Perikles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het toneelstuk van Shakespeare, zie Pericles, Prince of Tyre.
Perikles
Buste van Perikles; Romeinse kopie naar Grieks origineel van Cresilas (British Museum, Londen)
Buste van Perikles; Romeinse kopie naar Grieks origineel van Cresilas (British Museum, Londen)
Geboren 495 v. Chr.
Cholargos, Athene
Overleden 429 v. Chr.
Athene
Land/partij Athene
Rang Generaal (strategos)
Slagen/oorlogen Slag bij Sicyon en Acarnania, Tweede Heilige Oorlog, Gallipoli, Samische Oorlog, belegering van Byzantium, Peloponnesische Oorlog

Perikles (Grieks: Περικλῆς, Latijn: Pericles) (Cholargos, 495 v.Chr. - Athene, 429 v.Chr.), was een charismatisch staatsman en veldheer, de ongekroonde leider van Athene gedurende de grootste culturele en politieke bloeitijd die de stad ooit gekend heeft. Door zijn persoonlijkheid en zijn optreden wordt de gehele periode ook soms ‘de eeuw van Perikles’ of 'Gouden eeuw van Athene' genoemd.

Jeugd[bewerken]

Perikles werd vermoedelijk in 500 v.Chr. geboren in de Atheense voorstad Cholargos. Via zijn moeder Agariste, een nicht van Clisthenes, was hij verwant met het invloedrijke geslacht der Alcmaeoniden. Zijn vader Xanthippos verwierf roem als de overwinnaar bij Mycale. Als vijftienjarige jongen werd hij samen met de meeste van zijn stadgenoten naar Salamis geëvacueerd. Na de Perzische nederlaag keerde hij naar het bevrijde Athene terug en aanschouwde de wederopbouw van de verwoeste stad. In zijn jeugdjaren werd hij gevormd door de verlichte ideeën van leermeesters zoals de musicus Damon en de filosoof Anaxagoras, die nog lang zijn vriend bleef. Bij de opvoering van AischylosPerzen in 472 was hij choreeg.

Politiek[bewerken]

Daarna trad hij vrij snel op de voorgrond in de democratische stroming in de Atheense politiek. Hij had Ephialtes gesteund bij de onttroning van de Areopagus en na diens gewelddadige dood in 461 werd hij de onbetwiste leider van de democratische partij. Tussen 460 en 445 werd hij herhaaldelijk tot strateeg gekozen en leidde hij succesvolle veldtochten, onder meer tegen Boeotië en Aigina. Aldus begon hij onmiddellijk de machtsuitbreiding van Athene na te streven door de reorganisatie van de Delische Bond. Onder zijn leiding ontwikkelde deze bond zich steeds meer tot een Atheens imperium, waarin de bondgenoten een ondergeschikte status kregen. Nadat er met Perzië in 449/448 eindelijk officieel de vrede was gesloten, werd de toenemende spanning met aartsrivaal Sparta in 446 ook bezworen door een dertigjarige vrede, waarna Perikles aan de verwezenlijking van zijn politieke ideaal kon beginnen. Een poging om in Athene een Panhelleens congres samen te brengen, waardoor de hegemonie van Athene duidelijk tot uiting zou komen, heeft weinig succes gehad door tegenwerking van Sparta. De stichting van de Panhelleense kolonie Thurii in Zuid-Italië (444 v.Chr.) heeft niet de steun gekregen waarop Perikles gehoopt had.

In de binnenlandse politiek radicaliseerde hij de democratische instellingen, vooral door de invoering van een staatsuitkering voor het deelnemen aan rechtbanken en het vervullen van andere openbare functies. Deze hervorming maakte het ook voor burgers uit de laagste vermogensklassen mogelijk daadwerkelijk hun burgerrechten en –plichten te vervullen zonder derving van de noodzakelijke inkomsten voor hun levensonderhoud. Op cultureel gebied nam hij het initiatief tot de bouw van onder meer het Parthenon, en steunde hij kunstenaars en geleerden als Anaxagoras, Sophocles, Phidias, Herodotos en Protagoras, met wie hij meestal persoonlijk bevriend was. Politieke tegenstanders die de grote staatsman zelf niet durfden trotseren richtten vaak hun aanvallen tegen deze vrienden, of tegen Aspasia, die zijn levensgezellin was nadat hij zich van zijn wettige vrouw had laten scheiden.

Toen de Peloponnesische Oorlog onvermijdelijk werd, en Attika jaarlijks verwoest werd door de Spartanen onder koning Archidamus II, raakte het Atheense volk ontevreden over Perikles’ strategie. Op grond van een onduidelijke aanklacht wegens verduistering van staatsgeld zette men hem af als strateeg, maar vrijwel onmiddellijk betreurde het volk deze beslissing en herkoos hem voor het jaar 429. De ongegronde verdachtmaking heeft echter zijn levenskracht gebroken. Perikles was op de oorlog voorbereid, maar kon zijn oorlogsplan niet ten uitvoer brengen: inmiddels was in Athene de pest uitgebroken en hij was een der eerste slachtoffers van de ziekte. Hij overleed in de herfst van het jaar 429, nadat hij eerst zijn beide zonen Xanthippos en Paralos aan de moordende ziekte had zien bezwijken.

Karakterschets[bewerken]

Perikles dankte zijn charisma vooral aan zijn buitengewone welsprekendheid. “De godin der overreding zat op zijn lippen”, beweerde de dichter Eupolis. Thukydides heeft zijn redenaarstalent vereeuwigd met de beroemde lijkrede (“Epitaphios”) die Perikles uitsprak bij de herdenkingsplechtigheid voor de eerste gesneuvelden uit de Peloponnesische Oorlog. Hoewel van aristocratisch komaf en een hooghartig karakter - de ‘Olympiër’ noemden zijn opponenten hem - heeft Perikles zich als politicus een democratische visie eigen gemaakt en deze in dienst gesteld van zijn vaderstad Athene, die hierdoor dé antieke democratie bij uitstek werd en de suprematie verkreeg in de Griekse wereld. Door zijn beleid konden de handwerkslieden ruim in hun levensonderhoud voorzien met de vele bouwprojecten op de Akropolis en in de Piraeus. Arme burgers konden zich door vergoeding voor staatsdienst opwerken, zodat iedereen zich met staatszaken kon bezighouden.

Perikles had mogelijk een aangeboren schedelvervorming: de komediedichter Kratinos noemde hem in een van zijn stukken spottend komkommerkop. Om dit gebrek enigszins te flatteren droeg hij in het openbaar vaak een helm en liet hij zich liefst op die manier portretteren.