Patijn (houten schoeisel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schilderij van Jan van Eyck: echtpaar Arnolfini in 1434.
Links op de voorgrond liggen patijnen.
detail uit bovenstaand schilderij
diverse traditionele Japanse patijnen

Patijnen of trippen waren houten overschoenen waarmee op modderige straten gelopen kon worden. Patijnen werden veel in de Middeleeuwen gedragen, vooral door de gegoede burgerij, die op deze manier hun mooie schoenen konden beschermen. In Nederland bestonden in 1429 al patijnmakers en 'hoelblockmakers' (klompenmakers).

Op het schilderij van Van Eyck (zie foto) zijn sierlijke houten patijnen afgebeeld, maar in het Rijksmuseum te Amsterdam is een stel patijnen te zien uit rond 1700 die meer op dagelijks gebruik wijzen. Onder de houten zool is een ijzeren ring aangebracht, die door het lopen aan de voorkant wat afgesleten is. Aan weerszijden van de zool zijn twee leren banden gespijkerd die met veters om de schoenen bevestigd konden worden.

Bronnen, noten en/of referenties