Penwortel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witlof groeit als een plant met een penwortel.

Er zijn plantensoorten, zoals verscheidene boomsoorten (onder andere dennen, eik, es), die een sterke hoofdwortel, penwortel genoemd, maken. Deze penwortel verankert de boom en zorgt ervoor dat deze ook uit diepere grondlagen water en voedingsstoffen kan halen.

Andere soorten maken een sterk verdikte wortel voor opslag van reservevoedsel. Vaak zijn dit tweejarige soorten, maar ze komen ook voor bij eenjarige planten (onder andere herderstasje). De vorm van de penwortel kan sterk verschillend zijn. Zo kan de penwortel kort tot zeer lang en min of meer rond, conisch of cilindervormig zijn.

Een aantal van deze planten worden als voedsel voor mens of dier gebruikt, bijvoorbeeld worteltjes (Daucus carota), schorseneren en voederbieten. Bij witlof worden de reservestoffen tijdens de trek uit de penwortel omgezet in een witlofkrop.

Ook kunnen in verdikte wortels belangrijke inhoudstoffen voorkomen. Suiker (sacharose) in suikerbieten. Inuline en fructose in cichorei.

Bij een aantal plantensoorten, zoals bij de paardenbloem, kan een stuk van de penwortel een nieuwe plant vormen. Hierdoor is deze zeer moeilijk te bestrijden.

Paardenbloem met penwortel
Jonge penwortel van een boom