Persoonsgebonden aftrek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De persoonsgebonden aftrek in de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001 wordt onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen toegepast wegens betaalde alimentatie, levensonderhoud van kinderen waarvoor geen studiebeurs of kinderbijslag ontvangen wordt, uitgaven voor monumentenwoningen, giften, verliezen op beleggingen in durfkapitaal, (eigen) studiekosten en uitgaven voor specifieke zorgkosten.

Drempels hangen af van het drempelinkomen, het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek.

De persoonsgebonden aftrek (PGA) wordt toegepast op het inkomen in box 1, en als dat niet toereikend is op het inkomen in box 3 en vervolgens box 2.

Anders dan de naam suggereert kunnen fiscale partners hun totale persoonsgebonden aftrek onderling naar keuze verdelen.

Inhoud

[bewerken] Onderhoudsverplichtingen

Als PGA mag men de alimentatie aftrekken indien deze alimentatie betaald is aan de gewezen echtgenoot. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar. Hierbij is de ontvangen alimentatie bij de gewezen partner belast in box 1, en bij het kind onbelast. Ook de afkoopsommen van alimentatie of bedragen die betaald worden voor de verrekening van lijfrenten of pensioenen bij echtscheiding zijn aftrekbaar.

[bewerken] Uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen

Indien men een kind tot 30 jaar in belangrijke mate onderhoudt, is een bepaald forfaitair bedrag aftrekbaar. Indien men echter recht heeft op kinderbijslag, of het kind recht heeft op studiefinanciering, is geen aftrek mogelijk. Het bedrag is afhankelijk van de leeftijd en of het kind nog in huis woont.

[bewerken] Uitgaven voor specifieke zorgkosten

Sinds 2009 gaat het om uitgaven voor specifieke zorgkosten. Deze nieuwe regeling richt zich scherper op chronisch zieken en gehandicapten.

De volgende kosten zijn nog aftrekbaar:

  • Vervoerskosten (controle)bezoek artsen in ziekenhuis;
  • Door een arts voorgeschreven medicijnen;
  • Extra gezinshulp;
  • Hulpmiddelen uitgezonderd brillen, lenzenimplantaten, ooglaserbehandeling en contactlenzen;
  • Extra kosten voor kleding en beddengoed;
  • Kosten van andere aanpassingen die voornamelijk door zieken en invaliden worden gebruikt;
  • Kosten van op medische voorschrift aangebrachte aanpassingen van de woning.

Alle aftrekbare kosten mogen met 113% procent worden verhoogd wanneer mensen een gezamenlijk drempelinkomen onder de 32.127 euro hebben.

De niet-aftrekbare kosten zijn:

  • Premie van de (aanvullende) ziektekostenverzekering;
  • Vaste aftrekbedragen voor 65+, arbeidsongeschikten en chronische zieken;
  • gebruikte deel van uw verplichte eigen risico;
  • De huisapotheek;
  • Contributies Diabetes Vereniging;
  • Begrafenis- of crematiekosten;
  • Begrafenisvereniging.

[bewerken] Giften

De wet maakt onderscheid tussen "periodieke giften" en "andere giften":

De regeling voor "periodieke giften" betreft uitsluitend die op basis van een lijfrenteschenking: een bij notariële akte van schenking aangegane verplichting tot het doen van vaste en gelijkmatige periodieke, ten minste jaarlijkse, uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren, maar uiterlijk tot overlijden van de gever[1]. In dit geval is er geen drempel of maximum, en de begunstigde kan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) zijn, maar het mag ook een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid zijn die geen ANBI is, mits deze ten minste 25 leden heeft en niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen is. De notariële akte mag bepalen dat de uitkeringen of verstrekkingen eindigen bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid van de gever, faillissement van de instelling, en/of wanneer de instelling de ANBI-status verliest.

Bij "andere giften" moet de begunstigde een ANBI zijn. Voor het totaal aan deze giften geldt er een drempel voor aftrek van 1% van het drempelinkomen, maar minimaal € 60; het aftrekbare bedrag is maximaal 10% van het drempelinkomen.

In de aanhangige Geefwet wordt bepaald dat een algemeen nut beogende instelling die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op cultuur, kan verzoeken tevens te worden aangemerkt als culturele instelling. Bij giften aan deze instellingen geldt een multiplier van 1,25, dat wil zeggen dat het aftrekbare bedrag 25% hoger is dan de gift. Dit is een tijdelijke regeling van 2012 t/m 2016. De bepaling van deze tijdelijkheid wordt aangeduid als "horizonbepaling", en vormt een apart nieuw hoofdstuk 10B in de Wet inkomstenbelasting 2001.

[bewerken] Scholingsuitgaven

Indien de belastingplichtige uitgaven maakt voor scholing met het oog op het verwerven van inkomen, zijn deze uitgaven aftrekbaar. Hiervoor geldt een drempel van € 500, en een maximum van € 15.000. Als uitgaven worden nimmer kosten voor levenshonderhoud, huisvesting, voedsel, drank, studeerruimte of studiereizen in aanmerking genomen.

[bewerken] Uitgaven voor monumentenpanden

Indien men een monumentenpand heeft, mag men de onderhoudskosten, lasten en afschrijvingen aftrekken als PGA. Er geldt wel een drempel ter grootte van 0,75% van de WOZ-waarde. Als afschrijving dient men 15% van het eigenwoningforfait te nemen. (Zie voor eigenwoningforfait Box 1).

[bewerken] Samenloop met aftrek in box 3

Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad is – deels ter verduidelijking – per 30 december 2009 de bepaling ingevoerd dat verplichtingen die kunnen leiden tot uitgaven die geheel of voor een deel worden aangemerkt als een persoonsgebonden aftrekpost voor uitgaven voor onderhoudsverplichtingen of aftrekbare giften niet als schuld in box 3 in aanmerking komen (IB art. 5.3, lid 3a). Aanhangig is de verruiming tot alle persoonsgebonden aftrekposten per 2012.


Referenties
  1. Indien het stoppen van de giften bij overlijden ongewenst is kan de gever dit compenseren door een legaat ter grootte van de vervallen giften in zijn testament op te nemen. Dit is echter niet bij overledene of erfgenamen IB-aftrekbaar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren