Parafilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seksuele diversiteit
Lijn

Algemeen
Seksualiteit / Gender

Verzamelbegrippen
Holebi / LGBT
Parafilie

Naar geslacht
Aseksualiteit
Biseksualiteit
Heteroseksualiteit
Homoseksualiteit
Infantilisme
Interseksualiteit
Panseksualiteit
Poliseksualiteit
Transseksualiteit

Naar rolmodel
Androgynie
Polyamorie
Queer
Transgenderisme
Travestie

Naar leeftijd
Efebofilie
Gerontofilie
Pederastie
Pedofilie

Naar object
Fetisjisme
BDSM/Sadomasochisme

Parafilie (van het Griekse para παρά = naast en -philia φιλία = vriendschap, hier liefde) is de verzamelnaam van een groep seksuele gedragingen of fantasieën die over het algemeen als afwijkend van de heersende normen worden beschouwd. Hiertoe behoren (zeer) schadelijke gedragingen (en daartoe mogelijk leidende fantasieën), maar ook bestaan er geheel onschadelijke parafilieën. Voorbeelden zijn seksuele opwinding door voorwerpen, (gespeeld) agressief of vernederend gedrag, seksuele handelingen met kinderen en seksueel gedrag zonder instemming van de ander. Als het seksueel gedrag leidt tot ernstige problemen tussen een persoon en zijn omgeving, kan sprake zijn van een psychische aandoening.

Geschiedenis[bewerken]

De term werd gelanceerd door Wilhelm Stekel in de jaren 20 en werd opnieuw onder de aandacht gebracht door de seksuoloog John Money als een neutrale aanduiding voor ongebruikelijke seksuele interesses. Psychologen en psychiaters zijn eind 19de eeuw begonnen met het categoriseren van parafilieën om een duidelijker beeld te krijgen van de wettelijke en religieuze concepten van sodomie en perversie. De DSM-III uit 1980 nam het eerst parafilie op als eigen categorie; voorheen werd het beschreven onder seksuele afwijking.

Overzicht[bewerken]

DSM-IV[bewerken]

In het DSM-IV zijn de volgende parafilieën omschreven [1]:

Verder vermeldt het handboek nog een restgroep, niet anderszins omschreven. Bij deze restgroep horen necrofilie (lijken), klismafilie (rectaal inbrengen van vloeistof), coprofilie (ontlasting), telefoonscatologie (obsceniteiten over de telefoon), urofilie (urine) en partialisme (lichaamsdelen). Vanwege de onderliggende seksuele drang zou ook bijvoorbeeld apotemnofilie (een sterk overheersend verlangen om een of meer gezonde ledematen te laten amputeren, vaak zonder chirurgisch toezicht of begeleiding) hieronder gerekend kunnen worden.

Overige parafilieën[bewerken]

Op de Wikipedia-pagina Seksualiteit worden nog andere vormen omschreven (augustus 2013):

  • algolagnie - seksueel genot beleven aan pijn
  • bestialiteit - seks met dieren
  • bondage - seksuele stimulering door middel van vastbinden of overgeleverd zijn aan de ander door bewegingsbeperking
  • coprolagnie - seksueel genot beleven met (menselijke) uitwerpselen (poepseks)
  • efebofilie - seksuele voorkeur van volwassenen voor pubers vanaf 12 jaar
  • exhibitionisme - het zichzelf graag naakt vertonen (onder meer potloodventen)
  • frotteurisme - seksueel genot beleven aan het heimelijk aanraken van anderen
  • gerontofilie - seksuele aantrekking tot ouderen
  • infantilisme - seksueel genot beleven aan het als volwassenen spelen van een (jong) kind (ageplay).
  • niet-penetratieve seks - seks zonder feitelijke geslachtsgemeenschap
  • nymfomanie - overmatige seksuele drift van de vrouw
  • promiscuïteit - veel wisselende seksuele contacten
  • publieke seks - seks in de openbare ruimte
  • sadomasochisme - seksuele uitingen waar macht, vernedering en/of pijn een belangrijke rol spelen
  • saliromanie - seksueel genot beleven aan vies, zoals kots, uitwerpselen, enzovoorts (ook scat)
  • satyriasis - overmatige geslachtsdrift van de man. Synoniemen zijn gynaecomanie, satyromanie
  • seksverslaving - verslaving aan seks
  • voedsel-erotiek - erotiek en seks met etens- en drinkwaren
  • wurgseks - seksueel genot door het dichtknijpen van de keel

Controverse[bewerken]

In de wereld van de psychologie en psychiatrie bestaat al geruime tijd discussie over de classificatie van parafilieën als psychische aandoening. Er is een stroming die stelt dat de classificatie te veel berust op maatschappelijke visies en normen. Men trekt dus de fundamentele psychopathologische aard van parafilieën in twijfel en stelt dat deze uit de handboeken geschrapt moet worden. Anderen menen dat de parafilieën niet als zodanig geschrapt hoeven te worden, maar wel scherpere criteria behoeven. Homofilie en zoöfilie zijn als zelfstandige parafilie inmiddels uit de classificatie verdwenen. Zoöfilie wordt vermeld onder 302.9 Paraphilia NOS (Parafilie niet anders omschreven) (DSM-IV-TR) eveneens wordt homofilie geregeld vermeld onder 302.9 Paraphilia NOS. Diagnoses waarin de focus van klinische aandacht primair gericht is op homofilie als As I stoornis (zie DSM-IV-TR Multiaxial Assessment) komen tegenwoordig weinig meer voor, tenzij homofilie samengaat met "significant leed" en daardoor klinische aandacht behoeft.

Wetgeving[bewerken]

Verschillende landen hebben verschillende normen voor de eventuele strafbaarheid van parafilie. In hedendaags Nederland vormt consensus van de betrokken partijen en dus hun meerderjarigheid een belangrijk criterium. Daarnaast is, in het geval van pedofilie en zoöfilie, het bezit van afbeeldingen van seksuele handelingen met kinderen of dieren verboden.

Nederland[bewerken]

Zie:

Bronnen, noten en/of referenties