Overval op het Huis van Bewaring I te Amsterdam (1944)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Huis van Bewaring I (Weteringschans) was gevestigd aan de Weteringschans te Amsterdam, op het Kleine-Gartmanplantsoen 14 (tussen de Leidsekade en het Leidseplein). In 1940 werd de toenmalige strafgevangenis aan de Havenstraat 6 omgedoopt tot Huis van Bewaring II (Amstelveenseweg). Er kwam ook een derde plek: het Huis van Bewaring III (Lloyd Hotel).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Weteringschans de plaats waar talloze gevangenen van de Sicherheitsdienst (SD) direct na hun arrestatie werden opgesloten en verhoord. Hierna werden ze vervoerd naar gevangenissen (Oranjehotel), kampen in Nederland (Kamp Amersfoort, Kamp Vught) of gefusilleerd in de duinen bij Overveen.

Nadat Hannie Schaft op 21 maart 1945 werd opgepakt meende het verzet dat zij in de Weteringschans was opgesloten. Truus Oversteegen probeerde in een Duits verpleegstersuniform om Hannie Schaft mee te krijgen. Ze hing een verhaal op dat ze haar moest meenemen voor medisch onderzoek. Ze huilde veel om de mensen daar te overtuigen. Hannie Schaft bleek echter aan de Amstelveenseweg te hebben gezeten en was inmiddels geëxecuteerd.

In de loop van 1944 zijn twee gewapende pogingen gedaan om kopstukken van de Illegaliteit uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans te bevrijden. De eerste stond onder leiding van Gerrit van der Veen, de tweede onder leiding van Johannes Post.

[bewerken] Gerrit van der Veen: 1 mei 1944

De Persoonsbewijzencentrale (PBC) van Gerrit van der Veen had op 27 maart 1943 met succes het Bevolkingsregister van Amsterdam overvallen en in brand gestoken. Wel waren nadien tal van zijn medestrijders, waaronder Paul Guermonprez, gevangengenomen. Sindsdien broedde Gerrit van der Veen op plannen om het Huis van Bewaring te overvallen. Ondertussen werkte zijn PBC met verdubbelde kracht. Een poging in de zomer van 1943 strandde in een vroeg stadium. Van eind december tot februari 1944 deed hij liefst vier pogingen die allemaal op het laatste moment mislukten; met de toenemende Duitse repressie werd de noodzaak tot slagen alleen maar groter.

De zesde poging werd gepland op 1 mei 1944, onder andere met hulp van Gerhard Badrian, een Duits-Joodse vluchteling. De Knokploeg bestond uit 28 man. Er was een bewaker gevonden die van binnenuit de deuren zou openen, één naar de binnenplaats en één naar het cellencomplex. Kort tevoren was echter verscherpte bewaking ingesteld; Van der Veen wist dit maar hoopte de waakhonden te kunnen omzeilen. Helaas mislukte dit en de wacht werd gealarmeerd. De meeste leden van de Knokploeg wisten te ontkomen; Van der Veen werd zwaar gewond. Op 10 juni werd hij in Overveen terechtgesteld, samen met o.a. Frans Duwaer (gearresteerd op 8 juni 1944), de drukker van zijn persoonsbewijzen.

[bewerken] Johannes Post: 14/15 juli 1944

1rightarrow.png Zie Overval op het Huis van Bewaring I te Amsterdam door Johannes Post (14-15 juli 1944) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 23 juni 1944 mislukte een overval ('kraak') op het distributiekantoor van Haarlem. De leider van de actie, Jan Wildschut, werd opgepakt en naar het Amsterdamse Huis van Bewaring vervoerd. Jan Wildschut was de boezemvriend-in-het-verzet van Johannes Post. Hij moest en zou bevrijd worden; bovendien zaten 70 andere verzetsstrijders er vast wachtend op overbrenging naar Vught, waaronder Henk Dienske, lid van de LO-top.

Post maakte onder grote druk enkele plannen die te gevaarlijk geacht werden; hij nam hiertoe contact op met zijn broer Marinus Post, leider van de KP-Waterland en met Hilbert van Dijk, lid van de LKP-top. Het derde plan leek nog het meest op dat wat Gerrit van der Veen had uitgevoerd. Nu was er echter geen bereidwillige bewaker; men moest een beroep doen op een ex-SS'er die zijn leven gebeterd had. Was dat wel vertrouwd? De groep besloot diens moeder met een smoes in gijzeling te nemen; toen puntje bij paaltje kwam, weigerde de vrouw echter mee te gaan. Marinus Post weigerde zijn ploeg aan zo'n gewaagde onderneming bloot te stellen. Toch ging de actie door. Johannes Post en Van Dijk gingen niet mee naar binnen, maar overnachtten in de buurt.

Er was gezorgd voor cyaankali om de waakhonden te vergiftigen; de binnendeur werd geopend; voordat de mannen het cellencomplex konden binnendringen werd het vuur op hen geopend. Een deel van de groep wist te ontkomen. De hele omgeving werd afgezet. Post en Van Dijk kwamen om vier uur die ochtend poolshoogte nemen en werden gevangengenomen door Willy Lages persoonlijk.

Zij werden met 13 anderen geëxecuteerd bij Overveen op 17 juli 1944.

De bewaker die hen had verraden, Jan Boogaard, werd na de oorlog ter dood veroordeeld en eveneens geëxecuteerd.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren