Paniekstoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap4.svg     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

De paniekstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de angststoornissen. Vroeger werd het verward met hyperventilatie. Het belangrijkste kenmerk van de stoornis is het regelmatig optreden van paniekaanvallen. Iedereen kan in paniek raken in een (levens)gevaarlijke situatie, maar bij de paniekstoornis is de paniek pathologisch en niet in verhouding tot de omstandigheden. Indien de paniek herhaaldelijk optreedt door confrontatie met een (specifiek) object of situatie, kan sprake zijn van een andere psychische aandoening, bijvoorbeeld PTSS of een fobie (zie de exclusies in criterium D).

Paniek is een korte, maar zeer sterke vorm van angst die zowel lichamelijke als psychische gevolgen heeft. De persoon heeft tijdens een aanval een verhoogd hartritme, transpireert, heeft ademhalingsproblemen, kan misselijk of duizelig worden en heeft soms koude rillingen. Psychisch ervaart de persoon angst om dood te gaan of lichamelijk letsel op te lopen, heeft een verdoofd gevoel en ervaart derealisatie of depersonalisatie.

In veel gevallen komt het voor dat de persoon ook een angst ontwikkelt om een paniekaanval te krijgen. Hij zal in dit geval alle situaties mijden die dit risico met zich meedragen. Dit wordt agorafobie of pleinvrees genoemd. Het DSM-IV onderscheidt de paniekstoornis met en zonder agorafobie als twee afzonderlijke aandoeningen. Het handboek vermeldt ook agorafobie zonder historie van de paniekstoornis (dus agorafobie zonder paniekaanvallen).

Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor de paniekstoornis met agorafobie:

  1. Herhaalde onverwachte paniekaanvallen.
  2. Minimaal één van de aanvallen is gevolgd door minstens één maand met minstens één van de volgende criteria:
    1. Aanhoudende zorg over nieuwe aanvallen.
    2. Zorg over implicaties of gevolgen van de aanval (bijvoorbeeld de macht over zichzelf verliezen, een hartaanval krijgen, gek worden).
    3. Een duidelijke verandering in gedrag in relatie tot de aanvallen.

Voor de paniekstoornis zonder agorafobie gelden de volgende criteria:

  1. Herhaalde onverwachte paniekaanvallen.
  2. Minimaal één van de aanvallen is gevolgd door minstens één maand met minstens één van de volgende criteria:
    1. Aanhoudende zorg over nieuwe aanvallen.
    2. Zorg over implicaties of gevolgen van de aanval (bijvoorbeeld de macht over zichzelf verliezen, een hartaanval krijgen, gek worden).
    3. Een duidelijke verandering in gedrag in relatie tot de aanvallen.

[bewerken] Oorzaak

De oorzaak van de paniekstoornis een combinatie van biologische factoren (erfelijkheid; somatische stoornissen, zoals een mitraalklepprolaps of een afwijking van de schildklier) en psychische gebeurtenissen (life events).

[bewerken] Behandeling

Voor de paniekaanvallen is een SSRI het middel van eerste keuze. Voor de pleinvrees kan daarna in vivo desensitisatie worden ingezet.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen