Paltskapel (Aken)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Exterieur

De Paltskapel is het oudste deel van de Dom van Aken en werd gebouwd in 796. Met de Paltskapel wilde keizer Karel de Grote opnieuw Romeinse elementen in Aken introduceren. De hernieuwde belangstelling voor deze kunst kan verklaard worden uit het feit dat de levensomstandigheden voor de mensen in de 8ste en 9de eeuw verbeterden.

Bouw[bewerken]

De kapel bestaat uit zestien zijden en heeft een hoog achthoekig centraal gewelf. Dit gewelf is typisch voor Byzantijnse paleiskerken. De hoogte ervan, ongeveer 31 meter, is ook typisch voor Romaanse paleiskerken. De Byzantijnse bouwstijl werd echter niet volledig overgenomen. De ontwerper, Odo van Metz, nam geen Byzantijnse technieken over om de constructie lichter te maken. Een voorbeeld van zo’n techniek waren dunne bakstenen. De kapel is een zogenaamde octogoon met aan de westzijde traptorens en een hoger middenpartij, aan de oostzijde een laatgotisch koor(bouw van 1355-1414). De bouw van deze kapel is geïnspireerd op de laat-Romeinse Basiliek van San Vitale in Ravenna. De overeenkomsten met de San Vitale zijn terug te vinden in de achthoekige centraalbouw, de omgang met galerij, de overwelfde centrale ruimte, in de mozaïeken en in de uitgebouwde koor/kapelruinte. Ook verwijst de kapel naar de tempel van Salomo,wederom een achtzijdige centraalbouw met koepelgewelf. Karel de Grote,de opdrachtgever van dit technisch prestigieuze bouwwerk kende Ravenna en liet Romeinse bouwelementen in zijn paleiscomplex verwerken. Karel de Grote zag Aken als een tweede Rome.

Het is een van de vroegste met steen overwelfde gebouwen van behoorlijke afmetingen in Noord-Europa.

Materiaal[bewerken]

Om wel aan het gepaste materiaal te raken werden oude Romeinse ruïnes afgebroken. Meer kostbaar materiaal, zoals marmeren zuilen, werd rechtstreeks uit Italië en Ravenna overgebracht.Karel de Grote voerde ook Romeinse beelden in om de kapel mee te decoreren. Verder werd ook Italiaans mozaïekwerk en marmer gebruikt. Dit hergebruik wordt spoliatie genoemd.

Kroningsplaats[bewerken]

Na zijn dood werd Karel de Grote begraven in de Paltskapel. Vanaf 936 wordt de Paltskapel de kroningsplaats van de Duitse koningen, dit gedurende zeshonderd jaar. Karel de Grote blijft niet de enige persoon die begraven werd in de kapel. In 1002 wordt keizer Otto III bijgezet. Tijdens de gotische tijd komen om de zeven jaar ook pelgrims op bedevaart naar de kapel.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Tekens ASO 3.2 – leerboek door Jef Swerts, Marc Mullens en Chris Zwysen
  • Erfgoed van eeuwen: Westerse maatschappijgeschiedenis van Hellas tot heden door Paul Schneiders