Paardenkastanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paardenkastanje
Paardenkastanje2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Sapindales
Familie: Sapindaceae
geslacht
Aesculus
L. (1754)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zaailing
Paardenkastanjemineermot

Tot het geslacht paardenkastanje (Aesculus) behoren ruim twintig soorten. De paardenkastanje komt op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in Noord-Amerika, Zuidoost-Europa (Albanië en Griekenland), de Himalaya, China en Japan.

Vorm[bewerken]

In Nederland is vooral de witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) te vinden, en in mindere mate de rode paardenkastanje (Aesculus ×carnea). De rode paardenkastanje is ontstaan uit de kruising van de witbloeiende Aesculus hippocastanum met de roodbloeiende Aesculus pavia. De witte paardenkastanje is een brede boom en kan 20 tot 25 m hoog worden. De witte bloemen hebben in het hart een rode vlek en aan de voet van de kroonbladen een geel honingmerk. De rode paardenkastanje kan tot 20 m hoog worden.

De paardenkastanje heeft tegenoverstaande handvormige samengestelde bladeren. De voet van de centrale bladsteel is onderaan verbreed en heeft een typisch hoefijzervormig bladmerk met meer dan drie bladsporen. De boom bloeit in mei. De bloeiwijze is een eindstandige bloempluim, kaars genoemd, die aan de buitenkant van de boomkroon zitten. Alle soorten zijn eenhuizig en hebben een- of tweeslachtige bloemen.

De vrucht is een driekleppige doosvrucht (=bolster). De zware, houtachtige zaden (kastanjes) kunnen wanneer de bomen in straten staan overlast geven. De cultivar 'Baumannii' van de witte paardenkastanje evenals de cultivar 'Plantierensis' van de rode paardenkastanje geeft echter geen kastanjes.

Ziektes en beschadigingen[bewerken]

In grote delen van Europa komt de paardenkastanjemineermot voor. Ook in Nederland komen nu door het warmer worden van de aarde ernstige aantastingen voor, waardoor zelfs vroegtijdige bladval optreedt. De paardenkastanje is vatbaar voor verwelkingsziekte (Verticillium). Hierdoor sterven de bomen af en kan omdat de schimmel in de bodem blijft op dezelfde plaats geen nieuwe kastanjeboom geplant worden. Jonge bomen kunnen aangetast worden door de schimmel Guignardia aesculi, wat tot uiting komt in bruine verkleuring en necrose van het blad.

In 2002 werd voor het eerst in Nederland (Haarlemmermeer) een nog onbekende ziekte op de witte paardenkastanje geconstateerd waaraan de bomen mogelijk kunnen doodgaan. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine vochtige plekken die gaan bloeden met een stroperige vloeistof. Men spreekt soms van de kastanjebloedingsziekte. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid en er wordt onderzoek naar de veroorzaker gedaan. In 2005 bleek al 31% van de bomen ziek te zijn. Het lijkt er steeds meer op dat de bacteriekanker (Pseudomonas syringae) de veroorzaker is. Infectieproeven gaven dezelfde symptomen. Overigens is de aantasting datzelfde jaar ook in Engeland, Duitsland, België, Frankrijk en Italië aangetroffen. Bestrijding is moeizaam en geschiedt met schimmel- en bacteriewerende middelen.

Plantengemeenschap[bewerken]

De paardenkastanje is een kensoort voor het onderverbond Ulmenion carpinifoliae van het verbond van els en gewone vogelkers (Alno-padion).

Toepassing[bewerken]

In straten, lanen, parken en plantsoenen worden vegetatief vermeerderde cultivars geplant. Voor aanplanting in bossen worden zaailingen gebruikt, generatief vermeerderende bomen.

Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, en doet dus denken aan dat van de wilg en de populier. Het lijkt dan ook niet op het hout van Castanea sativa, de tamme kastanje, dat veeleer lijkt op dat van zijn verwant: de eik.

De zaadjes kunnen als geneesmiddel gebruikt worden. De nuttigste actieve bestanddelen zijn aescinen, looistoffen en flavonglycosiden, die vaak tot een tinctuur worden verwerkt. Deze tinctuur kan gebruikt worden als krampstillend en pijnstillend middel en heeft daarnaast een sterke werking op de bloedvaten en aders. Daarnaast helpt het tegen reuma, maag- en darmklachten of borstontsteking. Daarnaast kan ook een thee gebrouwen worden die helpt tegen het hoesten.[1]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Dumonts kleine geneeskruidenlexicon; Anne Iburg; Rebo International 2004; ISBN 90 396 1800 3

Externe links[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]