten houden hoe snel de voetganger loopt. Dit heeft als voordeel dat de groenfase verlengd of juist verkort kan worden afhankelijk van de loopsnelheid van de voetganger.

Twee proeven hebben niet tot het door de ontwerpers gewenste resultaat geleid, omdat de detectie niet betrouwbaar genoeg was. Wel zijn enkele punten overgenomen uit de testfases, zoals ledverlichting in het wegdek die de tijd aangeeft dat het groene licht nog brandt en een zandloper als wachttijdvoorspeller en groentijdaanduiding.

Zebrapaden niet overal verkeersveilig[bewerken]

Vaak worden oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers gecombineerd op één locatie. Daarbij kan een verkeersveiligheidsprobleem ontstaan wanneer voor de voetgangers een zebrapad wordt gebruikt, omdat fietsers en voetgangers dan ongelijk in de voorrang verkeren ten opzichte van verkeer op de rijbaan. Zebrapaden worden bij voorkeur niet toegepast op voorrangswegen bij kruispunten, omdat dit onduidelijke voorrangssituaties op kan leveren.

Fietsersoversteek[bewerken]

Een oversteekplaats voor fietsers. Als de fietsers voorrang hebben op al het kruisende verkeer wordt de oversteekplaats aangeduid met blokmarkering en met haaientanden. Hebben de fietsers geen voorrang, dan blijft de markering achterwege of er worden kanalisatiestrepen aangebracht. Ook deze richtlijn wordt weinig nageleefd. Fietsoversteken waar de fietsers voorrang hebben, worden vaak voorzien van een rode kleur. Hierdoor valt de oversteekplaats beter op. In de nieuwste richtlijn van het CROW wordt aanbevolen om ook voetgangersoversteekplaatsen in rood uit te voeren, althans wanneer de voetgangers voorrang hebben.

Landbouwverkeer oversteek[bewerken]

Voor landbouwverkeer en ander langzaam verkeer worden er nog wel eens oversteken gecreëerd op autowegen en gebiedsontsluitingswegen. Hier mag men meestal niet afslaan, of vanaf de doorgaande weg de oversteek op. Deze oversteken worden overpaden genoemd.

Ongelijkvloerse oversteekplaatsen[bewerken]

Soms zijn oversteekplaatsen ongelijkvloers. Voorbeelden hiervan zijn een viaduct, fietsbrug, ecoduct en een voetgangersbrug.

Bronnen, noten en/of referenties