Papegaaitje leef je nog?

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Papegaaitje leef je nog? is een traditioneel kinderliedje, dat gebruikt kan worden als klapliedje of kaatsliedje. Ook kan aan het einde van het liedje een kind worden gekieteld door het met een vinger in de zij te prikken.

Het wordt soms met twee coupletten gezongen, maar meestal komt het tweede couplet als zelfstandig liedje voor. Het tweede couplet heeft een ander ritme en een andere melodie dan het eerste couplet.

Oudste vindplaatsen van het liedje[bewerken]

De oudste bron met dit liedje in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut is het liedboek Chants Populaires flamands van A. Lootens en J.M.E. Feys (1879). De beginregel is daar: 'Papegaai is ziek en hij moet sterven. / Maak een appelmoes al van conserve'.

Verschillende handschriftencollecties van rond 1900 bevatten versies van het liedje. Hieronder de handschriftencollectie van G.J. Boekenoogen (verzameld tussen 1891-1930), deze geeft vier varianten van 'Papegaaitje leef je nog'. In de handschriftencollectie van het Bureau van het Nederlandse Volkseigen is het liedje gedateerd tussen 1910-1935. De incipit luidt daar: 'Papagaaitje leef je nog? / Ikabé' en er is sprake van slechts 1 coupletje. Als toelichting wordt 'kaatsen' gegeven.[1]

Tekst[bewerken]

De tekst van het huidige liedje gaat als volgt:

Papegaai is ziek
en hij moet sterven,
geef hem appelmoes
al van conserven,
voor onze gaai, voor onze gaai,
voor onze allerliefste, zoete papegaai.
Papegaaitje leef je nog
Ieja deeja
Ja, meneer ik ben er nog
Ieja deeja
'k Heb m'n eten opgegeten
En m'n drinken laten staan
Ieja deeja
Poef!

Kaatsen, klapspelletje of spelletje bij dit liedje[bewerken]

Dit liedje werd wel gebruikt bij het kaatsenballen.[1] Hierbij wordt met een of twee (tennis)ballen tegen de muur gegooid.

Ook is er een klapspelletje dat bij het tweede coupletje hoort. Twee kinderen zitten tegenover elkaar. Regel 1 en 3 (en ook regel 5-6): de kinderen klappen afgewisseld eenmaal in hun eigen handen en eenmaal diagonaal tegen de handen van de ander op de maat van de muziek. Regel 2 en 4 (en ook regel 7): het kind tikt zijn eigen schouders en vervolgens de eigen heupen aan (dit herhalen) op de maat van de muziek. Slotwoord: op 'poef' proberen de kinderen elkaar in hun zij te prikken of te kietelen.[2]

Bij een jonger kind kan de volwassene ook een spelletje bij dit liedje doen, door het kind op 'poef' in de zij of de buik te kietelen. Na een aantal malen zingen weet het kind het moment dat de 'poef' eraan komt, wat doorgaans een hoop hilariteit geeft.

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Papegaaitje leef je nog? op Wikisource
Bronnen, noten en/of referenties