Bruinkopmees
| Bruinkopmees IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Poecile cinctus (Boddaert, 1783) |
|||||||||||||
| Bruinkopmees op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De bruinkopmeees (Parus cinctus of Poecile cinctus) is een vogel uit de familie van de mezen (Paridae) die voorkomt in Scandinavië en het noorden van Siberië, en eveneens in het noorden van Noord-Amerika. Hij is zeldzaam ten zuiden van zijn broedgebied. In de winter is hij soms wel te zien zuidelijk tot aan Moskou. Het is een standvogel.
Inhoud |
[bewerken] Habitat
De bruinkopmees leeft in hoog noordelijke gebieden op de taiga in naaldbomen, meestal in dennenbomen die rijk met baardmossen zijn begroeid. Hij komt ook voor in gemengde bossen en loofbossen bij rivieren en in berkenbossen.
[bewerken] Kenmerken
De bruinkopmees wordt 12-13,5 centimeter groot. Hij heeft een witte buik en kop, een bruine mantel, blauwgrijze vleugels, staart en poten, een donkerbruine kap, een zwarte brede bef en roestbruine flanken. Hij lijkt op de ook in zijn leefgebied voorkomende matkop, maar hij heeft een grotere bef en is veel bruiner. De veel gelijkende glanskop komt in zijn leefgebied niet voor.
[bewerken] Broeden
Hij broedt in mei tot juli in spechtennesten. Wanneer het een dode boomstam met zacht hout betreft, wordt de nestholte soms nog wat aangepast en vergroot. Er worden 6-10 witte eieren met bruinrode vlekken gelegd. Het vrouwtje broedt deze in 13-15 dagen uit. Het mannetje zorgt voor voedsel. Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgen beide ouders voor de jongen.
[bewerken] Voedsel
Bronnen, noten en/of referenties: