P.C. Hooft-prijs
De P.C. Hooft-prijs[1] is een van de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlands taalgebied. De oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend aan Nederlanders voor proza, essays en poëzie.
Achtergrond [bewerken]
De P.C. Hooft-prijs is een in 1947 ingestelde staatsprijs die tot en met 1984 werd toegekend door de staat op basis van een voordracht door een jury. In dat jaar werd de 300e sterfdag van Pieter Corneliszoon Hooft herdacht. De prijs wordt jaarlijks toegekend door de onafhankelijke Stichting P.C. Hooft-prijs en uitgereikt in het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag. Tot 1955 werd de prijs voor specifieke werken toegekend. Daarna werd het een oeuvreprijs, waaraan heden ten dage een geldbedrag van 60.000 euro verbonden is.
De relatie tussen de Staat der Nederlanden en de onafhankelijke Stichting kwam onder druk te staan in 1984, toen Hugo Brandt Corstius door de jury voor de prijs werd voorgedragen. De toenmalige CDA-minister van Cultuur Elco Brinkman weigerde de prijs uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius, omdat deze zich in zijn ogen geregeld ongepast uitliet over de toenmalige regering en premier Ruud Lubbers. Als gevolg van deze rel is de prijs ook in de twee jaren daarna niet toegekend. In 1987 werd de staatsprijs weer uitgereikt, en wel aan Hugo Brandt Corstius. De prijs wordt sinds dat jaar toegekend door een onafhankelijke Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde, waarvan het bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van drie landelijke letterkundige instellingen: de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, PEN-centrum Nederland en de Vereniging van Letterkundigen. De stichting kent de prijs toe na de voordracht door een jaarlijks wisselende, onafhankelijke jury.
In 1991 werd de P.C. Hooft-prijs toegekend aan de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers, die vanaf 1961 in Nederland woonde en de Nederlandse nationaliteit had aangenomen. Ze dichtte evenwel in het Afrikaans. Daarmee werd bevestigd dat de prijs gekoppeld is aan 'paspoort' en niet aan 'taal'. Dit is in overeenstemming met het gegeven dat Vlamingen niet in aanmerking komen voor de prijs.
De stichting kent ook twee andere oeuvreprijzen toe: de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur en de eveneens driejaarlijkse Max Velthuijs-prijs voor Nederlandse illustratoren van kinderboeken.
De gedenkpenning die behoort bij de niet-uitgereikte prijs van 1984 is in januari 2005 door staatssecretaris Medy van der Laan geschonken aan het Letterkundig Museum. Dit omdat volgens Van der Laan de prijs inmiddels deel is geworden van onze literaire geschiedenis en daarom in het museum thuishoort.
Gelauwerden [bewerken]
- 1947 - Amoene van Haersolte voor Sophia in de Koestraat
- 1947 - Arthur van Schendel voor Het oude huis
- 1948 - A.M. Hammacher voor Eduard Karsen en zijn vader Kaspar
- 1949 - Gerrit Achterberg voor En Jezus schreef in 't zand
- 1950 - Simon Vestdijk voor De vuuraanbidders
- 1951 - E.J. Dijksterhuis voor De mechanisering van het wereldbeeld
- 1952 - J.C. Bloem voor Avond
- 1953 - F. Bordewijk voor Studiën in de volksstructuur en De doopvont
- 1954 - L.J. Rogier voor In vrijheid herboren. Katholiek Nederland 1853 (hoofdstukken I, II, IV)
- 1955 - Adriaan Roland Holst voor Late telgen
- 1956 - Anna Blaman
- 1957 - Pieter Geijl
- 1958 - Pierre Kemp
- 1959 - niet uitgereikt
- 1960 - Victor E. van Vriesland
- 1961 - H.W.J.M. Keuls
- 1962 - Theun de Vries
- 1963 - F.G.L. van der Meer
- 1964 - Leo Vroman
- 1965 - niet uitgereikt
- 1966 - Anton van Duinkerken
- 1967 - Lucebert
- 1968 - Gerard Kornelis van het Reve
- 1969 - niet uitgereikt
- 1970 - Gerrit Kouwenaar
- 1971 - Willem Frederik Hermans (prijs geweigerd nadat hem bij vergissing een te hoog prijzengeld was toegezegd)
- 1972 - Abel Herzberg
- 1973 - Hendrik de Vries
- 1974 - Simon Carmiggelt
- 1975 - Rudy Kousbroek
- 1976 - Remco Campert
- 1977 - Harry Mulisch
- 1978 - Cornelis Verhoeven
- 1979 - Ida Gerhardt
- 1980 - Willem Brakman
- 1981 - Karel van het Reve
- 1982 - M. Vasalis
- 1983 - Hella S. Haasse
- 1984 - niet uitgereikt
- 1985 - niet uitgereikt
- 1986 - niet uitgereikt
- 1987 - Hugo Brandt Corstius
- 1988 - Rutger Kopland
- 1989 - Jan Wolkers (prijs geweigerd omdat Marten Toonder was gepasseerd)
- 1990 - Kees Fens
- 1991 - Elisabeth Eybers
- 1992 - Anton Koolhaas
- 1993 - Gerrit Komrij
- 1994 - J. Bernlef
- 1995 - A. Alberts
- 1996 - K. Schippers
- 1997 - Judith Herzberg
- 1998 - F.B. Hotz
- 1999 - Arthur Lehning
- 2000 - Eva Gerlach
- 2001 - Gerrit Krol
- 2002 - Sem Dresden
- 2003 - H.H. ter Balkt
- 2004 - Cees Nooteboom
- 2005 - Frédéric Bastet
- 2006 - H.C. ten Berge
- 2007 - Maarten Biesheuvel
- 2008 - Abram de Swaan
- 2009 - Hans Verhagen
- 2010 - Charlotte Mutsaers
- 2011 - Henk Hofland
- 2012 - Tonnus Oosterhoff
- 2013 - A.F.Th. van der Heijden
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|