Persoonlijk voornaamwoord
Het persoonlijke voornaamwoord (pronomen personale) is het voornaamwoord dat in de plaats van een zelfstandig naamwoord staat.
Inhoud |
Overzicht [bewerken]
In het Nederlands is de vorm afhankelijk van het perspectief, het aantal en soms van het geslacht. Bij de tweede persoon bestaat ook een beleefdheidsvorm. Bijna alle vormen kennen een gereduceerde vorm, dat wil zeggen een niet-beklemtoonde vorm die dichter bij de spreektaal ligt. De gereduceerde vorm staat hieronder tussen haakjes.
| onderwerp (nominatief) |
voorwerp (accusatief en datief) |
genitief | opmerkingen | ||
|---|---|---|---|---|---|
| eerste persoon | enkelvoud | ik ('k †) | mij (me) | ||
| meervoud | wij (we) | ons | In dialecten worden voor het onderwerp ook vormen als wullie en ons gebruikt. | ||
| tweede persoon | enkelvoud | jij (je) u gij (ge) |
jou (je) u u |
U is de beleefdheidsvorm, vroeger vaak met een hoofdletter geschreven, of de objectsvorm van gij. Gij geldt thans als verouderd, maar is in het Brabants, het Vlaams en verschillende andere dialecten de normale vorm. Zie ook Tutoyeren. | |
| meervoud | jullie (je) u gij (ge), gijlieden |
jullie (je) u u, ulieden |
In dialecten worden voor het onderwerp ook vormen als gullie en voor het voorwerp ook vormen als ullie gebruikt. | ||
| derde persoon | enkelvoud | hij (ie †, die †) zij (ze) het ('t) |
hem ('m) haar ('r †, d'r †, ze ††) het ('t) ††† |
er er er |
mannelijk vrouwelijk onzijdig |
| meervoud | zij (ze) | hen, hun (ze) | er | In dialecten worden voor het onderwerp ook vormen als hun en zullie gebruikt. Het juiste gebruik van hen of hun levert veel problemen op. In archaïsch Nederlands wordt bij vrouwelijke woorden ook wel haar gebruikt in plaats van hen en hun. | |
† Wordt meestal niet geschreven †† Vlaams ††† Niet na een voorzetsel
Meervoud [bewerken]
De meervoudsvormen zijn vaak geen nauwkeurige meervouden en er zijn dan ook talen die daar verschillende woorden voor hebben.
De eerste persoon ik duidt op de spreker. Het meervoud wij duidt echter niet op de sprekers, want er is meestal maar een persoon aan het woord. De betekenis van wij is dan ook: ik en een of meer andere personen. Die andere personen kunnen de aangesproken personen zijn maar ook anderen.
Wij kan betekenen:
- ik en jij
- ik en jullie
- ik en mijn vriend(en)
De tweede persoon jij of u duidt op de aangesproken persoon. Het meervoud jullie kan duiden op de aangesproken personen en dat is een nauwkeurig meervoud. Het kan echter ook duiden op anderen die niet aanwezig zijn.
Jullie kan betekenen:
- jij en jij
- jij en jouw vriend(en)
'Er' als persoonlijk voornaamwoord [bewerken]
Het woordje 'er' kan in het Nederlands zowel een bijwoord als een persoonlijk voornaamwoord zijn. Als 'er' een persoonlijk voornaamwoord is wordt er naar een genitiefvorm verwezen, en kan ervan betekenen. In de volgende zinnen is 'er' een persoonlijk voornaamwoord:
- Heb jij maar één bloem? Ik heb er veel. (Ik heb er veel van.)
- Daar zie ik centen. Ik pak er tien. (Ik pak er tien van.)
Opmerkingen [bewerken]
In een van de oudste teksten in het Oudnederlands wordt "hic" gebruikt voor "ik" en "thu" voor "jij":
- Hebban olla vogala nestas hagunnan
- hinase hic enda thu
- wat unbidan we nu
Andere talen [bewerken]
In een aantal talen kan het persoonlijk voornaamwoord worden weggelaten, omdat de gebruikte werkwoordsvorm voldoende informatie geeft. Bijvoorbeeld in de Latijnse zin Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben, een citaat van René Descartes) ontbreken persoonlijke voornaamwoorden.
Dit verschijnsel doet zich nog steeds in het Spaans van Spanje en Latijns-Amerika voor, zo zegt men bijvoorbeeld bailo ("ik dans") en niet yo bailo. In de vorm "yo bailo" valt de klemtoon op de persoon (ik).
Ook in telegramstijl komt dit vaak voor.
Juridische taal [bewerken]
Een nadeel van persoonlijke voornaamwoorden kan zijn dat niet duidelijk is wie ermee wordt bedoeld. In juridische teksten wordt daarom vaak de naam of functie van de persoon toegevoegd. Bijvoorbeeld: "De comparanten zijn mij, notaris, bekend".
Externe link [bewerken]
Een overzicht van de pronomina van de tweede persoon in alle talen staat in: http://en.wikipedia.org/wiki/T-V_distinction
| Woordsoorten |
|---|
|
achterzetsel · bijvoeglijk naamwoord · bijwoord · eigennaam · ideofoon · lidwoord · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord · zelfstandig naamwoord |