Pakicetus
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pakicetus is een in Pakistan gevonden fossiel van een uitgestorven dier, waarvan sommige paleonthologen aannemen dat het een ontbrekende schakel vormt tussen primitieve zoogdieren en walvisachtigen.
De huidige walvisachtigen, zoals walvissen en dolfijnen zijn waterzoogdieren, die perfect aangepast zijn aan het leven in zee. Hun ledematen zijn geschikt voor het leven in water.
Van de familie der Pakicetiden kent men thans drie geslachten: Pakicetus, een dier ter grootte van een wolf, Nalacetus, en Ichthyolestes, een dier ter grootte van een vos.
Pakicetus werd het eerst in 1983 ontdekt door Philip Gingerich, Neil Wells, Donald Russell, en S. M. Ibrahim Shah.
Alle drie bovengenoemde soorten zijn gevonden op enkele vindplaatsen in Pakistan, vandaar de naam van het eerste geslacht en van de gehele familie. Dit gebied was tijdens het Vroeg-Eoceen (52 miljoen jaar geleden), de tijd waarin de pakicetiden leefden, een kustgebied aan de rand van de Tethys Oceaan.
De Pakicetiden waren vleesetende landdieren, behorend tot de evenhoevigen en meer in het bijzonder verwant met de voorouders der nijlpaarden . Bijzonderheden in de structuur van hun oorbeenderen, die zij alleen met walvissen delen, vormen de belangrijkste reden waarom zij als voorouders van de walvisachtigen worden beschouwd.
De huidige theorie gaat ervan uit dat de moderne walvissen zich ontwikkelden uit de familie van de Basilosaurus, die voortkwam uit de Ambulocetiden, die een amfibische levenswijze hadden. Deze laatste stamden op hun beurt af van de Pakicetiden.
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Pakicetus van Wikimedia Commons. |