Patrice Lumumba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Patrice Lumumba

Patrice Emery Lumumba, ook wel geschreven als Loemoemba, (Onalua, 2 juli 1925 - Katanga, 17 januari 1961) was een Congolese onafhankelijkheidsleider en de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, nadat hij mee had geholpen het onafhankelijk te maken van België in juni 1960. Slechts twee weken later, werd Lumumba's regering afgezet in een staatsgreep tijdens de Congocrisis.

Hij werd achtereenvolgens gevangengenomen en geëxecuteerd door een vuurpeloton onder het bevel van separatistische Katangaanse autoriteiten. Er wordt beweerd dat deze moord werd uitgevoerd met de hulp van een buitenlandse regering of regeringen; de regeringen van België, de Verenigde Staten (via de CIA) en Groot-Brittannië zouden volgens verscheidene bronnen hier achter zitten.

Biografie[bewerken]

Lumumba werd als Isaïe Tasumbu geboren in de Kasaï-provincie van Belgisch-Kongo. Na een breuk met zijn vader in zijn jeugd nam hij de naam Patrice Lumumba aan; de achternaam was afkomstig van moederskant. Hij studeerde aan een missionarissenschool en werkte in Leopoldstad (het huidige Kinshasa) en Stanleystad (Kisangani) als secretaris en journalist. In 1955 werd Lumumba de lokaal bestuurder van een Congolees handelsvennootschap en trad hij toe tot de Belgische Liberale Partij. Hij werd in 1957 voor verduistering aangehouden en een jaar opgesloten.

MNC[bewerken]

Na zijn vrijlating hielp hij met het oprichten van de Mouvement National Congolais (MNC) in 1958. Op 4 januari 1959 kondigde België aan via een toespraak van koning Boudewijn dat Congo onafhankelijk zou worden, zonder schadelijk dralen noch onbezonnen haast. Een precieze datum werd niet gegeven, maar Lumumba zelf stelde 1 januari 1961 voor. In december van 1959 won de MNC de verkiezingen met een overgrote meerderheid, hoewel Lumumba op dat moment opnieuw gearresteerd was, dit keer voor het ophitsen van een menigte.

Een rondetafelconferentie in januari 1960 in België besliste dat de onafhankelijkheid zou uitgeroepen worden op 30 juni 1960 en dat er in mei verkiezingen zouden worden georganiseerd. Deze werden gewonnen door de MNC van Lumumba, die 33 van de 137 zetels kreeg. Lumumba en de MNC vormden de eerste regering op 23 juni 1960, met Lumumba als eerste minister en Joseph Kasavubu als president. Door de grote versnippering van de Congolese politiek zaten er maar liefst 12 partijen in deze regering.

Lumumba heeft de vernedering dat hij slechts premier mocht worden, ondanks het feit dat hij de grote triomfator van de verkiezingen was, nooit verteerd. Zo rukte hij eens de trofee uit de handen van Kasavubu die deze zou moeten uitreiken aan de winnaar van een voetbalmatch ter ere van de onafhankelijkheid om hem vervolgens zelf uit te reiken.[1] Maar bekender is zijn onverwachte speech op de onafhankelijkheidsdag, toen hij ongevraagd het woord nam (enkel Boudewijn en Kasavubu zouden normaal speechen). Lumumba liet zich opmerken door een zeer scherpe speech tegen de voormalige kolonisator, waarin hij zich beklaagde over dwangarbeid, beledigingen, lijfstraffen, sociale ongelijkheid,...[2] Hiermee veroorzaakte hij meteen een diplomatiek incident. Lumumba werd door o.a. Kasavubu aangespoord om later die dag een vriendelijkere speech te geven om de woedende Boudewijn te sussen, wat hij ook deed.[1]

Eerste minister[bewerken]

Zijn heerschappij werd gekenmerkt door de politieke onrust toen de provincie Katanga haar onafhankelijkheid uitriep onder Moïse Tsjombe op 11 juli 1960 (waarvoor het de steun van België kreeg). Enkele dagen later riep ook de diamantprovincie Kasaï haar onafhankelijkheid uit (ook met Belgische steun). Ondanks de aanwezigheid van VN-troepen, hield de malaise aan en Lumumba vroeg de Sovjet-Unie om hulp. Lumumba werd door het Westen, dat volop in Koude Oorlog was, ervan verdacht communist te zijn, mede omdat hij de hulp van de Sovjet-Unie had ingeroepen. Daarom spoorde het Westen president Kasavubu aan om zijn eerste minister Lumumba uit zijn ambt te ontslaan, wat Lumumba er uiteindelijk toe leidde om de president te ontslaan, een daad waarvan de wettelijkheid op zijn minst in twijfel kan worden getrokken.

Arrestatie[bewerken]

Op 14 september 1960 pleegde kolonel Joseph Mobutu (later Mobutu Sese Seko) een staatsgreep met de hulp van Kasavubu en kwam zelf tijdelijk aan de macht. Lumumba werd onder huisarrest geplaatst. Hij zocht steun bij de VN en Ghanese Blauwhelmen beschermden zijn woning, wat ook nodig was want Mobutu stuurde zijn soldaten om hem op te pakken. Intussen verloren Lumumba en zijn aanhangers, mede doordat zijn telefoonlijn werd doorgeknipt, hun greep op Leopoldstad. Antoine Gizenga nam in naam van Lumumba zijn plaats in als premier en vestigde een tegenregering in Stanleystad, waar Lumumba nog veel aanhang had. Lumumba besloot daarop om te ontsnappen verstopt in een Chevrolet en naar Stanleystad te gaan. Hierbij verschalkte hij zowel de blauwhelmen die hem beschermden als de soldaten van Mobutu die hem wilden arresteren. Maar in plaats van onmiddellijk naar Stanleystad te gaan, sprak hij in Leopoldstad nog groepen mensen toe en ook onderweg hield hij regelmatig halt om contact te maken met de bevolking. Hierdoor verloor hij kostbare tijd, waardoor Mobutu en Kasavubu de tijd hadden om hem op te sporen. Lumumba werd op 1 december 1960 door Mobutu's troepen gearresteerd. Hij werd gevangengenomen in Francquihaven en geboeid naar Leopoldstad gevlogen.

Mobutu voerde ter verklaring aan dat Lumumba terecht zou staan omdat deze laatste het leger zou hebben opgehitst tot rebellie en andere misdaden. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld riep Kasavubu op om Lumumba een eerlijk proces te geven. De USSR beschuldigden Hammarskjöld en het Westen van verantwoordelijkheid voor Lumumba's aanhouding en eisten zijn vrijlating.

De VN Veiligheidsraad werd bijeengeroepen op 7 december om over de Sovjet-eisen te vergaderen, namelijk dat de VN Lumumba's onmiddellijke vrijlating zou bewerkstelligen, dat Lumumba opnieuw zijn ambt zou kunnen bekleden, de troepen van Mobutu ontwapend zouden worden én dat alle Belgen onmiddellijk uit Congo geëvacueerd zouden worden. Sovjet-vertegenwoordiger Valerian Zorin weigerde aan de eis van de Verenigde Staten te voldoen dat hij zichzelf ongeschikt zou verklaren als voorzitter van de Veiligheidsraad gedurende het debat. Secretaris-generaal Dag Hammarskjöld zei - als antwoord op de Sovjetkritiek op zijn Congo-operaties - dat de VN-troepen zouden worden teruggetrokken uit Congo: "ik vrees dat alles ineen zal storten".

Als antwoord op een VN-rapport waarin gesteld werd dat Lumumba mishandeld werd door zijn bewakers, dreigde zijn aanhang op 9 december met de arrestatie van alle Belgen en de onthoofding van een aantal ervan, tenzij Lumumba vrijgelaten zou worden binnen de 48 uur.

De dreiging voor de VN-zaak werd nog versterkt door de aankondigingen van voormalig Joegoslavië, de Verenigde Arabische Republiek, Ceylon, Indonesië, Marokko en Guinee dat ze hun troepen die op dat moment in Congo gelegerd waren, zouden terugtrekken. De pro-Lumumba-resolutie die de Sovjets voorstelden werd weggestemd op 14 december met 8 stemmen tegen 2. Op dezelfde dag werd een Westerse resolutie die Hammarskjöld meer macht zou geven met betrekking tot de situatie in Congo door de Sovjet-Unie met een veto tegengehouden.

Vermoord[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Moord op Lumumba voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lumumba werd vervolgens op 17 januari 1961 uit de militaire gevangenis in Thysstad nabij Leopoldstad weggebracht naar een 'veiliger' gevangenis in Jadotstad in Katanga, waardoor hij werd overgeleverd in de handen van zijn vijanden.

Dezelfde nacht zou Lumumba samen met zijn twee kompanen geëxecuteerd zijn in nooit volledig opgehelderde omstandigheden. Zijn lichaam zou volgens sommige versies zijn opgelost in zwavelzuur, en werd nooit gevonden.

In februari 2002 gaf de Belgische overheid toe "onmiskenbare verantwoordelijkheid te hebben gehad in de gebeurtenissen die tot Lumumba's dood hebben geleid", al wilde men niet de volledige verantwoordelijkheid opnemen. In juli 2002 werden er door de Verenigde Staten documenten vrijgegeven die de rol van de CIA in de moord op Lumumba onthulden. De CIA zou Lumumba's tegenstanders gesteund hebben met geld en politieke ondersteuning, en in Mobutu's geval zelfs met wapens en militaire training. De dag waarop hij vermoord werd, 17 januari, is nu een feestdag in Congo.

Aanklacht[bewerken]

Een week voor de officiële herdenking van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid dienden de drie zonen van Lumumba, Roland, Guy en François via een aantal Belgische advocaten een aanklacht in tegen een tiental Belgische verdachten voor de moord op hun vader. De advocaat Christophe Marchand zei in dit verband: België heeft de soevereiniteit van Congo toen niet gerespecteerd, waardoor dit een internationaal conflict werd. Lumumba werd van zijn vrijheid beroofd, overgebracht naar Katanga, in het vliegtuig gefolterd en later vermoord. Hij heeft nooit een proces gekregen. Dat zijn stuk voor stuk oorlogsmisdaden, en die verjaren niet. De parlementaire commissie heeft al die feiten vastgesteld, maar daar niet de juridische conclusie uit getrokken. Vandaar onze aanklacht.

Referenties[bewerken]

  1. a b David Van Reybrouck, Congo een geschiedenis, hoofdstuk 6
  2. http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/06/29/50-jaar-congo-de-historische-speech-van-lumumba

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Voorganger:
geen
Minister-president van Congo-Kinshasa
1960
Opvolger:
Joseph Iléo