Peperpot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Steiger bij Peperpot
Sluis bij de Surinamerivier
Droogschuur
Directeurswoning
Koffiefabriek
Het interieur van de koffiefabriek Peperpot

Peperpot is de naam van een voormalige koffieplantage en een plaats in het district Commewijne in Suriname. Peperpot ligt op de rechteroever van de rivier Suriname. Sinds de opening van de Wijdenboschbrug op 20 mei 2000 is de plantage gemakkelijk vanuit Paramaribo te bereiken. Het is een van de oudste plantages uit de Surinaamse geschiedenis. De plantage ligt aan de rivier tussen La Liberté en Mopentibo. In het binnenland grenst zij aan Jagtlust en aan Puttenzorg. In het Sranan Tongo heet de plantage pepre patoe.

Het begin van Peperpot moet ongeveer tussen 1651 en 1660 gelegen hebben. Waarschijnlijk was het een Engelse planter die het als suikerplantage aanlegde. De eerst bekende Hollandse eigenaar was Simon van Halewijn, die in 1696 naar Suriname was gekomen. De oppervlakte was toen 902 akkers. Hij was ook de eigenaar van Mopentibo en Puttenzorg en het daarnaast gelegen ‘t Eylant. Ook het hogerop gelegen Beaumont was in zijn eigendom. Hij beheerde dus een groot areaal dat in de hoogtijdagen veel geld moet hebben opgebracht.

In 1702 begint hij met de teelt van cacao en rond 1720 met koffie. In 1725 trouwde hij met Susanna Kinckhuysen. Na zijn overlijden in 1727 kwam Mopentibo in haar bezit. Peperpot en de andere plantages werden geërfd door zijn neef François Teresteyn van Halewijn Cornelisz, pensionaris van Dordrecht en bewindhebber bij de West-Indische Compagnie. Hij is nooit in Suriname geweest. Zijn dochter Johanna Agatha trouwde met Carel baron van Essen tot Helbergen, luitenant opperjagermeester van het Hertogdom Gelre en graafschap Zutphen. Ook zij hebben Suriname nooit bezocht. De plantages werden geadministreerd door Jan Pichot. Na het overlijden van zijn schoonvader in 1751 erft Carel van Essen tot Helbergen de titel Heer van Abbebroek en de bijbehorende landerijen. Na het overlijden van Johanna in 1763 erft hun zoon Lucas Willem de vier plantages. Lucas Willem bewoonde het Landgoed Schaffelaar en werd in 1791 begraven in de Oude Kerk in Barneveld. Omdat hij geen nakomelingen had en het geslacht van Essen tot Helbergen via de mannelijke lijn zou uit sterven ging zijn nalatenschap naar zijn tante Barones Margriet Cock van Haeften, weduwe van Baron Luca Willem van Essen tot Helbergen te Barneveld en vervolgens naar haar zoon de baron Jan Arend De Vos Van Steenwijk. In 1793 verkoopt hij Beaumont aan Abraham Meijers die de naam veranderde in Welgevonden. Op Peperpot werd er in dat jaar koffie en katoen verbouwd. Na zijn overlijden in 1813 komen de drie plantages 't Eylant, Puttenzorg en Peperpot in bezit van zijn zoon Hendrik Antonie Zwier de Vos van Steenwijk genaamd van Essen. In 1821 verkoopt hij Peperpot, ’t Eylant, dat samengevoegd was met Puttenzorg aan Marcus Broen Marcusz te Amsterdam, eigenaar van het handelshuis Broen en co. Deze was ook in bezit van de plantages Johan Margaretha, Wayanpibo, Livinia, Sinabo en Gelre, Kortenduur en 1/3e deel van 't Eylant en Puttenzorg.

In 1833 en 1834 was Gijsbert Christiaan Bosch Reitz de eigenaar. Hij kwam later in het bezit van Geertruidenberg, Zoelen en A la bonne heure; allen aan de Commewijnerivier.

In 1835 werd de plantage, samen met Mopentibo, gekocht door Casper Lodewijk van Uytrecht de Veer, zoon van Abraham de Veer, gouverneur van Suriname. De naam van Uytrecht nam hij van zijn moeder over. De “slavenmagt” was net daarvoor overgezet naar ’t IJland. Na zijn dood in 1846 werd zijn zoon Matthias Schotborgh de Veer de eigenaar. Ook hij nam de naam van zijn moeder over. Bij de emancipatie in 1863 kregen 51 slaven de vrijheid. De plantage nam daarna contractarbeiders in dienst. De eerste contractarbeiders waren de Chinezen, daarna de Hindoestanen en daarna de Javanen. Ook de Creolen, die uit het binnenland kwamen werden contractarbeiders. In 1869 werd de plantage geveild door het vertrek van Matthias naar de Verenigde Staten.

De volgende vermelding is uit 1895. De plantages is dan in bezit van de familie Wright. De plantage had toen een oppervlakte van 646 hectare. Peperpot en Mopentibo werden als één plantage gezien. Zij gaan over op de teelt van cacao. Eind 19e, begin 20e eeuw gingen de plantages efficiënter werken en ging men plantages samenvoegen. Zo ontstond de “Cultuur Maatschappij Dordrecht en Peperpot”. Deze maatschappij kwam onder beheer van de Nederlandse Handel-Maatschappij en vormde een onderdeel van het plantagecomplex Mariënburg. In de jaren 1898 – 1929 werden 831 Brits-Indiërs en 1276 Javanen te werk gesteld.

In 1905 werd Anton Jansen directeur en later eigenaar van Peperpot. De plantage was toen eigendom van de Rubber Cultuur Maatschappij te Amsterdam. In 1935 nam zijn zoon Jan-Piet de plantage over.

Net als de meeste andere plantages in Noord Suriname, waar eeuwen geleden moeras was, beschikte Peperpot over een kanalensysteem waarmee het teveel aan water kan worden afgevoerd. Bij de Surinamerivier is een sluis die handmatig bediend wordt.

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de restauratie van de gebouwen. De koffieloods uit ongeveer 1795 en de directeurswoning zijn geheel gerestaureerd. Dit is dan ook een van de laatste plantages die nog in een deels oorspronkelijke staat te bezichtigen zijn. Op de plantage is nog een koffie- en cacao-aanplant in redelijk oorspronkelijke staat en vindt men nog een oude loods en fabriek, evenals slavenhuisjes, de directeurswoning en een kampong. Toeristen kunnen de plantage bezoeken, en vandaar kanotochten maken.

Geboren in Peperpot[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Aa, A.J. van der: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden. 9e deel, p. 128, Gorinchem 1846: Jacobus Noorduyn.
  • Blokland-Visser, H.W.G van: 300 jaar handel in suiker 1695-1905, deel 5, 2010: plantage-eigenaren uit Dordrecht.
  • Brown, C.: Surinaamsche Staatkundige Almanach, Paramaribo 1793-1795: Wilkens.
  • Dikland, F., Hest, C. van et al.: Surinaamse architectuurdocumentatie: Peperpot (2011).
  • Gaay Fortman, F. de: In Suriname voor 100 jaar, in: De West-Indische Gids, 1929, jrg. 10, nr. 1, pp. 483-493.
  • Hove, O. ten & H.E. Helstone & W. Hoogbergen: Surinaamse emancipatie 1863, familienamen en plantages, Amsterdam: Rozenberg Publishers ISBN 978 90 5170 777 9.
  • Genealogie familie de Veer.
  • Maatschappij tot Nut van 't Algemeen: Surinaamsche Almanak, Paramaribo 1820-1930.
  • Plantage Peperpot.