Paul Splingaerd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paul Splingaerd (Brussel (België), 12 april 1842 - Xian (China), 26 september 1906) was een Belgische vondeling die in zijn latere leven een mandarijn (hoge ambtenaar) werd in de late Qing-regering. Splingaerd fungeerde eveneens als tussenpersoon in verschillende Chinees-Belgische projecten in de late negentiende eeuw.

Mandarijn Paul Splingaerd 林 輔臣 (1842-1906).

De meest bekende projecten waarin Splingaerd optrad als bemiddelaar zijn de onderhandelingen die België voerde met China om de eerste grote Chinese spoorweg te bouwen, de spoorweg tussen Peking en Hankou en de uitbouw van Belgisch-Chinese mijnbedrijven, commerciële instellingen en industriële bedrijven in Lanzhou, de hoofdstad van de provincie Gansu. Hoewel hij veel beroemder was in China, waar hij gekend was onder vele verschillende namen zoals Bi Lishi Lin (Belgische Lin), genoot Splingaerd ook in Europa enige bekendheid als de ‘beroemde Belgische mandarijn’. Hij initieerde ook onderhandelingen voor de bouw van de eerste metalen brug over de Gele Rivier in Lanzhou, nu bekend als de Sun Yat-Sen brug, maar overleed vooraleer men aanving met de bouw ervan.

Vroege leven[bewerken]

Paul Splingaerd werd geboren in Brussel in het jaar 1842. Hij groeide op als vondeling in het plattelandsdorp Ottenburg, nu een gehucht van de gemeente Huldenberg in de provincie Vlaams-Brabant, ten zuidwesten van de Belgische hoofdstad. In 1865, toen hij 23 jaar oud was, verliet hij België met de stichtende leden van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, ook bekend als de Missionarissen van Scheut, een katholieke congregatie van religieuze missionarissen, richting Mongolië. Daar werkte hij in hun dienst als onder andere klusjesman. Later vond Paul werk bij de Pruisische delegatie in Peking waar hij de Duitse geograaf en geoloog Ferdinand von Richthofen leerde kennen. Paul assisteerde von Richthofen als gids en vertaler tijdens enkele verkenningstochten doorheen 18 Chinese provincies tussen 1868 en 1872, waarbij onderzoek werd gevoerd naar lokale mineralen, flora en fauna en de lokale bevolking.

Paul de Mandarijn[bewerken]

Nadien leidde hij van 1872 tot 1881 een pelzen- en wolhandel in Mongolië totdat hij een aanbod kreeg van onderkoning Li Hongzhang om te werken als douane-inspecteur in de verre westelijke post van Jiuquan. Tijdens de veertien jaren (van 1881 tot 1896) dat hij mandarijn was in Jiuquan leidde hij onder meer de Suzhou Small Pox Clinic en bevorderde het begrip en de waardering van de Chinese bevolking en autoriteiten voor de westerse cultuur en technologie.

Li Hongzhang (feb 5 1823 - nov 7 1901).

Belgische Mandarijn[bewerken]

Na zijn periode als mandarijn in Jiuquan werd Paul gecontacteerd door vertegenwoordigers van de toenmalige koning van België, Leopold II. Ze wensten gebruik te maken van zijn kennis van de Chinese taal en gewoonten om een contract te onderhandelen voor de bouw van de spoorweg tussen Peking en Hankou. Zijn succesvolle bijdrage werd beloond met het ridderschap toen hem in 1897 de Belgische eervolle onderscheiding ‘Ridder in de Kroonorde’ werd toegekend.

Erkenningen[bewerken]

Vele ontdekkingsreizigers, waaronder een student van von Richthofen, Sven Hedin, schreven over hun onverwachte ontmoetingen met de roodbebaarde Belgische Mandarijn. Paul inspireerde ook personages in minstens twee novelles: Vladimir Nabokov’s The Gift, en het personage Mo-Sieu in Jean Blaise’s ‘Maator le Mongol’ De Belgische toneelschrijver Tone Brulin baseerde zijn musical ‘De staart van de Mandarijn’ op Pauls leven. Naar aanleiding van de honderdjarige herdenking van zijn overlijden werd in 2006 in Ottenburg, het dorp waar hij 21 jaar van zijn leven doorbracht, een standbeeld ter zijner eer opgericht. In 2008 werd er een tweede standbeeld voor hem opgericht, ditmaal in Jiuquan, waar Paul gedurende 14 jaar werkte als douane-inspecteur.

De kerk van Ottenburg - Standbeeld van Mandarijn Paul Splingaerd door Rene Hallet.

Externe links[bewerken]