Paradox van Jevons

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Steenkoolverbrandende fabrieken in het 19e-eeuwse Engelse Manchester. Verbeterde technologie maakte het mogelijk dat steen​​kool de brandstof voor de Industriële Revolutie werd. Hierdoor nam de consumptie van kolen sterk toe.

In de economie is de paradox van Jevons (soms ook het Jevons-effect genoemd) de stelling dat technologische vooruitgang die de efficiëntie verhoogt waarmee een productiefactor wordt gebruikt, er toe neigt de mate van consumptie van die factor te laten stijgen in plaats van te laten afnemen.[1] Het is het extreme geval van het rebound-effect.

In 1865 nam de Engelse econoom William Stanley Jevons waar dat technologische verbeteringen die de efficiëntie van het gebruik van steenkool deden toenemen, in een breed scala van industrieën juist leidden tot een verhoogde consumptie van steenkool. Hij stelde dat men er, in tegenstelling tot wat men zou verwachten, niet op kon rekenen dat technologische verbeteringen het brandstofverbruik zouden verminderen.[2]

Voetnoten[bewerken]

  1. Alcott, Blake (July 2005). Jevons' paradox. Ecological Economics 54 (1): 9–21 .
  2. Alcott, Blake, The Jevons Paradox and the Myth of Resource Efficiency Improvements, Earthscan, 2008, “Historical Overview of the Jevons Paradox in the Literature”, p. 7–78 ISBN 1-84407-462-5.