Parallelweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische tekening van een hoofdweg met vent/parallelwegen aan weerszijden
Schematische tekening van een doorgaande snelweg met parallelbanen voor lokaal verkeer

Een parallelweg, ook wel ventweg genoemd, loopt parallel aan een weg met een belangrijke verkeersfunctie. De weg is van de bijhorende doorgaande hoofdweg gescheiden door een berm, vangrail of sloot.

De scheiding hoofdweg-parallelwegen zorgt ervoor dat verkeer met een lokale bestemming het doorgaande verkeer niet hindert en draagt bij aan een betere doorstroming en grotere veiligheid.

Een parallelweg kan verschillende uitvoeringen hebben; in de vorm van een smalle weg langs provinciale wegen komen ze het vaakst voor. Vooral fietsers en landbouwvoertuigen maken er dan gebruik van en kunnen zo ongehinderd op de plaats van bestemming komen. Uitgebreidere uitvoeringen zijn te vinden langs drukke stadssnelwegen met veel op- en afritten. De A12 ten zuiden van Utrecht is als een van de eerste snelwegen uitgerust met evenwijdig lopende parallelbanen. Alleen via de parallelwegen zijn de verschillende aansluitingen naar de stad te bereiken. Doorgaand verkeer op de hoofdrijbanen zelf heeft op die manier geen last van in- en uitvoegend verkeer.

Het scheiden van lokaal en doorgaand verkeer heeft een positieve invloed op de doorstroming en daarom wordt de A2 langs Utrecht, 's-Hertogenbosch en Eindhoven op dit moment omgebouwd en uitgerust met parallelbanen. In de toekomst zullen ook de A15 bij Rotterdam, de A4 bij Hoofddorp en andere drukke snelwegen met parallelbanen uitgerust worden.[1]

De meeste parallelbanen zijn een deel van een drukke ringweg, bijvoorbeeld Ring Rotterdam, Ring Utrecht of Ring Den Haag.

Referenties[bewerken]

  1. Alternatief sorteren, Rijkswaterstaat, ingezien op 21 november 2014