Parelskink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Parelskink
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008)
Exemplaar uit Griekenland.
Exemplaar uit Griekenland.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Scincomorpha (Skinkachtigen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Chalcides
Soort
Chalcides ocellatus
Forsskål, 1775
Afbeeldingen Parelskink op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Parelskink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De parelskink[1] (Chalcides ocellatus) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Peter Forsskål in 1775. Oorspronkelijk werd de naam Lacerta ocellata gebruikt.[2] De skink komt voor in delen van zuidelijk Europa, grote delen van noordelijk Afrika en het Midden-Oosten.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De parelskink heeft een beige tot donkerbruine kleur, met duidelijk grotere achter- dan voorpoten. Ook heeft de skink vele kleine witte, maar dik zwartomrande oog-vormige vlekken op de rug en flanken, waaraan de naam te danken is. De poten zijn kleiner dan bij veel andere hagedissen, maar niet zo klein als die van de indirect verwante pootloze graafskink (Acontias breviceps), waarbij de poten zelfs volledig ontbreken. De lichaamslengte is inclusief staart tot 26 centimeter maar veel Europese exemplaren blijven kleiner rond de 20 cm. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes en hebben een relatief grotere kop.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De parelskink komt in Europa voor in Griekenland inclusief Peloponnesos en de meeste eilanden, Sardinië, Sicilië, Malta, en delen van oostelijk Italië bij de stad Napels. Buiten Europa leeft de soort in Noord-Afrika en delen van westelijk Azië.[2]

Menselijke aanpassingen worden niet geschuwd; zo is de skink te vinden in wijngaarden, stranden en plantenkwekerijen. Bij benadering echter is hij erg schuw en snel, en is meestal lang voordat men ze zou kunnen waarnemen weggeflitst onder een steen. De habitat bestaat uit zowel droge als wat vochtige gebieden, maar zanderige of lössgronden zijn vereist zodat het dier makkelijk kan graven.

Levenswijze[bewerken]

De skink graaft geen holen, maar ligt ingegraven met enkel de kop boven het zand. Het voedsel bestaat uit slakken, wormen en ook wel insecten, waarop zowel voor als na de middag gejaagd wordt; tijdens het heetste moment van de dag schuilt de skink onder stenen of houtstapels. Bij gevaar schieten ze onmiddellijk hun holletje in. Deze soort kan de staart afwerpen.

Voortplanting[bewerken]

De jongen komen levend ter wereld, er worden zo'n 6 tot 15 jongen per keer geworpen die ongeveer 6 centimeter lang zijn en al volledig zelfstandig zijn, ze kunnen zich vrijwel direct snel ingraven en leven van kleine insecten.

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De parelskink werd voor het eerste wetenschappelijk beschreven door Peter Forsskål in 1775 als Lacerta ocellata.[2] Het geslacht Lacerta wordt tegenwoordig echter tot de echte hagedissen (Lacertidae) gerekend. Ook werd de parelskink in het verleden tot verscheidene andere geslachten gerekend, zoals Scincus, Gongylus en Seps, zodat deze verouderde namen in veel literatuur nog worden gebruikt. De wetenschappelijke soortnaam ocellatus betekent 'oogvlekken dragend' en verwijst naar de ronde, afstekende vlekken aan de dorsale zijde van het lichaam.

Ondersoorten[bewerken]

Er worden tegenwoordig zes ondersoorten erkend, die zowel verschillen in uiterlijk als in verspreidingsgebied.

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 297 ISBN 90 274 8626 3.
  2. a b c Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Chalcides ocellatus
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Chalcides ocellatus - Website Geconsulteerd 11 augustus 2014