Paraboolvlucht
Bij een paraboolvlucht volgt een vliegtuig een parabolisch vluchtpad, zoals dat ook in een kogelbaan te zien is. Tijdens het neerwaartse traject is het mogelijk een vrije val te simuleren, zodat in het vliegtuig microgravitatie ('gewichtloosheid') optreedt. Het vliegtuig is niet echt in vrije val, er is luchtweerstand die door de motoren wordt gecompenseerd. Voorwerpen en personen in het vliegtuig zijn wel in vrije val: ze ondervinden van de zwaartekracht dezelfde versnelling als de versnelling die het vliegtuig heeft, waardoor ze niet tegen de vloer of de wand gedrukt worden. Ze zijn daardoor effectief gewichtloos. Door de parameters van de paraboolvlucht aan te passen, kunnen ook andere valversnellingen gerealiseerd worden.[1]
Bij een zero-g vlucht vliegt het vliegtuig eerst onder een hoek van ongeveer 45° steil omhoog. Zodra het vliegpad minder steil wordt, wordt gewichtloosheid bereikt. Dit kan volgehouden worden totdat het vliegtuig een hoek van 30° naar beneden bereikt. Op dit punt heeft het vliegtuig een aanzienlijke hoeveelheid hoogte verloren en moet er opgetrokken worden met een draai omhoog. De krachten zijn dan juist extra hoog: ruwweg tweemaal de normale zwaartekracht (2g). Deze manoeuvre wordt over het algemeen in series van ongeveer 30 stuks herhaald. In elke cyclus van 60 à 70 seconden zijn de inzittenden zo'n 25 seconden gewichtloos om pal daarop juist extra zwaar te worden. Dit veroorzaakt vooral bij beginners vaak een gevoel van misselijkheid. De vliegtuigen waarmee deze manoeuvres uitgevoerd worden danken daaraan hun bijnaam Vomit Comet (kotskomeet).
Externe link [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |