Peilbuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een peilbuis is een buis met één geperforeerd deel, die in de bodem wordt geplaatst om de stijghoogte van het grondwater (zowel van het freatisch vlak als van diepere stijghoogten) vast te stellen, of voor bewaking van de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater.

Een peilbuis kan gemaakt zijn van onder andere PVC, HDPE of roestvast staal.

Het geperforeerde gedeelte wordt ook wel het filterdeel genoemd en is in de regel 1 à 2 meter lang. Afhankelijk van het doel van het onderzoek wordt het filter onder de grondwaterspiegel of snijdend ten opzichte van de grondwaterspiegel geplaatst. Met een snijdend filter kan een drijflaag met oliebestanddelen opgespoord worden.

Plaatsen van een peilbuis[bewerken]

In de grond wordt met de hand of machinaal, binnen een mantelbuis, tot de gewenste diepte een gat geboord. Vervolgens wordt de peilbuis in het gat gehangen. Rond het filterdeel wordt doorgaans een kous aangebracht en grof zand "grind" gestort om dichtslibben tegen te gaan. Als bij het boren afsluitende kleilagen worden doorboord, wordt op het filtergrind bentoniet aangebracht om de doorboorde kleilaag te herstellen en verticale toestroming uit een bovenliggend watervoerend pakket te voorkomen. De mantelbuis wordt tegelijkertijd met het vullen van het boorgat weer omhooggetrokken. Het gat wordt verder afgewerkt met grond en eventueel een afsluitbare straatpot of schutkoker. Ondergronds afgewerkte peilbuizen kunnen worden voorzien van een RFID-tag zodat ze bovengronds kunnen worden opgespoord.

Door meerdere filters in hetzelfde boorgat te plaatsen kunnen stijghoogteverschillen tussen de verschillende watervoerende pakketten worden vastgesteld. Uit de stijghoogteverschillen kan afgeleid worden of er sprake is van een infiltratie- of kwelsituatie.

Een peilbuis wordt doorgaans gewaterpast ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP) en ingemeten in rijksdriehoekscoördinaten om de peilbuis en de meetgegevens in een geografisch informatiesysteem (GIS) op te slaan. Peilbuiswaarnemingen en peilbuisstamgegevens kunnen worden opgenomen in een meetnet, b.v. het DINO grondwatermeetnet van TNO.

Peilbuis

Grondwaterstanden opnemen[bewerken]

Er zijn drie manieren om de grondwaterstanden via peilbuizen op te nemen. Dit kan handmatig, semi-automatisch of via telemetrie. Bij handmatige metingen wordt een peilstok in de peilbuis gestoken en zo afgelezen tot waar het grondwater staat. Voor meer nauwkeurige metingen zijn er grondwaterloggers in de markt. Deze loggers worden in de peilbuis gehangen. Via druksensoren Hydrostatische_druk worden op gezette tijden metingen genomen van de grondwaterstand. Deze waarden worden automatisch in het geheugen van de logger opgeslagen. Vervolgens worden ze, bijvoorbeeld één keer per kwartaal, handmatig op locatie met uitleesapparatuur uitgelezen (semi-automatisch), of bijvoorbeeld dagelijks op afstand (telemetrisch) automatisch gepushed naar bijvoorbeeld het 'DINO loket' of een webhoofdpost zoals H2gO.

Vooralsnog is voorzien dat in 2015 in Nederland de Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO) in werking treedt, die verplicht dat grondwaterwaarnemingen uit het DINO worden geraadpleegd ten behoeve van planvorming in de openbare ruimte. Daartoe leveren alle Nederlandse gemeenten geleidelijk hun grondwatermeetnetgegevens aan bij TNO, die de beoogde centrale beherende instantie in Nederland wordt van grondwaterwaarnemingen.

Zie ook[bewerken]