Paul De Vigne
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Paul de Vigne, door Liéven De Winne
Paul De Vigne (Gent, 26 april 1843 - Sint-Joost-ten-Node, 13 februari 1901) was een Belgisch beeldhouwer.[1]
De Vigne leerde de eerste beginselen van het beeldhouwen van zijn vader Pieter De Vigne. Hij volgde opleidingen aan de Academie voor Beeldende Kunst in Gent en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Na zijn studie trok hij, zoals meerdere kunstenaars in die tijd, naar Italië, waar hij van 1870 tot 1874 woonde en werkte in Rome en Florence. Hij woonde tot 1882 in Parijs en keerde daarna naar België terug.
Hij behoorde tot de kunstenaarsgroep Les XX. Hij was ook lid van de in 1896 door Eugène Broerman opgerichte L’Oeuvre nationale de l’art appliqué à la rue et aux objets d’utilité publique.
Werken (selectie) [bewerken]
- standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck (1887), helden uit de Guldensporenslag, op de Grote Markt
- kariatiden, borstbeeld en genieën (ca. 1876) aan de linkervleugel (Kleine-Zavelpleintje) en de rechtervleugel (Regentschapsstraat) van het Koninklijk Conservatorium,
- standbeeld Filips van Marnix van Sint-Aldegonde (ca. 1880)
- standbeeld van Louis Benoît Van Houtte ter gelegenheid van de 100e verjaardag van zijn geboorte (1910)
Zie ook [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |