Padishah

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Padishah, padeshah of badishah (Perzisch: پادشاه‎, pādshāh; van پاد, pād, letterlijk: "meester" en شاه, shāh, letterlijk: "koning") is in de islamitische geschiedenis van Zuid- en Centraal-Azië een superlatieve titel voor een monarch die boven andere vorsten claimde te staan, gelijkwaardig aan de titel "keizer" in de Europese geschiedenis. De titel is vergelijkbaar met het oorspronkelijk Achaemenidische shahanshah ("koning der koningen").

De titel padishah werd gebruikt door verschillende Perzische, Afghaanse en Turkse dynastieën, zoals de Achaemeniden, Sassaniden, Parthen, Timoeriden, Safawiden, Ottomanen, Mogols en Durrani's. Voorbeelden van gebruik in de Moderne Tijd zijn onder andere de Ottomaanse sultans, koningen van Egypte, Tunesië en Libië, de sjahs van Iran en de nizams van Hyderabad.