Palliatieve sedatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Palliatieve sedatie of terminale sedatie is het toedienen van slaapmedicatie zoals met name midazolam tijdens de stervensfase van een patiënt. Hierbij wordt de onderliggende ziekte niet meer behandeld en overlijdt een patiënt uiteindelijk aan zijn ziekte; een natuurlijke doodsoorzaak. Er is een belangrijk onderscheid met euthanasie, waarin actief het leven wordt beëindigd door middel van het toedienen van medicamenten zoals een slaapmiddel gecombineerd met een spierverslapper. Hierbij overlijdt een patiënt ten gevolge van het toedienen van medicatie; een niet-natuurlijke doodsoorzaak. Palliatieve sedatie wordt dan ook gezien als normaal medisch handelen en valt daardoor niet onder het Wetboek van Strafrecht, zoals dat bij euthanasie wel is. De arts heeft dan ook geen meldingsplicht.

Palliatieve sedatie is met nadruk geen passieve euthanasie. Deze laatste terminologie bestaat ook niet, daar het medisch handelen bij euthanasie altijd een actief karakter (dat wil zeggen het toedienen van medicatie met overlijden ten gevolg) kent.

Een Nederlands rapport van het Integraal Kankercentrum uit 2013 meldt echter dat de grens tussen palliatieve sedatie en euthanasie soms dun is, omdat men niet weet hoeveel slaapmiddelen men moet toedienen. In één op de tien gevallen loopt het daarom wel eens mis en wordt de patiënt meerdere malen wakker en lijdt deze toch nog pijn. In sommige gevallen worden noch de patiënt, noch de familie ingelicht.[1][2]

Situatie in Nederland[bewerken]

Methoden[bewerken]

Voor het starten van palliatieve sedatie door een arts dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. De belangrijkste is dat de patiënt aan wie palliatieve sedatie wordt toegediend terminaal is met een levensverwachting van minder dan twee weken. Daarnaast moeten er refractaire symptomen zijn zoals benauwdheid of pijn. Deze klachten zijn niet meer op een andere wijze te behandelen door bijvoorbeeld toediening van morfine.

Het meest gebruikte medicament is midazolam intraveneus of –indien patiënt thuis is subcutaan (onder de huid)– met behulp van een pompje. Deze toepassing is een vorm van niet-geregistreerd gebruik. In uitzonderlijke gevallen kan levomepromazine, fenobarbital[3] en propofol worden gebruikt. Deze medicijnen dienen onder supervisie van een anesthesioloog toegediend te worden.

Het toedienen en ophogen van morfine als eerste keus in het sederen van een patiënt bij palliatieve sedatie wordt gezien als een kunstfout. Dit veroorzaakt klachten als obstipatie en verwardheid. Wel kan het gebruikt worden als medicijn tegen benauwdheid.

Richtlijn[bewerken]

In de richtlijn die door de KNMG is uitgebracht wordt behalve op de methode ook de nadruk gelegd op de administratie (verslaglegging) door de arts. In deze richtlijn wordt uitgebreid ingegaan op de begeleiding van de patiënt en zijn familie, ook op verpleegkundig niveau.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties