Pallas Athena

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mattei Athena in het Louvre. Romeinse kopie uit de eerste eeuw v.chr/na chr. na een Grieks origineel uit de vierde eeuw v.chr.

Pallas Athena (ook Athena of Athene) (Attisch: Παλλὰς Ἀθηνᾶ, Pallás Athêna, Ἀθήνη, Athénē) is een van de voornaamste godinnen uit het Griekse pantheon. Zij is de godin van de hemel, en wel van de heldere, klare hemel, van de reine, zuivere bovenlucht (aether). In de Griekse mythologie is zijzelf even rein als die lucht. Daarom bleef haar maagdelijkheid steeds ongerept. Zij is vooral bekend als de godin van de wijsheid en godin van de kunst. Daarnaast wordt ze vaak genoemd als godin van de krijgskunst en vrede.

Naam, etymologie en oorsprong[bewerken]

Athena's naam is mogelijk van Lydische origine[1]. Het is mogelijk een samengesteld woord, deels afgeleid van het Tyrreense "ati", dat "moeder" betekent, en de naam van de Hurritische godin "Hannahanna", die vaak werd ingekort tot "Ana". In het Myceens verschijnt ze mogelijk in een enkele inscriptie op de Lineair B-tabletten: A-ta-na-po-ti-nin-ja /Athana potniya/ komt voor in een tekst uit de Laat-Minoïsch II-"Kamer van de strijdwagentabletten" te Knossos, dat het allervroegste Lineair B-archief is.[2] Hoewel dit vaak wordt vertaald als "Meesteres Athena", betekent het letterlijke "potnia van At(h)ana", dat mogelijk "dame van At(h)ana" betekent;[3] maar het is onduidelijk of er een verband is met de stad Athene.[4] We vinden eveneens A-ta-no-dju-wa-ja /Athana diwya/, waarvan het laatste deel de Lineair B-spelling is van wat we kennen uit het Oud-Grieks als Diwia (Myceens di-u-ja of di-wi-ja) "goddelijke" Athena was ook een weefster en godin van de ambachten. (zie dyeus).[5]

In zijn dialoog Cratylus, geeft Plato de etymologie van Athena's naam gebaseerd op de visie van de oude Atheners,[6] van A-theo-noa (A-θεο-νόα) of E-theo-noa (H-θεο-νόα) wat "de geest van God" betekent (Cratylus 407b). Plato, alsook Herodotus, merkten op dat de Egyptische inwoners van Saïs in Egypte een godin vereerden wier Egyptische naam Neith was;[7] ze identificeerden haar met Athena. (Timaeus 21e), (Historiën II 170-175.).

De lucht in Griekenland is merkwaardig door haar buitengewone reinheid, helderheid en doorzichtigheid; nergens heeft zij evenwel die eigenschappen in zulk een mate als in het landschap Attica, waarin Athene gelegen is. Vandaar, dat dit land en die polis het lievelingsoord waren van de godin en dat zij aan die polis door een onverbreekbare band was verbonden, terwijl zij op haar beurt nergens een grootsere en innigere verering genoot. Maar dit sloot niet uit, dat haar eredienst over geheel Griekenland was verspreid. Bijna ieder landschap kende haar in zijn geliefkoosde legenden een voorname rol toe, Argos in die van Perseus en Diomedes, Korinthe in die van Bellerophon. Vooral ook het landschap Boeotië onderscheidde zich door de grote verering, die daar aan de godin ten deel viel (er bevond zich daar ook een stad, genaamd Athene). Aan het Kopaïs-meer, met name in de stad Alalkomenai stond haar eredienst van de alleroudste tijden af in hoog aanzien. Ook op de kusten van Klein-Azië, in het Trojaanse land en in Lydië werden vele van haar beroemdste tempels aangetroffen. Kortom overal, waar Grieken zich hadden neergezet, hetzij in Azië of in Libië, in Italië of op Sicilië werd Athena vereerd als een waardige, krijgshaftige en weldoende godin.

Pallas Athena[bewerken]

Pallas Athena (zogenaamde "Pallas Velletri, kopie van Grieks origineel uit 420-410 v.Chr. van Alcamenes of Cresilas, Louvre).

Wat haar naam betreft, zo schijnt men een onderscheid te moeten maken tussen Athena en Pallas Athena, zoals zij zeer dikwijls bij de dichters Hesiodos en Homeros wordt genoemd. De naam Pallas schijnt oorspronkelijk als een praedicatief adjectief vóór Athena gevoegd te zijn en haar aangeduid te hebben als de lanszwaaiende godin, een symbolische voorstelling van haar macht over de bliksem.

Haar epiklese Pallas (Oudgrieks: Παλλάς / Pallás) komt waarschijnlijk van het Griekse werkwoord pallein (παλλειν / Pallein; « de lans zwaaien ») en betekent dus zoiets als « zij die de lans zwaait ».

Ontstaansmythen[bewerken]

Ook de mythen, die betrekking hebben op de oorsprong van Athena duiden haar aan als een godin, die een geweldige macht bezit over alle verschijnselen van de hemel, maar tevens als een liefelijke godin, die alom zegen verspreidt door de akkers vruchtbaar te maken, het geslacht van de mensen te vermeerderen en op te voeden, en dat alles zonder iets prijs te geven van haar geheel enige reinheid.

Athena Tritogeneia[bewerken]

Omtrent de afkomst van de godin waren verschillende mythen in omloop. Een oude bijnaam van Athena was Tritogeneia. Deze naam duidt haar aan als een godin, ontstaan uit het water, en dit is vrij natuurlijk, daar volgens Homeros alle dingen en alle goden hun oorsprong aan het water hebben te danken. De watermassa, die Triton genoemd werd, en in de ene mythe als een meer werd voorgesteld, en in de andere als een rivier. Nu eens dacht men zich de plaats daarvan in Boeotië, dan weer in Thessalië, ja zelfs werd door de meesten naar Afrika, naar Libië de plaats verlegd, waar Athena uit de baren zou zijn opgerezen. Deze voorstelling had hierin haar grondslag, dat uit en door het uit de diepte opbruisende water de lucht, de hemel en al de schitterende verschijnselen, die zich aan de hemel voordoen, ontstaan zijn, en zij had ten gevolge dat Athena het meest of althans zeer dikwijls vereerd werd aan de boorden van meren, of aan de oevers van rivieren. Vooral was dit het geval in Boiotië, b.v. in de reeds genoemde stad Alalkomenai. Ook in het door bergen geheel van het overige Griekenland afgesloten Arcadië en in Lydië was deze Athena Tritogeneia, de uit de wateren ontsprotene, een godin, die in het hoogste aanzien stond.

Athena Obrimopatrê[bewerken]

Een gewapende Athena wordt geboren uit het hoofd van Zeus met Eileithyia (?) rechts van hem (Attische zwartfigurige amphora, ca. 550-525 v.Chr., Louvre).

Een geheel andere mythe omtrent haar geboorte heeft deze eerste geheel op de achtergrond geschoven. Reeds de Ilias van Homeros kent Athena als de liefste dochter van Zeus. Zij is diegene van zijn kinderen, die zijn grootste vertrouwen geniet; alle moeilijkheden, die Zeus te overwinnen heeft, worden door haar daden overwonnen. Zeus spreekt tot haar als tot zichzelf. Zij beiden zijn één. Ze heet daarom Obrimopatrê, "de dochter van een sterke vader." Die innige verhouding tussen Athena en Zeus wordt symbolisch uitgedrukt door het meest bekende verhaal, dat omtrent haar geboorte onder de Grieken in omloop was, dat ze namelijk uit haar vader zou zijn geboren. Zeus had, zo luidt deze sage, zijn eerste gemalin, de godin Metis (d. i. "de schranderheid") verslonden, omdat hij vreesde, dat zij hem een zoon zou baren, die hem de wereldheerschappij, welke hij zich met zoveel moeite had verworven, weer zou ontrukken. Ten gevolge van die daad bracht hij na enige tijd Athena of Pallas Athena ter wereld, die volwassen en gewapend uit zijn hoofd tevoorschijn trad. Toen het ogenblik was gekomen, waarop zij het levenslicht zou aanschouwen, moest Hephaistos het hoofd van Zeus opensplijten, om hem te verlossen van een ondraaglijke hoofdpijn, en nu sprong zij daaruit met opgeheven lans onder het aanheffen van een krijgslied tevoorschijn. Een geweldige omwenteling in de natuur, een hevige aardbeving en een even heftig opbruisen van de zee gingen met de geboorte van Pallas Athena, die ook de geweldige godin van de oorlog zou zijn, gepaard.

Aangezien Athena in volle wapenrusting uit het hoofd van Zeus tevoorschijn trad, is zij dus van nature uit voorbestemd om godin van de oorlog te zijn; maar zij is niet gelijk aan de woeste Ares. Zij beschermt de staat, die in oorlog is verwikkeld, wanneer die oorlog moet dienen tot rechtmatige afwering van de aanval van vreemden, of ook, wanneer hij ter wille van hogere belangen is ondernomen en een bekwame en verstandige leiding van de krijg de staat voordeel kan aanbrengen. Legt zij haar wapenen af, dan is er vrede op aarde. Dat duidt de mythe aan door te verhalen, dat, zodra zij, uit het hoofd van haar vaders getreden, de opgeheven lans naar de aarde had gebogen, de lucht opklaarde. Op het eiland Rodos wist men te spreken van een gouden regen, die Zeus bij haar geboorte over het eiland had uitgestort, hetgeen natuurlijk een zinnebeeldige uitdrukking is voor het neerdalen van het zuivere licht van de aether op de aarde.

Athena glaukios[bewerken]

Een bijnaam, die door de dichters zeer dikwijls aan Athena gegeven werd, glaukopis, d. i. "de godin met schitterende ogen" en de uil, die deze eigenschap met haar deelt, en steeds als haar trouwe begeleider wordt voorgesteld, hebben ook betrekking op de lichtgevende godin van de reine, heldere aether.

Athena Promachos[bewerken]

Letten we nu op de betekenis van Athena als ethische godin, gaan we haar betrekkingen na tot het leven en werken van de mensen, dan hebben we haar vooreerst te beschouwen als een godin van de oorlog. Het zijn voornamelijk de oudere hymnen en sagen, die deze trek van haar wezen op de voorgrond stellen. Met een enorm standbeeld werd zij als Athena Promachos, d. i. als de godin, die ook in de strijd de stad zou beschermen en verdedigen, op de Akropolis van Athene vereerd. In Boeotië, in Macedonië was het vooral de godin van de oorlog, aan wie men hulde bracht. Dikwijls wordt zij dan ook naast Ares genoemd. De grootste helden van de oudheid staan onder haar voortdurende bescherming. Perseus en Bellerophon, de Aetolische Tydeus, de uit de stam van de Minyers gesproten Iason en de nationale heros van gans Griekenland, Herakles, allen mochten ze zich in haar steun en haar bescherming verheugen. In de Trojaanse Oorlog stond zij Achilleus, Diomedes en Odysseus trouw ter zijde.

Met de helden beklimt zij soms de strijdwagen, met haar lans velt zij alles, wat haar in de weg treedt, zelfs doet zij die goden wijken, die voor haar in kracht moeten onderdoen. Haar moed blijft haar altijd bij, maar niet minder haar tegenwoordigheid van geest; zelfs in het uiterste gevaar blijft zij kalm en onverschrokken. Hoewel de godin even fanatiek aan de strijd deelneemt als Ares, houdt Athena zich meer bezig met strategieën, in plaats van enkel grof bloedvergieten. En is de strijd geëindigd en het gevaar geweken, dan verkwikt en sterkt en beloont zij de helden, die zij liefheeft en die zich haar waardig hebben gedragen.

Godin van de kunst[bewerken]

Grote eer genoot Athena ook als een godin van de werken en de kunsten van de vrede, waardoor zij hen, die haar huldigden en vooral haar lievelingsland gelukkig maakte. Dit deed ze vooreerst door de zorg voor het lichamelijk welzijn van de inwoners. Vooral in de sage van Erichthonios wordt gedoeld op de dubbele zegen, die zij aan Attica schonk door het gedijen van de vruchten en het heerlijk opgroeien van de ephebie. Zij is dus de beschermster van de epheben. Ja meer dan dat. Een bezoek door haar priesteres gebracht werd gerekend de echt te bevorderen. Jonggeborene kinderen hing men slangen om, uit goud vervaardigd, ter gedachtenis aan de wonderbare geschiedenis van Erichthonios. Zij had deze van Gaia (de Aarde), zijn moeder, tot zich genomen om hem te verzorgen en te verplegen. Zo blijft zij ook voor de kinderen zorg dragen. Op Delos wist men te verhalen, hoe zij Leto had bijgestaan, toen deze Apollon en Artemis ter wereld bracht.

Athena Hygieia[bewerken]

Maar als godin van de heldere hemel en van de zuivere, gezonde lucht werd zij ook vereerd als Athena Hygieia, de gezondheid aanbrengende godin. Ziekten werden door haar afgeweerd. Zij zorgde voor de instandhouding en vermeerdering van het menselijk geslacht.

Athena Polias[bewerken]

De Athena Giustiniani (Romeinse kopie van Grieks origineel, late 5e - vroege 4e eeuw v.Chr., Musei Vaticani, Rome).

En terwijl aldus het huisgezin, de familie, onder haar hoede stond, werd zij natuurlijk daardoor ook de godin, die de grotere vereniging van de mensen, de staat, welke het huisgezin tot grondslag heeft, beschermt en bewaakt. Polias heette ze in die hoedanigheid, niet alleen in Athene, waar de Oude Athenatempel aan haar was gewijd, maar ook op verscheidene andere plaatsen van Griekenland. Bij haar zwoeren de leden van de Boulè in Athene op het altaar aan haar gewijd, ook wel het Grote Athena-altaar genoemd, hun eed. De oudste verwijzing naar het altaar betreft het jaar 632 v.Chr.. Als een goede geest was zij in de ekklèsia tegenwoordig. De aloude rechtbank van de Areopaag was door haar toedoen gesticht en door die stichting had zij de Erinyen, die vroeger godinnen van de wraak waren geweest, weten te verzoenen en hen gemaakt tot Eumeniden, tot welgezinde godheden, die zegen en voorspoed over het land wilden verspreiden. Ook daar, waar Griekse stammen zich door een verbond nauwer aaneensloten was het Athena, die aan het hoofd van zulk een verbond stond en het overal met raad en daad steunde en beschermde.

Verder schreef men aan Athena de invoering van sommige bepaalde takken van cultuur en van sommige kunsten toe. Hier moet in de eerste plaats gewag worden gemaakt van de teelt van de olijfboom. Aan de verbouwing daarvan knoopt zich de sage vast van de strijd, die Athena met Poseidon om het bezit van Attica heeft te voeren gehad. Toen zij over dat bezit in twist geraakten, bepaalde Zeus, dat het landschap aan degene van hen zou worden toegewezen, die het met het nuttigste geschenk zou begiftigen. Poseidon schiep daarop òf het paard, òf door met zijn drietand tegen de aarde te slaan een bron van zout water, Athena daarentegen de olijfboom. De goden wezen de prijs aan Athena toe en sinds die tijd was de olijfboom haar boven alle andere bomen geheiligd. De boom, welke zij had doen ontstaan, stond in de onmiddellijke nabijheid van het Erechtheion en had een levenskracht, die niet kon worden vernietigd.

Toen de Perzen na de inneming van de stad onder Xerxes de tempel en ook de boom verbrandden, ontsproten terstond weer nieuwe loten uit de bodem. Ook op andere plaatsen in Attica trof men bepaalde aan de godin gewijde olijfbomen aan, zo stonden er b. v. in de Akademeia, een op korte afstand van Athena gelegen tuin, twaalf olijfbomen, die òf ook rechtstreeks aan Athena haar bestaan te danken hadden, òf voor loten van de olijfboom op de Akropolis werden gehouden. Ook buiten Attica was overal deze boom aan Athena geheiligd.

Athena Erganê[bewerken]

Wegens de verschillende kunsten, wier invoering aan haar werd toegeschreven, gaf men haar de bijnaam van Erganê, d.i. "in alle kunsten" - men had hier voornamelijk het weven en spinnen op het oog - "wel ervaren." Bij Homeros wordt menigmaal van de kunstige werken van Athena gewag gemaakt, van sierlijke kleren, die zij òf voor zichzelf, òf voor de helden, die zij beschermde, had vervaardigd. In Klein-Azië ontstond daaruit de sage van haar wedstrijd met Arachne, die zich met de godin in kunstvaardigheid had willen meten en tot straf daarvoor in een spin was veranderd.

Van hier ook, dat het grootste geschenk, hetwelk haar jaarlijks door de Atheners werd gebracht, in een prachtig bewerkt kleed (peplos) bestond. Ook de Trojaanse vrouwen - de dienst van de Trojaanse Athena had trouwens zeer veel overeenkomst met die de Griekse - brachten om de godin te verzoenen haar het schoonste van hun kleren ten offer.

Doch niet alleen spinnen en weven leerde zij aan de mensen, zij schonk hun ook de hark en de ploeg en leerde hen de stier te gebruiken bij de akkerbouw; alle kunstige arbeid, vooral die, welke besteed werd aan het vervaardigen van vrouwelijke sieraden vond hun oorsprong in Athena; ja ook de timmerman, de goudsmid, de wagenmaker, de pottenbakker en de scheepstimmerman konden haar hulp niet ontberen. De Romeinse dichter Ovidius voegde hier nog de volder, de schilder, de schoenmaker bij, om aan te duiden dat alle kunstenaars en alle handwerkslieden van haar hulp en steun moesten ontvangen.

Voorts werden haar uitvindingen toegeschreven op het gebied van de muziek en de dans. Zij had het eerst de fluit bespeeld en Lydië en Boeotië wedijverden om de eer van het eerst de tonen daarvan te hebben gehoord. Een legende, die wellicht aan die wedijver haar ontstaan te danken had, verhaalde dat Athena het fluitspel had laten varen, toen ze in het water van een beek had gezien, dat het opblazen van haar wangen haar gelaat mismaakte. De door haar weggeworpen fluit werd gevonden en meegenomen door de Sileen Marsyas. Toen hij haar begon te bespelen, werd hij echter door Athena bestraft.

Ook de krijgstrompet was door haar uitgevonden. Eveneens een krijgsdans, de pyrrhiche, dien zijzelf het eerst had gedanst ter viering van de overwinning op de Giganten behaald en die daarom ter hare ere bij de Panathenaeën telken jare werd opgevoerd.

Godin van het verstand[bewerken]

Tot slot is zij, de godin van de reine, heldere aether, ook de godin van de helderheid van geest, van het bedaard en kalm overleg. Daarom is zij juist de beschermgodin van de bedachtzame en vindingrijke Odysseus, daarom komt zij in de strijd tussen Achilles en Agamemnon de eerste tot kalmte en bedaardheid vermanen, daarom is zij de godin geworden van de wijsgeren en van alle beoefenaars van de wetenschap. Die trek in haar wezen trad vooral in Athene op de voorgrond. Dit laat zich verklaren door de grote zuiverheid en helderheid van de lucht van Attica, die ook op de vermogens van de geest gunstig terugwerkte. Het was deze eigenschap ook, die Athena door de innigste banden aan haar vader Zeus verbond. Zij is als het ware de personificatie van de schranderheid van Zeus. Dit belet evenwel niet, dat zij soms aan listige plannen, die tegen haar vader worden gesmeed, deelneemt.

Relatie met andere goden[bewerken]

Hephaistos[bewerken]

Een van de oudste sagen, die de Atheners omtrent hun godin wisten te verhalen, betrof de liefde, welke Hephaistos voor haar had opgevat. Ofschoon de godin de aanzoeken van de god afwees, ontstond toch uit de vurige begeerte van de god om haar te bezitten een wezen, half slang en half mens, Erechtheus of Erichthonios genaamd. De kiem, die eenmaal aan dit wezen het aanzijn zou schenken, was, zo luidde het verhaal, door Athena in een vlok wol gehuld en op de aarde neergeworpen. Het is duidelijk, dat we hier met een zinnebeeldige voorstelling van een zeer gewoon natuurverschijnsel te doen hebben. Uit de hete bodem van de aarde, hier zinnebeeldig door Hephaistos voorgesteld stijgen onreine dampen tot de reinen aether op. Deze wordt daardoor niet bezoedeld, maar zij blijven in een wollige wolk gehuld daar beneden hangen tot ze als bevruchtende regen weer op aarde neerdalen.

Ares[bewerken]

Tussen haar en Ares, de god van de woeste strijd, is een groot onderscheid. Haar is het niet te doen om te strijden; zij stormt niet als een zinneloze los op het wildste slaggewoel; kalmte, overleg, vastberadenheid schenken haar de overwinning, wanneer zij ten oorlog trekt ter verdediging van heilige rechten of ter bereiking van een edel doel. Geheel tegenover staat in dit opzicht Aphrodite. Athena is de krachtige sterke godin, Aphrodite de krachteloze, die de kunst van de oorlog niet verstaat. Deze Athena brengt steeds de overwinning met zich mee. Zij is daarom bijna identiek met Nike, de godin van de overwinning.

Poseidon[bewerken]

Ook naast Poseidon wordt zij vereerd, omdat zij even als deze ene godheid is, die behagen schept in hen, die zich aan de zeevaart wijden en in hen, die de onstuimige kracht van het paard weten te temmen en aan zich dienstbaar te maken. Als Hippia, de godin van de paarden en ruiters werd zij op een heuvel van het in de onmiddellijke nabijheid van Athene gelegen plek Kolonos vereerd; op de zuidpunt van Attica, het voorgebergte Kaap Soenion, bracht men haar hulde als de beschermgodin van hen, die de zee bevaren. In Athene had zij aan Erichthonios geleerd de paarden voor de wagen te spannen; te Korinthe verhaalde men, hoe zij het was geweest, die aan Bellerophon had getoond, hoe hij het gevleugelde paard Pegasus moest temmen. Op verschillende plaatsen roemde men haar en Poseidon als de godheden, die de paardenteelt onder hun hoede nemen en de mens leren zich het paard dienstbaar te maken. Als beschermster van de zeevarenden deed zij zich kennen, toen zij voor Danaos het schip met vijftig roeiriemen bouwde, waarmee hij uit Egypte naar Griekenland vluchtte. Eveneens, toen zij de Argo bouwde of hielp bouwen, het schip waarmee Iason en de zijne uittrokken om het Gulden vlies uit Colchis te halen. Ook het paard van Troje, dat door of op raad van Athena werd gebouwd en het middel werd, waardoor de Grieken eindelijk de stad binnendrongen, heeft betrekking op deze zijde van het wezen van de godin. Natuurlijk stonden al deze voorstellingen onmiddellijk in verband met de wolken, die zich aan de aether vertonen en die zo dikwijls met snelle paarden of vlugge schepen worden vergeleken.

Trojaanse Oorlog[bewerken]

Athena koos in de Trojaanse Oorlog partij tegen de Trojanen, omdat zij het aan Paris niet kon vergeven, dat hij de gouden appel, die voor "de schoonste" was bestemd, niet aan haar had toegewezen. Niet alleen Paris, maar ook al zijn landgenoten, hadden dientengevolge voortdurend van haar haat en haar vervolgingen te lijden. In deze oorlog, die door sterfelijken werd uitgevochten, maar uitgelokt was door twist onder de goden, richtte Athena zich zelfs tegen een aantal medegoden, die in de strijd partij kozen voor de Trojanen.

Niet-Griekse invloeden op het beeld van Athena[bewerken]

In hoeverre de dienst van de Egyptische godin Neith of Fenicische invloeden op de oorspronkelijke vorming en ontwikkeling van de voorstellingen van de Grieken omtrent Pallas Athena invloed hebben uitgeoefend, valt moeilijk te bepalen. Zeker is het, dat de figuur van Athena, zoals zij ons in de gedichten van Homeros wordt afgeschilderd, een echt, eigenaardig Grieks karakter bezit en dat daarin geen sporen van vreemde invloed zijn te herkennen.

De Athena-verering stamt uit oeroude tijden; de naam is ongrieks en laat zich niet bevredigend verklaren, evenmin als enkele oude eretitels die de godin in Homerus' epen draagt. Haar karakter is tweeslachtig: zij was enerzijds de krijgshaftige jonkvrouw, godin van de oorlog, die de dappere, geordende strijd ter verdediging van vaderland en recht steunde, voorop in het gevecht ging en de zege schonk; legendarische helden zoals Achilles, Diomedes en Odysseus stonden onder haar hoede.

Anderzijds was Athena de godin van welvaart en vrede, de schenkster van alles wat de beschaafde maatschappij kenmerkt. Zij handhaafde recht en wet, was beschermster van de volksvergadering en leerde de mens het hanteren van de ploeg en het vuur en hoe de paarden voor de wagen te spannen; naast kunst en wetenschap was het vrouwelijk handwerk haar bijzonder dierbaar.

Attributen en symbolen[bewerken]

Dezelfde zinnebeeldige voorstelling, welke ten grondslag ligt aan deze verhalen omtrent de geboorte van Athena, treft men ook aan in haar voornaamste attributen en symbolen, de Aegis en het Gorgoneion; de Aegis , het schild, of het pantser, of de mantel, die Zeus en Athena gezamenlijk bezitten, het Gorgoneion, het in het midden daarvan geplaatste hoofd van de Gorgo Medusa, beide voorstellingen van de dichte wolk, die de donder en de bliksem in zich bevat, en dus tevens van de duisternis, waaruit het licht wordt geboren. Hoewel het hoofd van Gorgo zijn plaats verkreeg op de Aigis, die aan Zeus toebehoorde, was het toch door Perseus aan Athena geschonken en het was dan ook een van de attributen, zonder welke de godin nooit werd gedacht of voorgesteld. Vooral geldt dit voor de voorstelling van de godin te Athene, en in de eerste plaats op de Akropolis van Athene, de burcht der stad, die allang geheel aan de dienst van deze godin werd gewijd. Aan de zuidelijke muur van de Akropolis zag men een groot, verguld Medusahoofd op een Aigis, dat diende om de verschrikking aan te duiden, waarmee Athena als Promachos, als schutsgodin van haar lievelingsstad de vijanden van haar muren zou verdrijven. Ook de uil was haar geheiligd.

Feesten[bewerken]

Het nauw verband, waarin zij tot die aether staat, blijkt ook uit de symbolische plechtigheden bij verschillende van haar feesten. Nergens werden die feesten in grotere getale en met meer luister gevierd dan in Attica, met name te Athene. Op de Akropolis had zij twee tempels, genaamd het Erechtheion, en het Parthenon. Van beide zijn nog aanzienlijke overblijfselen tot op onze tijd bewaard gebleven. In het Erechtheion bewaarde men het oudste houten beeld van Athena, dat heette uit de hemel te zijn gevallen, en de gedenktekenen van haar strijd met Poseidon om het bezit van het landschap Attica. Het Parthenon was, zoals zijn naam aanduidde, de tempel van de "maagdelijke godin." Daar was haar beroemdste beeld, door Pheidias (+ 431 v.Chr.) vervaardigd, daar waren de heerlijkste beeldhouwwerken, alle de lof van de godin verkondigende, daar werden de staatsgelden en de staatsarchieven bewaard.

Het spreekt van zelf, dat Athena als godin van de natuur een grote invloed uitoefende op de landbouw, op het gedijen van het zaad, en daarom in de loop van het jaar op verschillende wijzen werd aanroepen en met verschillende feesten geëerd. In de zaaitijd werd wel voornamelijk Demeter gehuldigd, maar van de drie heilige ploegen, waarmee het teken werd gegeven, dat de zaaitijd was aangebroken, waren er twee aan Athena gewijd (respectievelijk Skiras en Polias). Ook bij het ontkiemen van de vruchten wendde men zich tot Athena om verdere zegen. Voorts werd door een hele reeks van plechtigheden en gebruiken, meestal van sombere aard, door reinigingen en verzoeningen de hulp van de godheden van de aether afgesmeekt tegen de verzengende hitte van de zonnestralen in de zomertijd. Hiertoe behoorden de Plynteriën en Kallynteriën, die in de maand Thargelion (mei) werden gevierd. Dan werd de peplos, het mooi bewerkte kleed, van het oude beeld van de godin afgenomen en het beeld zelf gewassen, een plechtigheid waarmee niet alleen op reiniging werd gedoeld, maar ook op de in die tijd voor de zaadvelden zo nodige vochtigheid. In juli vierde men de Skirophoriën. Dan werd het beeld van Athena met gips, met kalkaarde bestreken. Nog heden ten dage is het fijne stof daarvan, als de hete zomertijd is aangebroken een plaag voor het landschap Attica. Dan werd een grote optocht gehouden, waarbij de priesters en priesteressen grote zonneschermen droegen, om de gloeiende zonnehitte te keren. Ook op dit feest zocht men dus bij Athena bescherming tegen de kwade gevolgen van de verschroeiende stralen van de zon. Eveneens stond het feest van de Ersephoriën of Arrephoriën (waarvoor het Arrephorion was gebouwd) met Athena als godin van de natuur in verband, en dit kan ook worden gezegd van het grootste feest dat ter ere van de godin in Athene werd gevierd ten tijde van de oogst, van de Panathenaeën. Bij dit feest, dat in pracht door geen van de andere ook maar in de verste verte werd geëvenaard, trad langzamerhand de ethische betekenis van Athena op de voorgrond. Toch bleven ook daarbij de gaven die zij als godin van de natuur had geschonken in gedachtenis, vooral het geschenk van de olijfboom. Oude mannen en vrouwen droegen bij de plechtige optocht, die ter gelegenheid van de Panathenaeën werd gehouden, olijftakken in de handen en degenen die in de wedstrijd op dit feest hadden gezegevierd, werden met olijftakken van de heilige boom bekranst en kregen als beloning amforen met olie van die boom gewonnen. Tot slot werd ten tijde van de wijnoogst bij de Oschophoriën naast de godheden die de wijnbouw meer in het bijzonder ter harte ging, ook Athena dankbaar herdacht als de godin die aan het hele landschap zegen en vruchtbaarheid schonk.

De beeldende kunsten[bewerken]

Wat nu de afbeeldingen van de godin betreft, deze waren in alle door Grieken bewoonde streken zeer talrijk. Van de oudere beelden, wier houding nog niet de losheid en natuurlijkheid van de latere Oud-Griekse kunstwerken bezaten, stelden sommige de godin zittende voor, als de godin van de vrede, meestal met een spinnewiel aan haar zijde. Andere beelden toonden haar met opgeheven lans en uitgestrekt schild als godin van de oorlog. Zulke beelden noemde men gewoonlijk Palladiën. Van het voortdurend bezit daarvan hing het heil en het behoud van de staat af. Zulk een Palladion werd aan de Trojanen door Odysseus met behulp van Diomedes ontvreemd.

Athene, Argos, de meeste steden van beneden-Italië, ja zelfs Rome beroemden zich op het bezit van zulk een Palladion. Die beelden waren, naar men zei, uit de hemel gevallen en omtrent het vinden daarvan en de zonderlinge lotgevallen en omzwervingen van sommige van hen was een groot aantal sagen in omloop.

Athena, gekleed in een chiton en himation die de Aegis draagt, in het midden, met Ajax, zoon van Telamon, die een schild draagt aan haar rechter- en een Trojaan aan haar linkerzijde (oostfronton van tempel van Aphaïa, Egina, ca. 490–480 v.Chr., glyptotheek van München).

Tot die oudere beelden kan men ook het Athenabeeld rekenen, dat bij de tempel van de godin op het eiland Egina in 1811 gevonden werd en thans in de glyptotheek te München wordt bewaard.

Hoe goed het beeld van Athena aan alle Grieken, althans aan alle Atheners, bekend was, blijkt uit het verhaal dat Peisistratos, uit Athene verdreven, zich in de stad liet terugvoeren op een wagen, gezeten naast een vrouw die met al de attributen van de godin Athena was getooid en dat de Atheners hem opnamen, menende dat hun godin zelf hem had teruggebracht.

De latere, fraaiere beelden van Athena waren alle van het type dat werd ontworpen door de grote beeldhouwer Pheidias. Drie door deze beeldhouwer vervaardigde beelden van Athena trokken in de klassieke oudheid vooral de aandacht, vooreerst het beeld in het Parthenon uit goud en ivoor samengesteld, ten tweede het reusachtige en toch mooie bronzen beeld van Athena Promachos op de Akropolis, dat vervaardigd was uit de buit bij Marathon behaald en tot slot een bronzen beeld, dat door Atheense kolonisten op het eiland Lemnos was opgericht en daarom de Lemnische Athena genoemd werd. De bevalligheid van dit beeld was zo groot, dat men daar de godin "de schone" placht te noemen. Het stelde Athena voor als de kunstvaardige godin van de vrede. Geen helm dekte haar het hoofd, doch de maagdelijke schroom op haar gelaat uitgedrukt was het schoonste sieraad, dat de beeldhouwer aan haar hoofd geven kon.

Ook de bustes, beelden en afbeeldingen van de latere Griekse kunst laten zich in twee hoofdgroepen verdelen, waarvan de ene de godin als een godin van de oorlog voorstelt, de andere haar de attributen geeft, die aan Athena Erganê passen.

Literatuur[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Athena.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. G. Neumann, Der lydische Name der Athena. Neulesung der lydischen Inschrift Nr. 40, in Kadmos 6 (1967), pp. 80-87.
  2. Kn V 52 (tekst 208 in Ventris en Chadwick).
  3. T. Palaima, Appendix One: Linear B Sources, in S. Trzaskoma - e.a. (edd.), Anthology of Classical Myth: Primary Sources in Translation, Indianopolis, 2004, p. 444.
  4. W. Burkert, Greek religion: archaic and classical, Malden - Oxford - Carlton, 1985, p. 139.
  5. Ventris en Chadwick [p. ?]
  6. "Dat is een ernstige kwestie en daar ik denk, mijn vriend, dat de moderne vertolkers van Homerus mogen helpen in het uitleggen van de visie van de voorouders. Want de meesten van deze handhaven in hun verklaringen van de dichter dat hij met Athena "geest" (nous) en "intelligentie" (dianoia) bedoelde, en de maker van de naam een eenvormig begrip over haar schijnt te hebben gehad; en benoemt haar inderdaad met een nog hogere titel, "goddelijke intelligentie" (Thou noesis), alsof hij zou zeggen: Dit is zij die de geest van God heeft (Theonoa);- een a gebruikend als een dialectische variatiant e, en i en s weglatende. Misschien, echter, zou de naam Theonoe kunnen betekenen "zij die goddelijke dingen weet" (Theia noousa) beter dan anderen. Noch zullen wij er ver naast zitten als we aannemen dat de auteur daarvan wenste deze Godin met morele intelligentie (in ethei noesin) te identificeren en daarom aan haar de naam ethonoe gaf; die, echter, ofwel hij ofwel zijn opvolgers hebben veranderd in die wat zij dachten een mooiere vorm te zijn en haar Athena noemden." (Cratylus 407b).
  7. "Als grondlegster van de stad heeft men daar een Godin, in het Egyptisch Nèïth geheten, in het Grieks, naar het zeggen van de lieden van daarginds, Athèna. Zij verzekeren, zeer Atheens-gezind en op een of andere wijze met ons hier verwant te zijn." (Timaeus 21e)