Paardenvisserij in Oostduinkerke
De paardenvisserij in Oostduinkerke is het vissen op garnalen zoals dat in deze Belgische kustplaats in de gemeente Koksijde) traditioneel te paard gebeurt.
Het feit dat deze visserijmethode vandaag de dag uniek is voor Oostduinkerke, maakt de vissers te paard wereldberoemd. Steeds opnieuw brengen ze een indrukwekkend schouwspel van een vrij eigenaardige visserijmethode die vroeger over heel de Vlaamse Noordzeekust beoefend werd, maar die tot op vandaag enkel in Oostduinkerke standhield. Het strand van Oostduinkerke is daarvoor ideaal: er zijn geen golfbrekers of andere hinderpalen. De traditie van het paardenvissen gaat vijfhonderd jaar terug.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Vroeger kwam paardenvissen overal aan het Noordzeestrand voor. Men kon ze ook terugvinden aan de stranden van Noord-Frankrijk, Zuid-Engeland en Nederland. De arme boeren gingen 's winters de zee in om iets bij te verdienen. Het paardenvissen werd langs de Belgische kust toen nog seynevissen genoemd, ofte het vissen met een seyne (net) dat door twee paarden wordt voortgetrokken. Men viste toentertijd met muilezels, die heel wat goedkoper waren in het onderhoud. Door de jaren heen werden de vangsten steeds geringer, waardoor men grotere netten ging gebruiken. Omdat een muilezel niet sterk genoeg is, was men verplicht om zware koudbloed paarden te gebruiken. Heden ten dage vist men enkel nog in Oostduinkerke met Belgische trekpaarden; mogelijk is dit nog de enige plek ter wereld waar op deze manier gevist wordt.
Het aantal paardenvissers heeft altijd sterk geschommeld. In 1940 waren het er veertig, in 1968 nog slechts zeven. Vandaag zijn er twaalf paardenvissers in Oostduinkerke.
Procedé [bewerken]
De traditionele dag van een garnaalvisser te paard verloopt volgens een aantal vaste rituelen. Alvorens te gaan vissen worden de paarden thuis bij de vissers opgetuigd. Een tochtje via het natuurgebied de Doornpanne te Oostduinkerke en 't Schipgat leidt de paardenvisser en zijn paard naar het Noordzeestrand, om vervolgens met het typische paardenvisserskarretje naar zee te rijden.
Op de dijk ontmoeten de vissers elkaar, waarna ze hun gele jekkers aantrekken en het strand oprijden. Aan de laagwaterlijn wordt het paard uitgespannen, het materiaal van de kar gelost en de manden vastgemaakt. Dan volgt de echte garnaalvangst, die zo'n drie uur duurt. Er wordt ongeveer twee uur vóór laagwater en één uur na laagwater gevist. Het net wordt door twee zijdelingse planken (scheerborden) horizontaal opengehouden, een ketting sleept over het zand en vlotters laten de bovenzijde van het net drijven.
Op het strand wordt de vangst gezeefd. De bijvangst, zoals krabben, kleine platvisjes en kwalletjes, wordt terug in zee gegooid. De garnalen gaan in de manden. Het net wordt uitgeschud en gespoeld en het paard wordt terug ingespannen voor de terugtocht. De garnalen zijn dan misschien wel gevangen, maar het werk zit er nog lang niet op voor de visser: de garnaalvangst wordt nu nogmaals gezeefd. De zandkorrels die zich tussen de pootjes van diertjes bevinden worden met zuiver water uitgespoeld, waarna de verse Noordzeegarnalen klaar zijn om te worden gekookt in een van paardenvisser tot paardenvisser verschillende brij en uitgeschept op de koelzift. In de zomer gebeurt dit alles traditioneel op de dijk.
Terug thuis wordt het werkpaard uitgespannen en krijgt het na de zware inspanning haver vooraleer terug naar de weide te gaan.
Materiaal [bewerken]
Het gebruikte materiaal veranderde doorheen de tijd: van het seynevissen werd overgegaan naar de schee (een schuine plank van circa vier meter lang die over het zand scheerde om de garnaal te laten opspringen in het net).
De kledij van de visser is van het zware oliegoed overgestapt naar de lichte gele nylon jekkers. Hij vist meestal met een zuidwester op het hoofd en zit een houten zadel op zijn trekpaard (vroeger waren dit muilezels, maar deze zijn zeldzaam geworden).
Vereniging D'Oostduinkerkse Paardenvissers [bewerken]
Tijdens een vergadering op 24 februari 1996 werd de vereniging d'Oostduinkerkse Paardenvissers voorgesteld. Deze vergadering werd bijgewoond door gemeenteraadsleden en leden van de "Orde van de Paardenvisser", een groep gesticht in 1967 die paardenvisserij ondersteunt. De voorzitter van de paardenvissers, Eddy D'Hulster, maakte samen met de zeven overgebleven vissers de plannen kenbaar. Het voornaamste doel was het voortbestaan van de beroemde, traditionele paardenvisserij te verwezenlijken.
Steun [bewerken]
De paardenvissers krijgen veel aandacht in het Nationaal Visserijmuseum, gelegen in het centrum van Oostduinkerke-dorp. In het gerenoveerde museum worden de diverse vormen van vroegere en huidige strandvisserij, waaronder de garnaalvisserij te paard, uitgebreid toegelicht. De paardenvissers worden ook gesteund door het gemeentebestuur Koksijde. Daarnaast zorgt De Orde van de Paardevisser voor promotie voor de paardenvissers en voor de Oostduinkerkse garnaal in het algemeen. De garnaal staat hoog in het vaandel van Oostduinkerke en krijgt dus bijzondere aandacht in folkloristische manifestaties, zoals de Garnaalfeesten in het laatste weekend van juni, tijdens dewelke een parade wordt gehouden.
Werelderfgoed [bewerken]
In 2009 werd bekend dat Koksijde bij de Vlaamse overheid een aanvraag indient om de Oostduinkerkse paardenvissers als cultureel werelderfgoed te laten erkennen.[1]
Bronnen [bewerken]
- Supeley, M., De Oostduinkerkse Paardenvissers - van Armada tot enkeling; Vereniging voor Vreemdelingenverkeer Koksijde, 2005
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Zie de categorie Horse shrimpers van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |