Persoonsvorm
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De persoonsvorm (verbum finitum) is in de redekundige ontleding een vorm van het werkwoord die in persoon en getal (enkelvoud vs meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht.
De persoonsvorm is een onderdeel van het gezegde. Samen met het onderwerp vormt de persoonsvorm nog een syntactische eenheid, de zinskern.
Een hoofdzin en een niet-beknopte bijzin bevatten vrijwel altijd een persoonsvorm.
De persoonsvorm vind je door de zin vragend te maken of door deze in een andere tijd te zetten. Bijvoorbeeld:
- Jij hebt hem nooit met rust gelaten.
- Heb jij hem nooit met rust gelaten?
- Zij heeft hem nooit met rust gelaten.
- Heeft zij hem nooit met rust gelaten?
- Hij vindt haar nogal eigenwijs.
- Vindt hij haar nogal eigenwijs?