Parijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Parijs
Paris
Stad in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Flag of Paris.svg Grandes Armes de Paris.svg
(Details)
Parijs
Parijs
Situering
Regio Île-de-France
Departement Parijs (75)
Arrondissement 20 arrondissementen
Coördinaten 48° 52′ NB, 2° 22′ OL
Algemeen
Oppervlakte 105,4 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 2.249.975 (21.347 inw/km²)
Hoogte 28-130 m
Burgemeester Anne Hidalgo (PS)
Overig
Postcode 75001-75020 en 75116
Netnummer 01
INSEE-code 75056
Website www.paris.fr
Detailkaart
Parijs
Parijs
Locatie in Regio Parijs
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk
Parijs
Parijs: oevers van de Seine
Werelderfgoed cultuur
Paris.seine.750pix.jpg
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 600
Inschrijving 1991 (15e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
De Eiffeltoren, met op de achtergrond de wolkenkrabbers van zakendistrict La Défense

Parijs (Frans: Paris) is de hoofdstad en regeringszetel van Frankrijk. Het is ook een departement. Met 2,25 miljoen inwoners in de gemeente Parijs zelf en ruim 11 miljoen in het hele stedelijke gebied, met inbegrip van de banlieues (voorsteden) en de forensensteden daaromheen, is het de grootste stad van Frankrijk en de negende stad van Europa (en het vierde stadsgebied van Europa, na Moskou, Istanboel en Londen). Volgens de schattingen van het Institut national de la statistique et des études économiques had de stad Parijs zonder de agglomeraties in 2009 2.257.981 inwoners (Parijzenaars, in het Frans Parisiens en Parisiennes), terwijl dit er inclusief de agglomeraties in 1999 al 11.174.740 waren.[1][2][3]

Het volledige oppervlak van Parijs en alle agglomeraties bedraagt 2723 km².[4] De stad wordt in tweeën gedeeld door de rivier de Seine. Parijs is gesticht op het Île de la Cité, maar is inmiddels zo groot geworden dat de stad een gebied van zeven heuvels beslaat. In dit gebied lagen vroeger aparte dorpen, die nu een onderdeel van Parijs zijn. Parijs wordt tegenwoordig naast Londen, New York en Tokio beschouwd als een van de vier grote wereldsteden.

In Europa en in de wereld was Parijs al vroeg een centrum van cultuur. De stad ligt op een kruispunt van allerlei verschillende handelsroutes. De stad is tegenwoordig zeer internationaal georiënteerd dankzij een uitgebreide infrastructuur over land en in de lucht. In 2004 werd Parijs bezocht door een recordaantal toeristen (25 miljoen) volgens cijfers van het Office du Tourisme et des Congrès de la capitale française.[5]

Al in de 10e eeuw, toen de Notre Dame en een aantal abdijen werden gebouwd, was Parijs een van de belangrijkste steden van Frankrijk en daarnaast een belangrijke plaats voor het christendom. Sinds de 13e eeuw is het bij uitstek een stad waar onderwijs, kunst en recreatie een zeer centrale plaats innemen. Deze ontwikkeling is historisch mede het gevolg van de centralistische politiek die eeuwenlang binnen Frankrijk is gevoerd toen dit een republiek en een monarchie was. Binnen het kader van deze politiek werd zeer veel betekenis aan de hoofdstad toegekend. Sinds de jaren 1960 wordt het politieke beleid binnen Frankrijk gekenmerkt door decentralisatie en deconcentratie, waardoor er iets meer evenwicht binnen de landsgrenzen is ontstaan.

Naam[bewerken]

Etymologie[bewerken]

De naam Parijs is afgeleid van een Gallische stam, de Parisii, en in feite een verkorting van de Latijnse uitdrukking Civitas Parisiorum ("Stad van de Parisii").[6] Deze naam is in de plaats gekomen van Lutetia. In de tijd van het Romeinse Rijk werden de Parisii eveneens in de buurt van East Riding of Yorkshire aangetroffen. Over de uiteindelijke herkomst van de naam van deze volksstam bestaat geen zekerheid. De naam van de Parisii zit eveneens in de plaatsnamen Villeparisis, Cormeilles-en-Parisis, Fontenay-en-Parisis en de hele streek Parisis. Een niet serieus bedoelde alternatieve verklaring die Rabelais geeft in zijn Gargantua is dat de naam Parijs een samentrekking zou zijn van par ris, wat "om te lachen" betekent.[7]

Bijnamen[bewerken]

Parijzenaars zelf duiden de stad wel eens informeel aan met Paname. Bij velen staat de stad ook wel bekend als de lichtstad of de stad van de liefde.

Hoewel de officiële Franse benaming Parisiens/Parisiennes is, worden Parijzenaren door met name Zuid-Fransen informeel ook wel Parigots/Parigotes genoemd.

Geografie[bewerken]

Topografie[bewerken]

Parijs ligt in het noorden van Frankrijk, in de regio Île-de-France en aan de rivier de Seine. Het echte historische centrum is gebouwd op twee eilanden, het Île Saint-Louis en het grotere Île de la Cité wat het oudste gedeelte van de stad is. Over het algemeen is Parijs relatief vlak, met het laagste punt op 35 meter boven de zeespiegel. Parijs ligt aan weerskanten van de rivier wel op een aantal heuvels: de Montmartre (130 meter),[8] de Belleville (128,5 meter) die uitkomt op de rue du Télégraphe, de Ménilmontant (108 meter), het Buttes-Chaumont (103 meter), de Passy (71 meter) en de Chaillot (67 meter). Ten oosten van de Seine bevinden zich de heuvels van Montparnasse (66 meter), Butte-aux-Cailles (63 meter) en Montagne Sainte-Geneviève (61 meter).

In 1844 werd de eigenlijke stad Parijs door de stadswal van Thiers van de voorsteden afgescheiden. Bij de laatste grote annexatie door van de omringende gebieden in 1860 heeft Parijs zijn huidige omvang gekregen, en vanaf toen omvatte het de huidige twintig arrondissementen.[9] In de jaren 1920 werd de stad nogmaals fors uitgebreid met 8,9 km². In 1929 werden de parken Bois de Boulogne en Bois de Vincennes officieel aan Parijs toegevoegd, waardoor het huidige gebied een oppervlakte bestrijkt van 105,39 km². Zonder deze twee parken bedraagt het totale oppervlak van Parijs 86,928 km². Tegenwoordig wordt de stad van de voorsteden gescheiden door een 35 km lange ringweg, de Boulevard Périphérique, die het historische centrum van Parijs via de Portes de Paris met de voorsteden verbindt.

Hydrografie[bewerken]

Canal Saint-Martin

De Seine stroomt aan de zuidoostelijke kant van Parijs de stad binnen en stroomt de stad aan de zuidwestelijke kant weer uit. Over de Seine lopen meer dan dertig bruggen van het ene naar het andere stadsdeel. Twee andere kleinere rivieren die door Parijs stromen, zijn de Bièvre en het in 1825 ingewijde Canal Saint-Martin, dat gedeeltelijk onder de rue du Faubourg-du-Temple door stroomt en het einddeel vormt van de 108 km lange Canal de l'Ourcq. Dit kanaal stroomt onder het Place de la Bastille door voordat het iets stroomopwaarts van het Île Saint-Louis in de Seine uitmondt. Vanuit het bekken van Villette ontspringt het 4,5 kilometer lange Canal Saint-Denis, dat in 1821 is geopend.[10]

Geologische geschiedenis[bewerken]

Het Parijse bekken bestaat uit een groot aantal sedimentlagen. De oudste lagen zijn in het Quartier d'Auteuil (16e arrondissement) gevonden en dateren uit het Sparnacien. Ze bestaan uit zand en klei. De iets jongere lagen dateren uit het Lutetien en bestaan uit gips en kalksteen.[11]

Het Parijse bekken heeft zich ca. 41 miljoen jaar geleden gevormd als een binnenzee die werd omgeven door de Vogezen, het Centraal Massief en het Armoricaans Massief. Met de vorming van de Alpen heeft het bekken zich grotendeels gesloten. Het bleef open in de richting van het Kanaal en de Atlantische Oceaan, waardoor de rivierbassins voor de Loire en de Seine gevormd werden. Aan het einde van het Oligoceen was het Parijse bekken continentaal geworden.[12] In de catacomben van Parijs wordt behalve kalksteen en gips ook veel Franse zandsteen (Calcaire lutétien) aangetroffen.[11]

De kalksteen is tot en met de 14e eeuw gebruikt voor gebouwen, van de Place d'Italie tot aan de Rue de Vaugirard. Kalksteen wordt tegenwoordig in andere delen van Frankrijk gewonnen, bijvoorbeeld in de omgeving van Saint-Maximin. Gips wordt vooral gewonnen in Montmartre en Bagneux.

Het Parijse bekken is een van de eerste plaatsen ter wereld waarvan een geologische kaart is gemaakt. Op basis hiervan heeft Georges Cuvier veel van zijn ideeën op het gebied van paleontologie en de vergelijkende anatomie ontwikkeld. In 1911 toonde Paul Lemoine aan dat het Parijse bekken uit concentrisch gevormde uithollingen bestaat.[13][14]

De verstedelijking van Parijs heeft ook een grote invloed gehad op de hydrogeologie van de stad. In de 19e eeuw moest de Bièvre uit oogpunt van hygiëne worden overkluisd.

In de bodem onder Parijs zijn grote grondwaterreservoirs aanwezig. Deze worden met behulp van Artesische bronnen geëxploiteerd.

Klimaat[bewerken]

Parijs heeft een zeeklimaat met kleine thermische amplitudes (geen extreem hoge of lage temperaturen). De stad kent - in vergelijking met de rest van Frankrijk - vrij koele zomers met een gemiddelde temperatuur van 18 °C. De winters zijn tamelijk zacht met weinig sneeuw en een gemiddelde temperatuur tussen de 3 °C en 8 °C. De lente en herfst in Parijs verlopen meestal mild. De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 650 mm met lichte regenval verdeeld over het jaar. De hoogste temperatuur ooit in Parijs was 40,4 °C op 28 juli 1948 en de laagste was −23,9 °C op 10 december 1879.[15]

Weergemiddelden voor Parijs, Frankrijk
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
gemiddeld maximum (°C) 6,9 8,2 11,8 14,7 19,0 21,8 24,4 24,6 20,8 15,8 10,4 7,8 15,5
gemiddeld minimum (°C) 2,5 2,8 5,1 6,8 10,5 13,3 15,5 15,4 12,5 9,2 5,3 3,6 8,5
neerslag (mm) 53,7 43,7 48,5 53,0 65,0 54,6 63,1 43,0 54,7 59,7 51,9 58,7 649,6
bron: Météo-France[16]
Panorama over de Seine met links de Pont Saint-Michel en rechts de Notre-Dame
Panorama over de Seine met links de Pont Saint-Michel en rechts de Notre-Dame

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Parijs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Prehistorie/Oudheid[bewerken]

Caldarium van de Romeinse termen van Cluny.
Gereconstrueerde plattegrond van het Parijs van 1223.
Het Île de la Cité in het 15e-eeuwse getijdenboek de Très Riches Heures du duc de Berry.

Naar alle waarschijnlijkheid was het gebied waar het huidige Parijs ligt al gedurende het hele Neolithicum bewoond. Er zijn sporen gevonden uit de Chasseen-periode (4000 - 3800 v.Chr.) van een bewoner op het gebied aan de rechteroever van de Seine (waar nu het 12e arrondissement ligt).[17] Ook zijn er resten teruggevonden van het zogeheten dorp van Bercy dat zich ca. 400 jaar voor het begin van de Christelijke jaartelling op de plek van Parijs moet hebben bevonden. Deze resten zijn tegenwoordig te bezichtigen in het Musée Carnavalet.

In 52 v.Chr. veroverde Julius Caesar ondanks het verzet van Vercingetorix het dorp van de Parisii waaraan hij vervolgens de naam Lutetia Parisiorum gaf. De plaats was strategisch van belang omdat er handelsroutes langs deze plek voerden. Waar de Gallische nederzetting zich voorheen precies bevond is niet bekend, het is mogelijk dat dit niet op de plaats van het eigenlijke Parijs was maar rondom het huidige Nanterre.[18]

In de 1e eeuw is aan de linkeroever van de Seine volgens het schaakbordpatroon een nieuwe Romeinse stad gebouwd. Lutetia telde in die tijd vijf- à zesduizend inwoners en was daarmee niet meer dan een middelgrote Gallische stad, in tegenstelling tot sommige andere steden zoals Lugdunum (het huidige Lyon) die veel groter waren (in de 2e eeuw telde Lugdunum waarschijnlijk tussen de 50.000 en 80.000 inwoners).

Volgens de overlevering werd Lutetia in de 3e eeuw door Dionysius van Parijs omgedoopt tot een christelijke stad. Toen het Romeinse Rijk in verval raakte, werd Lutetia overspoeld door de Grote Volksverhuizing, waarbij veel bewoners naar het versterkte île de la Cité vluchtten.

In de lente van 451 werd Parijs aangevallen door Attila de Hun. De Parisii en het meisje Genoveva of Geneviève, de latere patroonheilige van de stad, weerstonden de aanvallen van de Hunnen. Het beleg en de aanvallen van de Hunnen mislukten en zij dropen af naar Orléans.

Middeleeuwen[bewerken]

In 506 maakte koning Clovis I van Lutetia de hoofdstad van het Frankische Rijk. In de 8e eeuw werd er voor het eerste een kerk aan de andere kant van de Seine gebouwd, de Église Saint-Gervais-Saint-Protais. In 845 vonden de eerste plunderingen door de Vikingen plaats, waaraan pas bijna een eeuw later een eind kwam met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte.

Vanaf 987 werd Frankrijk geregeerd door het Huis Capet, die aanvankelijk Orléans als verblijfplaats boven Parijs verkozen. In de loop van de 11e eeuw werd Parijs echter steeds meer het belangrijkste centrum van het Franse onderwijs en de koninklijke macht. Lodewijk VI was de eerste Franse koning die zich definitief in Parijs vestigde. Nog later bouwde Filips II zijn bekend geworden omheining om de stad. In deze periode werd Parijs ook steeds meer een internationaal handelscentrum, dankzij de rechtstreekse verbinding met het Foire du Lendit in het nabijgelegen Saint-Denis.

In 1163 begon bisschop Maurice de Sully met de bouw van de Notre-Dame.

In de 13e eeuw werd de rechteroever van de Seine drooggelegd, die tot dan toe moerassig was. Ook werd in deze tijd onder koning Lodewijk IX steeds meer handel met de Hanze gedreven en werden de eerste provoosten waaronder Étienne Boileau aangesteld, waardoor er dus een dubbel machtssysteem ontstond.[19]

Als gevolg van de bloeiende handel werd Parijs steeds belangrijker. In de loop van de 14e eeuw was het inwonertal gegroeid tot 200.000.[20] Parijs was daarmee groter geworden dan Londen.[21] In 1328 kreeg de stad echter te maken met de pest, waardoor de bevolking een tijdlang afnam.

Toen koning Karel V zijn omheining rond Parijs bouwde, werden het huidige IIIe en 4e arrondissement aan de stad toegevoegd. De omheining strekte zich uit van Pont Royal tot aan Porte Saint-Denis.

De Honderdjarige Oorlog had tot gevolg dat provoost Étienne Marcel van de ontevredenheid onder het volk profiteerde om zelf meer macht te krijgen. Dit deed hij door middel van zijn Grote Verordening van 1357 en de door hem uitgelokte opstand van 22 februari 1358. De koning verbleef in die tijd niet in het centrum van de stad, maar in het later verwoeste Hôtel Saint-Pol en het Hôtel des Tournelles. In 1407 brak als reactie op de executie van Lodewijk I de burgeroorlog tussen de Armagnacs en Bourguignons uit. Deze strijd zou tot 1420 duren.

Vanaf 1420 werd Parijs bezet door de Engelsen. In 1429 lukte het Jeanne d'Arc niet om Parijs van de Engelsen te bevrijden. Karel VII en zijn zoon Lodewijk XI verbleven niet veel meer in Parijs omdat het een gevaarlijke stad was geworden. In plaats daarvan kozen ze het Loiredal als voornaamste verblijfplaats.

Toen de bezetting eindelijk achter de rug was, vond er opnieuw veel bouwactiviteit plaats. Overblijfselen hiervan zijn de Pont Neuf en de tuinen van Luxemburg (les jardins du Luxembourg). Tussen 1422 en 1500 nam de bevolking van Parijs toe van 100.000 naar 150.000.

Renaissance en Verlichting[bewerken]

Parijs in 1618.
Bestorming van de Bastille Saint-Antoine tijdens de Franse Revolutie.

In 1528 vestigde koning Frans I zich in Parijs en bepaalde dat er voortaan moest worden onderwezen in de exacte wetenschappen en het humanisme. Hiervoor richtte hij in 1530 het Collège de France op. In dezelfde tijd steeg het aantal inwoners van Parijs naar 280.000, waarmee Parijs de grootste christelijke stad ter wereld bleef.[20]

Op 24 augustus 1572 vond onder koning Karel IX de Bartholomeusnacht plaats. De Franse Katholieke Liga Tijdens de Dag van de Barricaden van 1588 kwam de Katholieke Liga in opstand tegen Hendrik III, die vluchtte en werd vermoord.[22] In 1594 werd Hendrik IV de nieuwe koning na zich te hebben bekeerd.

Een nieuwe Dag van de Barricaden (1648) luidde het begin van de Fronde in, een periode die werd gekenmerkt door een economische crisis en wantrouwen jegens de koning.[23]

Lodewijk XIV koos in 1677 Versailles als residentie. Vijf jaar later werd ook de Franse regering hier gevestigd, en nam Jean-Baptiste Colbert het bestuur over Parijs op zich. Tijdens zijn regeerperiode heeft Lodewijk XIV Parijs slechts 24 keer bezocht, wat zijn vijandigheid jegens de Parijse bevolking tekent.[24] Ondanks een sterftecijfer dat hoger was dan het geboortecijfer groeide de Parijse bevolking in deze tijd toch tot 400.000. Dit was te danken aan de grootschalige immigratie vanaf het platteland.

Tijdens de Verlichting was Parijs geliefde plaats voor de salons. De bekendste salon uit die tijd is van Marie-Thérèse Rodet Geoffrin. In dezelfde periode was sprake van een sterke economische en demografische groei, waardoor Parijs aan de vooravond van de Franse Revolutie reeds 640.000 inwoners had.[25]

Regent Filips van Orléans ruilde in 1715 Versailles in voor het Palais-Royal. De jonge Lodewijk XV vestigde zich aanvankelijk in het Tuilerieënpaleis, om later alsnog terug te keren naar het kasteel van Versailles.[26] In die tijd vormde de Jardin du Luxembourg de oostelijke begrenzing van de stad. In 1749 besloot Louis XV de huidige Place de la Concorde in te richten, en in 1752 richtte hij een militaire opleiding op.[27] In 1754 besloot hij ook tot de bouw van een kerk, die later bekend is geworden als het Panthéon.[28]

Op 14 juli 1789 vond de bestorming van de Bastille plaats, een gebeurtenis die de Franse Revolutie inluidde.

Moderne Tijd[bewerken]

Urinoir in Parijs omstreeks 1865 (Avenue du Maine).
De omgehaalde Colonne Vendôme tijdens de Commune van Parijs.
De Duitse bezetting van Parijs tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de heerschappij van Napoleon III werd Parijs grondig verbouwd door Georges-Eugène Haussmann. In Parijs woonden veel mijnwerkers in kleine huizen. Wijk voor wijk werd afgebroken, waarna Parijs met brede boulevards, avenues en grote pleinen opnieuw werd opgebouwd. Dat maakte het ook gemakkelijker de bevolking van Parijs onder controle te houden. De bekendste van die nieuwe avenues is de Avenue des Champs-Élysées. De huizen in Parijs hebben allemaal een lichte kleur, omdat ze met kalksteen zijn gebouwd. In de buurt van Parijs waren veel kalksteengroeven.

Een van de zwartste dagen in de geschiedenis van Parijs was 28 mei 1871, toen 20.000 Parijzenaren het leven lieten tijdens een opstand die als de Commune van Parijs de geschiedenis is ingegaan.

Tijdens de Derde Republiek brak een bloeiperiode aan die bekend is komen te staan als de belle époque. Aan deze periode kwam met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een eind. Parijs werd tijdens deze oorlog niet bezet, maar de maatschappij raakte ontwricht en gedurende het interbellum waren de tegenstellingen tussen de maatschappelijke klassen heel scherp geworden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Parijs in juni 1940 door de Duitsers ingenomen. Op 25 augustus 1944 werd Parijs bevrijd.

Tijdens de Vijfde Republiek veerde Parijs weer op, zo werd in 1958 het Établissement public pour l'aménagement de La Défense (EPAD) opgericht, dat de ontwikkeling, iets buiten Parijs, van de zakenwijk La Défense zou coördineren. In 1963 werd begonnen met de aanleg van de rondweg van Parijs, de Boulevard Périphérique.

Onder burgemeester Jacques Chirac (1977-1995) en zijn opvolger Jean Tibéri (1995-2001) sluipen er in het gemeentebestuur van Parijs allerhande corrupte praktijken in. De overwegend conservatieve bevolking van Parijs krijgt daarvan zo genoeg dat zij in 2001 een socialist, Bertrand Delanoë, tot burgemeester verkiest, en dat ondanks het feit dat hij er openlijk voor uitkomt homoseksueel te zijn. Op 27 oktober 2005 braken er ernstige onlusten in de Parijse banlieue uit, waar kansarme jongeren massale vernielingen aanrichtten en slaags raakten met de oproerpolitie. De rellen hielden meer dan twee weken aan.

Demografie[bewerken]

De eigenlijke gemeente Parijs en tevens departement telt zo'n 2.257.981 inwoners op 10 525 hectare, wat neerkomt op een 20.400 inwoners per km². De regio Île-de-France telt 12 miljoen inwoners.

Parijs staat bekend om zijn multiculturele samenleving. Al sinds de middeleeuwen trekken immigranten richting Parijs, van de Nederlandse en Zweedse studenten die naar de studentenwijk quartier Latin trokken in de 14e eeuw tot de huidige Afrikanen en Oost-Aziaten in de Goutte d'Or.

De grootste groepen van buitenlandse komaf die nu in Parijs wonen komen uit de volgende landen:

Voorsteden[bewerken]

Satellietfoto van de agglomeratie van Parijs. Hierop is duidelijk te zien is dat de verstedelijking zich heeft uitgebreid langs de dalen en de wegen langs de rivieroever.

Tussen 1870 en 1940 kreeg Parijs een nieuw aangezicht. Onder Napoleon III was de stad al aangepast aan de demografische ontwikkelingen, maar tot 1860 was de stad niet uitgebouwd voorbij de enceinte de Thiers. Als gevolg van de zogeheten rurale exodus in combinatie met de economische groei was de stad echter overbevolkt geraakt. In deze tijd ontstond ook het begrip banlieue en werd er vaker van de région parisienne gesproken dan van de stad Parijs. De problemen die te maken hadden met infrastructuur werden pas opgelost in 1961, toen Paul Delouvrier op verzoek van Charles de Gaulle met de bouw van vijf geplande steden en het Réseau express régional begon. Deze uitbreiding ging echter tevens gepaard met een verdere spreiding van de bestuurlijke macht.

Terwijl de totale bevolking van Parijs lange tijd min of meer stabiel is gebleven, is het aantal mensen dat in de banlieues woont sinds het einde van de 19e eeuw sterk gestegen. Aan het begin van de 21e eeuw woont bijna 80% van de totale Parijse bevolking in de banlieues.

Demografische ontwikkeling[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Cultuur[bewerken]

Moulin Rouge

Uitgaansleven[bewerken]

De Moulin Rouge en Le Lido zijn beroemde nachtclubs in Parijs, waar veel shows plaatsvinden. Verder zijn er veel elitenachtclubs waar er een streng deurbeleid geldt, en waar zeer hoge prijzen gevraagd worden. Bij de meeste clubs moet er entree betaald worden. Het populaire uitgaansleven van de Parijse jongeren concentreert zich tegenwoordig in de straten precies ten oosten en noordoosten van Place de la Bastille.

Popfestivals[bewerken]

Theater[bewerken]

Opéra Garnier

Parijs telt een aantal bekende en minder bekende theaters:

Eten en drinken[bewerken]

Café de Flore in het 11e arrondissement

In totaal zijn er nu ca. 8000 restaurants, uiteenlopend van tien driesterrenrestaurants tot vele bistro's en cafés waar men een menu kan bestellen. Vrijwel alle keukens van de wereld zijn in Parijs vertegenwoordigd.

Er zijn vele horecagelegenheden met terras in Parijs. Drinken op het terras is in Frankrijk echter een stuk duurder dan drinken binnen aan de bar.

Winkelen[bewerken]

Galeries Lafayette
Rue de Rivoli

Parijs is bekend vanwege de winkelmogelijkheden op het gebied van de mode, van eenvoudig tot haute couture, en parfums. De meeste winkels gaan om 09.00 uur open en sluiten om 19.00 uur. Op zondag is alles gesloten, afgezien van markten en kleine kruideniers, en winkels die in de buurt van toeristische trekpleisters liggen. Tevens zijn in het 4e arrondissement de winkels in de wijken van de Marais en Île Saint-Louis geopend.

De enorme hoeveelheid winkels in Parijs, vooral in het centrum, bestaat uit:

  • warenhuizen. De bekendste hiervan zijn Galeries Lafayette, Le Bon Marché, en Printemps. Marks & Spencer keerde na een sluiting van een aantal jaren in 2011 terug;
  • winkelcentra, zoals Les Halles;
  • winkelstraten: place Vendôme en Rue du Faubourg Saint-Honoré voor de luxe merken tot de Champs-Élysées en Rue de Rivoli. Tevens heeft elk arrondissement een aantal eigen winkelstraten waar vooral de meer dagelijkse benodigdheden gekocht kunnen worden;
  • vele soorten winkels en boetieks voor onder meer kleding, schoenen, accessoires, boeken, muziek, parfums, delicatessen, huishouden, woninginrichting, kinderen, antiek, papier- en tekenmateriaal;
  • markten: er zijn ongeveer 70 markten in Parijs, die op verschillende dagen geopend zijn. De markt op Rue Mouffetard is hiervan de bekendste.

Bekende winkelstraten zijn:

Architectuur[bewerken]

Vergelijking van enkele hoge punten in Parijs

Het hoogste gebouw is de Eiffeltoren met een hoogte van 325 meter. Parijs heeft dankzij meer hoge gebouwen een eigen skyline gekregen. Doordat de ruimte schaars is moet men de hoogte in. Toch is er, in vergelijking met bijvoorbeeld New York City, betrekkelijk weinig hoogbouw.

Een aantal wolkenkrabbers vindt men rond de stations Austerlitz, Lyon en Bercy (waaronder de Site François Mitterrand van de Bibliothèque nationale de France). Er zijn in Parijs niet veel wolkenkrabbers hoger dan 100 meter. Een aantal ervan staat rondom het station Montparnasse in de gelijknamige wijk. Het hotel Pullman Paris Montparnasse, tot 2011 Hôtel Méridien Montparnasse geheten, is 120 meter hoog. Met 210 meter is de Tour Montparnasse de hoogste wolkenkrabber in Parijs. Na de nogal controversiële bouw hiervan werd de bouw van meer wolkenkrabbers in de stad verboden.

De meeste wolkenkrabbers van de agglomeratie staan dan ook buiten de péripherique, in het bijzonder in het zakendistrict La Défense, het grootste zakencentrum van Europa. Veel van de wolkenkrabbers in La Défense zijn tussen de 100 en 200 meter hoog, zoals de Tour Total van 190 meter. Een uitschieter is de Tour First, die met 231 meter de hoogste wolkenkrabber van Frankrijk is.

Een panorama van de kantorenwijk La Défense
Een panorama van de kantorenwijk La Défense

Belangrijke bezienswaardigheden[bewerken]

Louvre met op de voorgrond de piramide

Er zijn vele toeristische bezienswaardigheden in Parijs.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van Parijse bezienswaardigheden

Monumenten en gebouwen[bewerken]

Kerken en kathedralen[bewerken]

Musea[bewerken]

Op cultureel gebied zijn er vele soorten musea. Parijs telt ongeveer 150 musea, van schilderkunst tot wetenschap en van natuur tot internationale culturen. Om de Parijse musea te bezoeken kan men gebruikmaken van een speciale museumpas (in het Frans Carte Musées et Monuments Paris et Île-de-France), waardoor men toegang heeft tot 60 musea en monumenten in Parijs en de directe omgeving (Île-de-France).

  • De meeste musea zijn gratis toegankelijk voor kinderen t/m 17 jaar.
  • De meeste musea zijn in het algemeen gesloten op maandag of dinsdag, 1 mei, 1 november, 25 november en feestdagen.
  • Gratis toegangsdagen musea en monumenten zijn er op elke eerste zondag van de maand.

Bekende musea in Parijs zijn:

Voor een overzicht van een deel van de 150 musea in Parijs zie de lijst van Parijse musea.

Bruggen[bewerken]

Er zijn veel bruggen in Parijs. Veel ervan verbinden de Seine met het Île de la Cité, waar de stad is ontstaan.

Enkele bekende bruggen in Parijs zijn:

Pleinen[bewerken]

Tuinen en parken[bewerken]

Overige plaatsen en bouwwerken[bewerken]

Bezienswaardigheden in de omgeving[bewerken]

Politiek en bestuur[bewerken]

Parijs is het 75e departement van Frankrijk. Het gebied van het departement valt samen met dat van de gemeente Parijs.

Parijs is onderverdeeld in een twintigtal stedelijke arrondissementen, ieder arrondissement kiest zijn eigen arrondissementsraad. In totaal zijn er 517 arrondissementsraadsleden, uit hun midden worden de 163 leden van de raad van Parijs (conseil de Paris) gekozen. De leden van de raad van Parijs kiezen de burgemeester van Parijs, sinds april 2014 Anne Hidalgo. Bekende oud-burgemeesters zijn Jean Tiberi (1995-2001) en Jacques Chirac (1977-1995).

De raad van Parijs is tegelijkertijd gemeenteraad en departementsraad, de bevoegdheden van beide lichamen worden in één raad gecombineerd.

Formeel is Parijs onderverdeeld in 20 kantons van welke de grenzen gelijk lopen met die van de gemeentelijke arrondissementen, dit is te zien aan het feit dat de arrondissementen van Parijs ook fungeren als kieskring voor de departementsraad (een kantonfunctie). Dit is gedaan omdat bij een departementaal arrondissement een gemeente in zijn geheel onderdeel moet zijn en geen stukken zoals dat bij kantons wel mogelijk is. Vanwege de naamsverwarring (er bestaan in Frankrijk twee types arrondissementen) en de bestuurlijke gelijkstelling van het departement en de gemeente Parijs wordt vaak foutief gedacht dat de arrondissementen van Parijs departementale arrondissementen zijn terwijl dit in werkelijkheid gemeentelijke arrondissementen zijn zoals die ook in Marseille en Lyon bestaan.

De arrondissementen zijn weer onderverdeeld in Quartiers, kwartieren. Parijs telt aldus 80 quartiers.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Luchtverkeer[bewerken]

Terminal 1 van Aéroport Charles de Gaulle, van de architect Paul Andreu

Zoals veel grote steden wordt Parijs bediend door meerdere luchthavens.

De grootste daarvan, tevens het grootste vliegveld van Frankrijk en na Heathrow het grootste van Europa, is Aéroport Charles de Gaulle (ook wel naar de naam van de gemeente op wiens grondgebied het ligt Roissy genoemd), ten noorden van Parijs. Ten zuiden van de stad ligt de Aéroport d'Orly, de tweede luchthaven van Frankrijk en Parijs. Charles de Gaulle en Orly zijn met elkaar verbonden door een treindienst (RER Lijn B). Beide luchthavens kennen een geautomatiseerde metro tussen de terminals, de Orlyval en de CDGVAL genoemd.[29]

De Aéroport du Bourget was in het verleden de belangrijkste luchthaven, maar functioneert nu als zakenluchthaven van Parijs (er zijn geen lijndiensten op Le Bourget) en ligt op 6,5 km van Parijs. Op deze luchthaven wordt om de twee jaar de luchtvaartbeurs "Le Bourget" gehouden die bekendstaat als een van de belangrijkste ter wereld. Aéroport de Beauvais ligt 70 km van het centrum van Parijs. Deze luchthaven is vooral aantrekkelijk voor budgetvluchten. Verder is er in de nabije omgeving nog een tiental vliegvelden voor de privéluchtvaart, waaronder de vliegvelden Pontoise - Cormeilles en Lognes-Émerainville.

Ter behoeve van het helikopterverkeer bevindt in het zuiden van de stad Parijs, buiten de Périferique, een heliport.

Wegverkeer[bewerken]

Parijs beschikt over een uitgebreid wegennet, dat omgeven is door de Boulevard Périphérique (ring), de ring iets verder naar buiten wordt gevormd door de A86 en stukken van andere snelwegen (A3, A4) . Een groot aantal snelwegen komt uit op deze ring waardoor dit een van de drukste autosnelwegen is. Om het verkeer dat langs Parijs wil beter door te laten stromen wordt gewerkt aan een ring nog verder aan de buitenkant van Parijs, de A104/N104 (ook genoemd "La Francilienne").

In het centrum is het verkeer bijwijlen chaotisch, vooral tijdens de spits. De Place Charles de Gaulle (voorheen Place d'Etoile) waar twaalf lanen samenkomen bij de Arc de Triomphe is wat dit betreft berucht.

In Parijs rijden 15.100 taxi's rond, die elke dag 500.000 passagiers vervoeren. Er zijn 745 taxistandplaatsen, waarvan er 205 een oproeppaal hebben. Taxi's mogen over de busbanen rijden, waardoor zij veel files kunnen vermijden.

Parijs is bereikbaar vanuit Nederland en België via de A1 vanuit Rijsel en de A2 vanuit Brussel. Verder via de A4 vanuit Reims, de A16 vanuit Amiens, de A13 vanuit Rouen, de A10 vanuit Le Mans, de A11 vanuit Nantes, de A6 vanuit Lyon en de A5 vanuit Troyes.

Openbaar vervoer[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Openbaar vervoer in Île-de-France voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Bedieningsgebieden van de Parijse kopstations

Parijs beschikt over een goed netwerk van openbaar vervoer. Naast een uitgebreide busdienst rijdt er een metro met 16 lijnen (1 tot 14, plus 3bis en 7bis) die aansluiten op een dicht net van RER-voorstadstreinen.

De tram van Parijs heeft in de agglomeratie van Parijs zes tramlijnen in gebruik. Over een aparte brede baan rijden de trams T3a en T3b langs de Boulevards des Maréchaux. Tussen de noordelijke voorsteden Aulnay-sous-Bois en Bondy rijdt de tram-train T4.

De metrolijnen, 5 van de 6 tramlijnen (op T4 na) en een groot deel van de Parijse buslijnen worden geëxploiteerd door het Parijse vervoersbedrijf RATP. De RER wordt gezamenlijk geëxploiteerd door de RATP en het Franse staatsspoorbedrijf SNCF.

Fietsverkeer[bewerken]

Parijs is de laatste jaren een behoorlijk fietsvriendelijke stad geworden; in 2012 was de totale lengte van het aantal fietspaden in de stad 371 km,[30] en er is een uitgebreide publieke fietsverhuurinfrastructuur, de Velib' met meer dan 1200 stations in de stad en nabije buitenwijken. Het systeem kent gemiddeld zo'n 110.000 uitleningen per dag.

Spoorwegen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Transilien voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Parijs beschikt ook over zeven grote treinstations die elk een eigen regio van Frankrijk bedienen:

Deze stations zijn kopstations. Dit brengt met zich mee dat overstappen in Parijs vaak betekent dat men met de metro van het ene naar het andere station moet reizen. Op vertoon van een doorgaand treinkaartje kan met een zogenoemde Contre-marque met de RER (niet met de metro!) kosteloos een overstapvrije verbinding (of met overstap in Châtelet) tussen de stations gemaakt worden, bijvoorbeeld van Gare du Nord naar Gare de Lyon (RER B/D) of van Gare du Nord/Gare de l'Est (Magenta) naar Gare St. Lazare (RER E). Deze kaartjes worden in Parijs bijna niet afgegeven, op andere Franse stations krijgt men deze op vertoon van het treinkaartje of E-Ticket vrijwel altijd mee. De reis mag echter niet in Parijs onderbroken (lees: met overnachting) worden.

Andere grote treinstations in de buurt van Parijs zijn Marne-la-Vallée - Chessy (TGV-station voor Disneyland Parijs en het treinstation op vliegveld Charles de Gaulle.

Het voorstad spoorverkeer bestaat uit twee systemen. Het RER-netwerk bedient veelal de dichtbevolkte buitenwijken en voorsteden. De treinen verbinden twee kanten van Parijs per tunnel, zodat mensen uit de buitenwijken zonder overstappen in hartje Parijs uit kunnen stappen. De RER-treinen rijden met een hoge frequentie, waardoor het spoornet vaak als een metrosysteem beschouwd wordt. Vooral de RER A en B zijn druk, met respectievelijk 1,2 miljoen en 900.000 reizigers per dag. Naast het RER-netwerk is er ook het Transilien-netwerk. Dit systeem vertrekt vanaf de grote Parijse kopstations, en rijdt vanaf daar naar de verre buitenwijken en het platteland. Er zijn acht lijnen, alhoewel de lijnen eerder een netwerk zijn met vertakkingen. De treinen rijden met een lagere frequentie dan de RER, omdat de vraag naar openbaar vervoer lager is op de trajecten waar Transilien treinen rijden.

Media[bewerken]

Nationale en internationale media die gevestigd zijn in Parijs:


Bekende Parijzenaars[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Lijst van Parijzenaars

Stedenbanden[bewerken]


Uitzicht op Parijs vanaf de Eiffeltoren
Uitzicht op Parijs vanaf de Eiffeltoren

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. [1]
  2. [2]
  3. Steeds meer Parijzenaars in Le Parisien
  4. http://www.insee.fr/fr/regions/idf/
  5. http://www.insee.fr/fr/regions/idf/faitsetchiffres/default.asp
  6. Mémoires de la Société nationale des antiquaires de France - 1875 - Ammien Marcelin nomme Lutèce sous le nom de Parisii à la fin du IVe siècle [archive]
  7. (en) Chapter XVII: in French, Par ris, for which that city hath been ever since called Paris; whose name formerly was Leucotia
  8. (en) Montmartre geraadpleegd op 29 april 2009
  9. http://fr.wikipedia.org/wiki/Anciennes_communes_de_Paris
  10. http://www.paris.fr/portail/accueil/Portal.lut?page_id=4946&document_type_id=5&document_id=3079&portlet_id=10579
  11. a b http://www.mnhn.fr/mnhn/geo/collectionlutetien/lutetien3-2.html
  12. http://www.mnhn.fr/mnhn/geo/collectionlutetien/fichebp.html
  13. http://www.mnhn.fr/mnhn/geo/collectionlutetien/fichebp2.html
  14. http://www.annales.org/archives/x/lemoine4.html
  15. (fr) Géographie de la capitale - Le climat geraadpleegd op 29 april 2009
  16. http://climat.meteofrance.com/chgt_climat2/climat_france?73928.path=climatnormales%252FFRANCE
  17. http://www.ina.fr/
  18. http://www.lemonde.fr/cgi-bin/ACHATS/acheter.cgi?offre=ARCHIVES&type_item=ART_ARCH_30J&objet_id=1092376&clef=ARC-TRK-D_01
  19. http://www.paris.fr/portail/accueil/Portal.lut?page_id=6594&document_type_id=5&document_id=16467&portlet_id=14992
  20. a b http://www.paris.fr/portail/accueil/Portal.lut?page_id=5427&document_type_id=5&document_id=8716&portlet_id=11661
  21. http://www.cch.kcl.ac.uk/legacy/teaching/av1000/numerical/problems/london/london-pop-table.html
  22. Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris, Éd. Robert Laffont, 1996, p. 62-64
  23. Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris, Éd. Robert Laffont, 1996, p. 68-73
  24. Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris, Éd. Robert Laffont, 1996, p. 74-78.
  25. http://cassini.ehess.fr/cassini/fr/html/fiche.php?select_resultat=26207
  26. Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris, Éd. Robert Laffont, 1996, p. 78-81.
  27. Jean Favier, Paris, 2000 ans d'histoire, p. 195-196
  28. Jean Favier, Paris, 2000 ans d'histoire, p. 492-493
  29. Om vanaf Orly bij de RER B te komen is een vrij prijzig ritje met de Orlyval nodig.
  30. Linternaute

Literatuur

  • Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris, Éd. Robert Laffont, 1996, 1580 p.