Paul Janson
Paul Janson (Herstal, 11 april 1840 - Sint-Gillis, 19 april 1913) was een Belgisch liberaal politicus en minister van Staat. Hij is vooral bekend wegens zijn strijd voor het algemeen kiesrecht. Hij wordt beschouwd als de vader van het Belgische sociaal liberalisme.
Janson studeerde filosofie en rechten aan de Université Libre de Bruxelles en werd in 1862 advocaat aan de balie van Brussel. Na eerst contacten te hebben gehad met vroeg-socialisten sloot hij zich aan bij de Liberale Partij.
Vanaf het begin van zijn politieke loopbaan was Janson een voorstander van de afschaffing van het cijnskiesrecht. Hij was de leider van de progressieve vleugel van de liberalen die door hemzelf en een aantal collega-advocaten was opgericht. In 1877 werd hij verkozen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers maar in 1884 leed de Liberale Partij een grote nederlaag en werd hij niet herkozen. Dat jaar werd hij lid van de gemeenteraad van Brussel.
In 1887 kwam het tot een breuk tussen de gematigden en de progressieven in de Liberale Partij en in 1887 richtte Janson samen met een aantal collega-advocaten de Progressistische Partij op die als doel had het algemeen stemrecht in te voeren. Paul Janson werd de voorzitter van de partij. In 1889 werd Janson herkozen en ging hij verder met zijn strijd om de kieswet te hervormen. Het verzet van de Katholieke Partij die de absolute meerderheid had, was zeer groot. Na drie jaar van debat werd in 1893 het algemeen meervoudig stemrecht goedgekeurd in het parlement.
In 1894 verloren de liberale partijen opnieuw fors bij de verkiezingen en Janson verloor zijn zetel in de Kamer. Hij werd heropgevist en kreeg een zitje in de Belgische Senaat.
In 1900 kwam het door bemiddeling van Paul Hymans terug tot een verzoening tussen de progressieve en de gematigde liberalen en de Progressistische Partij werd opgeheven. Janson werd terug verkozen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor de Liberale Partij en hij zou dit blijven tot aan zijn dood. Hij bleef pleiten voor het algemeen enkelvoudig stemrecht, invoering van sociale zekerheid, voor de vermindering van de arbeidsduur en de invoering van collectieve arbeidsovereenkomsten. Zijn banden met de Belgische Werkliedenpartij waren zeer nauw en onder zijn bezieling werd voor de verkiezingen van 1912 een rood-blauw kartel gevormd om de absolute meerderheid van de katholieken te doorbreken. Dit mislukte echter en de katholieken behielden hun absolute meerderheid.
Na de verkiezingen werd Janson benoemd tot Minister van Staat.
Na de dood van Paul Janson werd zijn strijd voor het algemeen stemrecht verdergezet door Paul Hymans. Uiteindelijk werd in België het algemeen stemrecht in 1919 ingevoerd.
[bewerken] Politieke dynastie
Paul Janson was stichter van een politieke dynastie. Hij was de vader van Paul-Emile Janson die later eerste minister zou worden en van Marie Janson de eerste vrouwelijke senator van België. Via zijn dochter was hij de grootvader van Paul-Henri Spaak die later ook regeringsleider zou worden. Via deze laatste was hij de overgrootvader van Antoinette Spaak, de eerste vrouwelijke Belgische partijvoorzitter.
Verscheidene steden en gemeenten in het Brusselse en in Wallonië hebben een straat naar hem vernoemd.