Paulus van Caerden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal VOC
In 1605 keren de Amsterdamse viermaster 'De Hollandse Tuyn' en andere schepen onder bevel van Paulus van Caerden terug uit Brazilië, door Hendrick Cornelisz. Vroom

Paulus van Caerden (ca. 1569 - Manilla, oktober 1615 of 1616) was een Nederlandse admiraal in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie. In 1595-1597 nam Van Caerden als adelborst deel aan de Eerste Schipvaart, de eerste Nederlandse zeereis naar Oost-Indië. Hij was een maand lang gouverneur van de Molukken (juni 1610). Uiteindelijk werd hij door de Spanjaarden gevangengenomen en afgevoerd als dwangarbeider naar de Filipijnen.

Biografie[bewerken]

Paulus Willemsz. van Caerden was de zoon van Machtelt Pieters, die hertrouwd was met Hans Simonsz. de Jonge. Over zijn herkomst, achtergrond en opleiding is verder niet veel bekend.

Na terugkomst van de Eerste Schipvaart in augustus 1597 voeren Van Caerden en Pieter Both als vice-admiraal op 21 december 1599 uit in opdracht van de Brabantsche Compagnie, opgericht door Isaac le Maire. Na meer dan een half jaar varen kwamen de vier schepen in de Indische archipel aan. Van Caerden probeerde in november tevergeefs handelsbetrekkingen aan te knopen met Atjeh, in het noorden van Sumatra en Frederik de Houtman los te krijgen. Hij zou een Atjehs schip in de grond geboord hebben. De sultan eiste daarop een nieuw schip of omgerekend 50.000 gulden schadevergoeding.[1] Uiteindelijk keerde Van Caerden onverrichter zake terug.[2] Om de goede verstandhouding te bewaren ging De Houtman als gijzelaar opnieuw aan land.

Van Caerden laadde op 19 maart 1600 zakken peper in Bantam. De Verenigde Landen en Hof van Holland begonnen aan hun terugreis. Op 8 juli 1601 landde hij bij de Mosselbaai in Zuid-Afrika.[3] De mosselen waren een welkome aanvulling op het dieet. In november van dat jaar was hij terug in Holland.

Van 1603-1605 maakt hij met Joachim Hendricksz Swartenhondt en zes schepen een reis naar Portugal, de Canarische Eilanden, St. Helena, Brazilië en de Antillen en begin 1605 keerde hij met buit beladen in het vaderland terug.

Aanval op de Portugezen (1606-1607)[bewerken]

Het eiland Mozambique met het fort door Pieter van der Keere (1598)
Fortaleza de São Sebastião

Op 20 april 1606 vertrok Van Caerden als admiraal van een vloot met acht schepen uit Texel, samen met Dirck China uit Enkhuizen; vier schepen kwamen uit Amsterdam.[4] Van Caerden had een geheime instructie, niet alleen handel drijven; eenmaal voorbij Kaap de Goede Hoop zou hij de Portugezen aan moeten vallen.

Op 29 maart 1607 ankerde de admiraal met een aantal gewapende schepen en een strijdmacht van 1.060 of 1.500 man in de buurt van het fort San Sebastian op Ilha de Moçambique. Zijn aanval slaagde niet.[5] Nadat Van Caerden 25 doden en 70 à 80 gewonden te betreuren had, en een schip, de Zierikzee, aan de grond was gelopen, stelde hij een wapenstilstand voor.[6]

Op 7 mei 1607 zond Van Caerden een brief naar Dom Estêvão waarin hij dreigde de hele omgeving te verwoesten, tenzij dit werd afgekocht met een som geld. Dom Estêvão verwierp dit voorstel, waarop de Hollanders hun dreigement uitvoerden en de hele stad in brand staken. Nadat zij ook nog alle bomen hebben gekapt, hieven zij het beleg, dat twee maanden duurde, op, niet in de laatste plaats door gebrek aan water en de velen zieken. Van Caerden, die 4 augustus zag dat er drie Portugese kraken dicht onder het kasteel lagen, onthield zich van verdere actie af en vertrok op 26 augustus.[7]

Op de kust van India heeft Van Caerden 150 Moorse gevangenen aan land gezet, bezocht vervolgens Goa, Calicut, Ceylon en de Coromandelkust.

Aanhalingsteken openen

(Om het uitlopen van nieuwe schepen te verhinderen, besloot de Staten-Generaal der Nederlanden tot een blokkade van Spaanse havens. In 1607 vernietigde Jacob van Heemskerck de Spaanse vloot voor Gibraltar. Cornelis Matelieff de Jonge en Van Caerden hadden de opdracht vijandelijke schepen aan te vallen en handelsposten te vestigen, zodat de Nederlandse republiek een goede onderhandelingspositie had bij voorbereidingen van het Twaalfjarig bestand. Matelieff zeilde naar Malakka, Van Caerden naar India en Verhoeff kreeg de opdracht naar Ambon te zeilen. In de veronderstelling verkerend dat Mozambique in handen van Paulus van Caerden was gevallen, zeilde Pieter Willemsz. Verhoeff in 1608 onbekommerd de haven binnen totdat de Portugezen hem met een kanonschot uit de droom hielpen.[7])

Aanhalingsteken sluiten

Aanval op de Spanjaarden (1609-1610)[bewerken]

De specerijeneilanden door Blaeu
Halmahera en gezicht op de vulkaan Tarakan

Op 5 of 8 januari 1608 kwam hij op Bantam aan en ontmoette Jacques l'Hermite en Matelieff, die hem doorstuurden naar Ambon.[8] In maart kwam hij daar aan. Daar was Frederik de Houtman gouverneur. Op Ternate wist hij zijn vloot met vier schepen uit te breiden.

Van Caerden verloor in juli door een zeebeving, die het gevolg was van de uitbarsting van de vulkaan Tafasoho op Makian twee van schepen, de China en de Walcheren. De goederen konden worden geborgen. Op 18 juli 1608 stelde Van Caerden kapitein Apollonius Scotte aan als commandant van het fort te Tafasoho. Van Caerden ondernam met een klein vaartuig en 74 man een tocht naar Moro, het noordelijkste deel van Halmahera. Ten oosten daarvan veroverde hij een eiland dat Siauw geheten zou hebben, maar dat hoogstwaarschijnlijk Morotai is geweest en dat werd verdedigd door tien Spaanse soldaten. Toen admiraal Paulus van Caerden van deze onderneming terugkeerde, raakte zijn schip in de Baai van Leleda bij twee Spaanse schepen verzeild. Van Caerden streek zijn vlag voor beide vijandelijke schepen, maar werd op 27 augustus gevangengenomen en opgesloten in het fort bij Gammelamme (bij Ternate?).[7]

De Spaanse bevelhebber Pedro de Heredia eiste aanvankelijk de vrijlating van alle Spaanse gevangenen, de overdracht van Fort Malajoe, 6.000 gouden dukaten en de belofte dat Van Caerden nooit meer zou terugkomen. Op 18 maart 1610 kwamen Van Caerden en nog tien andere Hollanders vrij, tegen betaling van 6.000 realen van achten, die Van Caerden zelf gegeven had. Nadat Van Caerden door de Spanjaarden was overgedragen, nam hij de leiding weer op zich. Op 1 juni 1610 werd hij aangesteld als gouverneur van de Molukken. Hij werd, opnieuw door zijn eigen onvoorzichtigheid, begin juli op zijn schip de Goede Hope opnieuw door de Spanjaarden krijgsgevangen gemaakt. Op 9 juli zonden de Spanjaarden Van Caerden naar Manilla, waar hij stenen moest sjouwen die werden gebruikt bij de bouw van een fort.[7]

Het bezoek van Joris van Spilbergen aan Manilla, mogelijk in opdracht van de Staten-Generaal der Nederlanden, had onder andere als doel Van Caerden vrij te kopen. Hij was echter al overleden.

Literatuurlijst[bewerken]

  • Booy, A. de (1968) De derde reis van de VOC naar Oost-Indië onder het beleid van admiraal Paulus van Caerden uitgezeild in 1606, deel 1, Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage
  • Aa, A.J. van der (1858) Paulus van Caerden Biografisch Woordenboek der Nederlanden, J.J. van Brederode, Haarlem Via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Bronnen, noten en/of referenties
  1. NNWB
  2. Atjeh [1]
  3. Het is onduidelijk wie de naam Mosselbaai gegeven heeft. Het moet in ieder geval gebeurd zijn tijdens de Eerste Schipvaart, waar Van Caerden bij aanwezig was, of op zijn tweede tocht naar de Oost.
  4. Oud Enkhuizen [2]
  5. Verslag aanval op de VOC-site [3]
  6. Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de ..., Volumes 5-6, p. 164- [4]
  7. a b c d Colonial voyage [5]
  8. Maritieme kalender Scheepvaartmuseum[6]