Paul Grégoire (kardinaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paul Grégoire
Kardinaal van de Katholieke Kerk
Wapen kardinaal
Rang kardinaal-priester
Titelkerk Nostra Signora del Santissimo Sacramento e Santi Martiri Canadesi
Creatie
Gecreëerd door Johannes Paulus II
Consistorie 28 juni 1988
Kerkelijke carrière
1961-1968 Hulpbisschop van Montreal
1967-1968 Apostolisch administrator van Montreal
1968-1990 Aartsbisschop van Montreal
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Paul Grégoire (Verdun, 24 oktober 1911Montreal, 30 oktober 1993) was een Canadees geestelijke en kardinaal van de Rooms-katholieke Kerk.

Grégoire werd op 22 mei 1937 tot priester gewijd. Na zijn wijding studeerde hij nog enkele jaren alvorens te worden aangesteld als rector van het seminarie van Sainte Thérèse. Vervolgens werd hij studentenpastor aan de Université de Montréal. Op 26 oktober 1961 benoemde Paus Johannes XXIII hem tot titulair bisschop van Curubi en tot hulpbisschop van Montreal.

Nadat Grégoire in 1967 al apostolisch administrator van Montreal was geworden, werd hij in 1968 door paus Paulus VI benoemd tot aartsbisschop van Montreal als opvolger van Paul-Émile Léger. In navolging van zijn voorganger trachtte Grégoire de hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie in zijn aartsbisdom te implementeren. Hij introduceerde allerlei vormen van pastoraal medebestuur. Hoewel hij zich formeel afzijdig hield van het onafhankelijksstreven van Quebec, dat tijdens zijn werk in Montreal sterk opbloeide, zette hij zich in voor de Franse taal.[1]

Tijdens het consistorie van 28 juni 1988 werd hij door Paus Johannes Paulus II verheven tot kardinaal, met de rang van kardinaal-priester. De Nostra Signora del Santissimo Sacramento e Santi Martiri Canadesi werd zijn titelkerk.

Paul Grégoire werd begraven in de kathedraal van Montreal.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Francis A. Burkle-Young, The Passing of the Keys. Modern Cardinals, Conclaves and the Election of the Next Pope, New York, Oxford, 1999 ISBN 1-56833-130-4, p. 343