Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adalet ve Kalkınma Partisi
Afbeelding gewenst
Functiehouders
Partijvoorzitter Recep Tayyip Erdoğan
Partijleider Recep Tayyip Erdoğan
Mandaten
Zetels
Geschiedenis
Opgericht 14 augustus 2001
Algemene gegevens
Actief in Turkije
Hoofdkantoor No. 202 Balgat
Ankara, Turkije
Richting Rechts
Ideologie Islamisme
Kleuren Oranje, wit en blauw
Jongerenorganisatie AK Parti Gençlik Kolları
Europese organisatie AECR
Website www.akparti.org.tr
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Turkije

De Adalet ve Kalkınma Partisi (Turks voor: Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling; officiële acroniem AK Parti, soms AKP) is een Turkse politieke partij die zich profileert als partij in het politieke centrum met een conservatieve signatuur. De partij is sinds 2002 aan de macht in Turkije en partijvoorzitter Recep Tayyip Erdoğan is premier. De AK-partij is de enige Turkse partij die in alle regio's van Turkije veel stemmen krijgt.

De AK-partij deed voor het eerst mee aan de parlementsverkiezingen van 2002 en werd direct de grootste partij van Turkije. In 2002 haalde de AK-partij tijdens de parlementsverkiezingen 34,2% van de stemmen In de meest recent parlementsverkiezingen behaalde de partij 50% van de stemmen.

Van alle partijen die meededen met de laatste verkiezingen heeft de AK-partij procentueel gezien de meeste vrouwelijke parlementariërs in het Turkse parlement.

Geschiedenis[bewerken]

De beweging rond Gül begon de Beweging van de Deugdzamen (Erdemliler Hareketi) en op 14 augustus 2001 werd de Adalet ve Kalkınma Partisi met Recep Erdoğan als partijvoorzitter gesticht.

De AK-partij onderstreept het belang van moraliteit, vertrouwen en verdienste in de politiek; ziet religie als een van de meest belangrijke instituties van de menselijkheid en zegt "loyaal aan de principes van de republiek en de grondwet" te zijn.

Sinds de oprichting van de AK-partij wordt betwist waar de partij voor staat. Enerzijds wordt de AK-partij beschouwd als een voortzetting van eerdere islamitische partijen, anderzijds profileert de AK-partij zich als een brede sociaalconservatieve partij. De AK-partij wordt sterk gewantrouwd door de ambtenaren en het leger omdat zij deels voortkomt uit de religieuze Milli Görüş. De voorstellen van de AK-partij worden door hen dan ook gezien als een deel van een verborgen islamistische agenda. Erdoğan zou, volgens de seculieren, een radicale verandering willen brengen in Turkije maar zou dit willen doen met een langetermijnstrategie om de opponenten op hun gemak te stellen. Erdoğan zelf zegt dat de AK-partij nooit een confessionele partij is geweest, maar een conservatieve centrumpartij.[1] Hij vertelde ook dat de AK-partij niet het verlengstuk is van welke partij dan ook, maar een nieuwe partij is die bestaat uit nieuwe politici en oude politici. Dat sommige leden een politiek linkse achtergrond hebben en anderen een rechtse achtergrond.

Parlementsverkiezingen 2002[bewerken]

De huidige regeringspartij AKP beschikt sinds 2002 over een meerderheid in het parlement. De AKP werd opgericht in augustus 2001 en groeide in zestien maanden uit tot de grootste partij bij de landelijke verkiezingen. De opkomst van de AKP kan worden gezien als een gevolg van de economische crisis in 2001 en de grote onvrede onder de bevolking over het bestaande politieke bestel en de grootschalige corruptie. In 2002 kwamen enkel de AKP en CHP in het parlement; en met 34% van de stemmen kreeg de AKP toch een meerderheid van de zetels zodat de partij zelf een regering kon vormen.

Het AKP-beleid kenmerkte zich in de eerste jaren na de verkiezingsoverwinning van 2002 door een pragmatische koers om polarisatie ten opzichte van laïcistische tegenstanders te voorkomen. Door een grote meerderheid in het parlement kon de partij in relatief snel tempo economische en politieke hervormingen doorvoeren die uiteindelijk resulteerden in de start van toetredingsonderhandelingen met de EU in oktober 2005. De politieke daadkracht van de AKP en het economische model dat de partij voorstond deed het vertrouwen onder de bevolking toenemen en de partij kon ook rekenen op steun van het volk en de Europese Unie.

De ontwikkelingen werden vanaf het begin door de laïcistische elite met argusogen gevolgd. Sinds haar oprichting in 2001 wordt betwist waar de AKP voor staat. Een deel van de AKP-politici komt voort uit eerdere islamitische partijen, maar de partij ontkent een confessionele partij te zijn en profileert zich nadrukkelijk als sociaalconservatief. Onder de laïcistische elite bestaat echter een diep wantrouwen met betrekking tot de ware identiteit van de partij. De gelijktijdige toepassing van nationalistische beginselen, moslimwaarden en concepten als marktliberalisme en EU-lidmaatschap voeden daarbij sterk de ambiguïteit. De prioriteit die de AKP legde bij het inperken van de (ondemocratische) macht van traditionele machtscentra, aangevoerd door het leger, was van doorslaggevende betekenis voor de achterdocht.

Parlementsverkiezingen 2007[bewerken]

Het wantrouwen resulteerde bij de presidentsverkiezingen in 2007 in een boycot van de oppositiepartijen in aanvoering van CHP-leider Deniz Baykal, waardoor de benoeming van AKP-lid Abdullah Gül geen doorgang kon vinden. Het Turkse politiek landschap polariseerde scherp met massademonstraties in de grote steden waar miljoenen tegen een potentieel presidentschap van Gül protesteerden, verontrust dat de AKP geen tegenwicht meer zou hebben op bestuurlijk niveau. Vervroegde algemene verkiezingen waren het gevolg, met een grote overwinning voor de AKP (46,6% van de stemmen). Gül werd uiteindelijk toch president. In 2008 liepen de spanningen opnieuw hoog op toen de AKP aankondigde het hoofddoekjesverbod op universiteiten te willen schrappen. Het Constitutioneel Hof draaide deze beslissing terug en besliste met een geringe meerderheid om de AKP niet te verbieden wegens anti-laïcistische activiteiten (zie onder Rechtszaak).

Parallel aan deze ontwikkelingen ging de AKP verder met het losweken van het Turkse bestel uit de houdgreep van de post-coup Grondwet van 1982. Zo werden in september 2010 een reeks grondwetsamendementen per volksreferendum met 58% goedgekeurd. Hoewel het voornamelijk een reeks democratische hervormingen betrof, was er ook een sterke oppositie tegen de hervormingen. De Turkse kiezer lijkt de AKP ook te beoordelen op economische prestaties. Sinds de diepe crisis van 2001 zag Turkije onder de AKP enorme groei, van meer dan 7% tot 2008. Na de mondiale crisis in 2009, herstelde Turkije zich ook rap, wederom met goede cijfers. De economische voorspoed staat in sterk contrast tot het decennium dat voorafging aan het AKP-tijdperk.

Parlementsverkiezingen 2011[bewerken]

Kiezers op basis van maandelijkse inkomen. AK-partij is de grootste partij in groep 1, 2, 3 en 4, terwijl CHP de grootste is in groep 5, de rijkste 20% van Turkije.

De huidige premier Erdogan stelt zich voor de verkiezingen van 2011 voor de laatste keer beschikbaar. Volgens het partijprogramma van de AK-partij mag een parlementariër van de AK-partij maximaal 3 termijnen achtereenvolgens in het parlement zitten. Deze maatregel is bedoeld om nieuwe en jonge kandidaten een kans te geven om door te stromen naar het parlement en ook om te vermijden dat politici jarenlang hun ambt vasthouden, wat vaak het geval is in de Turkse politiek.

Rechtszaak tegen de AK-partij[bewerken]

De AK-partij wordt sterk gewantrouwd door de seculiere Turkse partijen vanwege haar pogingen en acties om Turkije te islamiseren. De hoogste Turkse aanklager had in maart 2008 het Turkse Constitutionele Hof gevraagd om de regeringspartij AKP te verbieden en 71 leden van de partij te verbannen van politiek voor vijf jaar, wegens het vormen van een centrum voor anti-seculiere activiteiten. In juli 2008 weigerde het hof de AK-partij te verbieden.[2] Van de elf rechters (van wie zeven benoemd zijn door de streng-seculiere president Ahmet Sezer) waren er zes voor een verbod. Dat was één te weinig om tot een verbod te komen. De rechters van het hof besloten de partij wel financieel te straffen door de subsidies uit de schatkist te halveren. Erdogan zei na de rechtszaak voor de televisie dat Turkije sinds maart erg veel tijd en energie heeft verloren. ‘De AKP is nimmer het middelpunt van anti-seculiere activiteiten geweest.'[3]

Verkiezingen[bewerken]

Parlementsverkiezingen
Verkiezingsjaar Aantal stemmen  % van de stemmers Aantal leden in het parlement
2002 10.808.229 34,29% 365
2007 16.166.231 46,65% 341
2011 21.065.875 49,92% 327
Lokale verkiezingen
Verkiezingsjaar Aantal stemmen  % van de stemmers Aantal leden in het parlement
2004 13.447.287 42,18% 365
2009 15.513.554 38,83% 341
2014 45,6% 327

Galerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties