Parzival
Parzival (Welsh: Peredur), ook gespeld als Parsifal, Parcifal, Parsival of Parcival, was één van de ridders van de legendarische Koning Arthur. Zijn levensverhaal is aan het begin van de dertiende eeuw beschreven door Wolfram von Eschenbach in de versroman Parzival.
Al eerder beschreef Chrétien de Troyes diens geschiedenis in de roman Perceval ou le conte du Graal (in het Nederlands vertaald als Parsival of de geschiedenis van de graal). In de Middelnederlandse literatuur komt de figuur van Perchevael voor in de Haagse Lancelotcompilatie. Sommige historici betwijfelen echter of Parzival werkelijk bestaan heeft.
[bewerken] Het verhaal
Toen Parzivals moeder, Herzeloyde, zwanger was, sneuvelde zijn vader op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en voedde hem in volledige afzondering op in het woud, weg van het hof.
Op een dag ontmoette hij in een bos echter een ridder, wiens levensverhaal hem zo fascineerde dat hij naar het hof van Arthur wilde gaan, hetgeen hij deed, ondanks het protest van zijn moeder. Daar raakte hij betrokken bij de queeste naar de Heilige graal.
Na omzwervingen bereikt Parzifal het kasteel van de zieke Visserkoning. Midden in de nacht wordt hij wakker. Voor zijn verbaasde ogen komt een vreemde stoet langs: een van de passanten draagt een vreemde schotel waaruit licht komt. Parzifal kan geen woord uitbrengen. Aan de basis van zijn onvermogen om te spreken ligt een misplaatste hoffelijkheid: Parzifal is opgegroeid in de bossen als jeugdige jongeling die niet of nauwelijks beleefdheids-omgangs vormen heeft geleerd. Hij vraagt daarom als een kind veel. Als hij later onderricht krijgt hoe zich te gedragen als een galante ridder, leert hij, dat hij niet zoveel vragen moet stellen.
In één van de versies verlaat hij de volgende morgen het kasteel. Als hij nog even omkijkt, ziet hij het kasteel zomaar verdwijnen. Dan beseft hij dat hij de kans van zijn leven gemist heeft: in de nachtelijke stoet werd immers hem de graal aangeboden, hij beseft dat zijn aangeleerde beleefdheid hem heeft verhinderd oprechte belangstelling te tonen. In een andere versie ontsnapt hij uit het kasteel omdat hij, toen hij sliep, het gevoel had aan alle kanten geslagen te worden en hij weg wilde. Toen hij weg was (ontsnapt), kreeg hij berouw omdat hij de Visserkoning had moeten helpen, maar het uit beleefdheid niet heeft gedaan.
[bewerken] Wagners operas
Richard Wagner liet zich door het verhaal van Von Eschenbach inspireren tot het schrijven van de opera Parsifal. Ook in Wagners eerder verschenen opera Lohengrin wordt Parzival al genoemd, als de vader van de ridder Lohengrin.
| Arthurlegende en de Orde van de Ronde Tafel | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Zie de categorie Parsifal van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
