Paraffine
Paraffine behoort tot de groep van stoffen met de algemene formule CnH2n+2, de alkanen.
De molecuulformule voor paraffine is CH3(CH2)23CH3. De algemene molecuulformule is CH3(CH2)nCH3. Het smeltpunt is afhankelijk van de ketenlengte (n).
De ontdekking van paraffine in 1830 staat op naam van de wetenschapper baron Karl von Reichenbach (1788-1869). Het wordt dan nog een populaire brandstof voor verlichting en verwarming van huizen, voordat de elektriciteit en gas deze als energievoorziening gaan verdringen.
Tegenwoordig wordt paraffine naast stearine nog veel gebruikt ter vervaardiging van kaarsen en waxinelichtjes. Ook wordt het gebruikt als omhulsel voor kaas, om uitdroging te voorkomen.
Naast deze opties, kan het ook gebruikt worden bij de wintersport. Om ski's of snowboards beter te laten glijden over de sneeuw, worden ski's gewaxt. Hierbij wordt (vaak) gebruikgemaakt van paraffine.
In de medische wereld wordt paraffine gebruikt om stukjes weefsel in 'in te bedden'. Paraffine is hiervoor geschikt omdat het geen reacties aangaat met cel- en weefselonderdelen. De weefselonderdelen worden in vloeibare paraffine gebracht en na stolling kunnen er tot op een aantal micrometer nauwkeurig plakjes gesneden worden die vervolgens op een glaasje worden gelegd en met behulp van een microscoop bekeken kunnen worden.
Tenslotte komt het voor in medicijnen tegen hielkloven (uitdroging van de voet) en sommige huidcrèmes.