Patrick Leigh Fermor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sir Patrick Michael Leigh Fermor (Londen, 11 februari 1915 - Worcestershire, 10 juni 2011) was een Engelse schrijver.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Patrick Leigh Fermor werd geboren als zoon van Sir Lewis Leigh Fermor (1880 - 1954), een bekend geoloog in dienst van de Britse regering in India. Patrick (door familie en vrienden 'Paddy' genaamd) groeide het eerste deel van zijn kinderjaren in Engeland op bij een pleeggezin, omdat zijn ouders in India woonden. Na terugkeer van zijn familie voegde hij zich weer bij het gezin. Volgens eigen zeggen had hij een lastige jeugd en werd vanwege zijn vrijheidslievende karakter van school naar school gestuurd. Uiteindelijk kwam hij terecht op King's School in Canterbury, maar werd van die school ook verwijderd na betrapt te zijn op het hand vasthouden van de 'local greengrocers daughter'. Zijn ouders zagen vervolgens een militaire carrière voor hem in het verschiet en wilden hem naar Sandhurst sturen. Daar werd Paddy echter niet aangenomen en hij besloot om schrijver te worden. In die periode vatte bij hem het idee post om een reis door Europa te maken en te reizen als een 'wandering scholar', vergelijkbaar met middeleeuwse studenten.

Reizen[bewerken]

Op 8 december 1933, op 18-jarige leeftijd vertrok hij naar Hoek van Holland en begon aan een grote voetreis op weg naar Constantinopel. Van deze reis zou hij decennia later verslag uitbrengen in een trilogie, waarvan op dit moment slechts de eerste twee delen zijn gepubliceerd. Ook na het bereiken van Constaninopel keerde Paddy niet terug naar Engeland maar ging door met het verkennen van Griekenland. Hij raakte verwikkeld in een verhouding met een Roemeense prinses, Balasha Cantacuzina, en woonde een tijd met haar in een huis in Attica, waar zij schilderde en hij schreef. Patrick Leigh Fermor verbleef op het landgoed van de familie Cantacuzino in Baleni toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij keerde terug naar Engeland om dienst te nemen bij de Irish Guards, maar werd daarentegen vanwege zijn kennis van de Griekse taal gerekruteerd als een Special Operations Executive (SOE).

Oorlogsjaren[bewerken]

In dier voege werd hij gedropt boven Kreta met de opdracht om het verzet te helpen organiseren en om als verbindingsofficier te dienen. Hij kreeg de rang van majoor. Patrick Leigh Fermor leefde een paar jaar in de Kretenzische bergen en was de bedenker van de beroemde ontvoering van de Duitse bevelhebber van het eiland, generaal Kreipe in 1944. Dit succesvolle waagstuk bracht Paddy onmiddellijk roem, eerst in Kreta zelf, later in Engeland en elders.

Hollywood[bewerken]

Het verhaal van de ontvoering van generaal Kreipe werd opgeschreven door Stanley Moss, vriend en collega-officier van Leigh Fermor. Het boek werd in 1957 verfilmd met Dirk Bogarde als Patrick Leigh Fermor. De film werd lauw ontvangen en Patrick Leigh Fermor zelf woonde de première niet bij, overtuigd als hij inmiddels was dat de film geen recht deed aan de werkelijkheid. De contacten met mensen uit de filmindustrie zorgden er wel voor dat Leigh Fermor nu ook zelf een stap richting een Hollywoodcarrière waagde. Hij schreef het script voor The roots of heaven, een film uit 1958 van regisseur John Huston. De film werd opgenomen in Tsjaad en kende Trevor Howard en Errol Flynn als hoofdrolspelers. Leigh Fermor en Flynn raakten bevriend.

Na de oorlog[bewerken]

Direct na de oorlog ondernam Paddy een reis naar het Caraïbisch gebied met een Griekse vriend, A. Kosta en zijn latere echtgenote Joan Eyres Monsell, die hij tijdens de oorlog had leren kennen in Caïro. Deze reis verwerkte hij in zijn eerste boek, 'The travellers' tree' dat in 1950 verscheen en meteen werd bekroond. Het succes spoorde hem aan zijn schrijfcarrière uit te bouwen. Na de Caraïbische reis had Leigh Fermor zich teruggetrokken in het Normandische klooster van St.Wandrille om geconcentreerd te kunnen schrijven. Dit verblijf werd het onderwerp van zijn derde boek, 'A time to keep silence' uit 1957. Een jaar later volgde het beroemde 'Mani - travels through the south Peloponnese', in 1966 gevolgd door 'Roumeli'. Leigh Fermor had op dat moment zijn naam definitief gevestigd als oorlogsheld en auteur, maar verkreeg nog grotere roem door het eerste deel van de trilogie die zijn voettocht uit de jaren '33/'34 beschreef; 'A time of gifts', uit 1977, gevolgd door 'Between the woods and the water' uit 1986. Aan het derde deel van de trilogie, dat de reis vanaf de IJzeren Poort in Roemenië tot Constantinopel, beschrijft, is hij zelf niet meer toegekomen. Artemis Cooper en Colin Thubron hebben zijn onafgewerkt boek ge-editeerd en dit werd nu gepubliceerd als The Broken Road.

Griekenland[bewerken]

De liefde die Patrick Leigh Fermor al bij zijn eerste bezoek aan Griekenland voor dat land had opgevat, bracht hem ertoe een groot deel van het jaar aldaar door te brengen. Van 1966 tot aan zijn overlijden in 2011 woonde hij in een door hemzelf en zijn vrouw Joan ontworpen huis in de Griekse streek Mani. Deze streek was ook het onderwerp van zijn bekendste boek 'Mani, Travels through the South Peloponnese'.

In februari 2004 werd Patrick Leigh Fermor geridderd, en in 2007 kreeg hij een hoge Griekse onderscheiding uit handen van de Griekse president.

Boeken[bewerken]

  • The Traveller's Tree (1950)
  • The Violins of Saint-Jacques (1953)
  • A Time to Keep Silence (1957)
  • Mani - Travels in the Southern Peloponnese (1958)
  • Roumeli (1966)
  • A Time of Gifts (1977)
  • Between the Woods and the Water (1986)
  • Three Letters from the Andes (1991)
  • Words of Mercury (2003, onder redactie van Artemis Cooper
  • In tearing haste, letters between Deborah Devonshire and Patrick Leigh Fermor (2008), onder redactie van Charlotte Mosley

Externe links[bewerken]