Paternosterboontje
Het paternosterboontje is bekend van de kettingen die er in de tropen van geregen worden. Toeristen brengen deze mee, waarna ze (hopelijk) in beslag genomen worden. Mocht een kind zo'n ketting in de mond steken dan blijken deze boontjes namelijk heel giftig. Ze bevatten abrine, een aan ricine verwante stof. Voor volwassenen zijn ongeveer 10 bonen bij orale inname fataal, voor een klein kind reeds 1 of 2 bonen. Hoewel het vergif onder een harde huid zit en een zonder kauwen ingenomen boon in principe zonder schade wordt uitgescheiden, zijn geregen bonen reeds geperforeerd. Bij directe injectie is de dodelijke dosis veel kleiner.
Evenals ricine maakt ook abrine de ribosomen van de cellen onwerkzaam. Abrine is echter veel krachtiger dan ricine en daarmee een van de meest potente plantaardige vergiften. De vergiftigingsverschijnselen lijken dan ook op die van ricine. Na een latente periode van 1 tot 3 dagen krijgt het slachtoffer last van misselijkheid en hevige diarree. Uiteindelijk verstoort dit de vocht- en electrolytenbalans waardoor de organen een voor een uitvallen en het slachtoffer overlijdt. Wanneer de symptomen optreden valt er medisch vrij weinig meer te beginnen, en kan men slechts de lichaamsfuncties ondersteunen en hopen dat het slachtoffer kan herstellen. De enige mogelijke medische behandeling is het slachtoffer zo snel mogelijk na inname, voor de bonen zijn verteerd, de maag leeg te laten pompen.
Ook het rijgen van de kettingen is niet zonder gevaar. Wanneer men zichzelf per ongeluk met een naald prikt waarmee men de bonen heeft geperforeerd, injecteert men zichzelf reeds met een mogelijk dodelijke dosis. Er zijn gevallen bekend van kettingrijgers die op deze wijze aan hun eind zijn gekomen.
De wetenschappelijke naam is Abrus precatorius, zie Abrus.