Perzen (Aischylos)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Perzen (Aischylos) (Grieks: Πέρσαι, Persai) is een tragedie van de Griekse tragediedichter Aeschylus uit 472 v.Chr. Zoals in de meeste tragedies van Aeschylus, speelt ook in Persai het koor een voorname rol: zijn breed uitgewerkte zangen, vol epische en geografische uitweidingen, nemen bijna de helft van het totaal aantal verzen in beslag.

Samenvatting[bewerken]

Het stuk Perzen gaat over de Perzische nederlaag bij Salamis. Deze tragedie is opgebouwd uit een parados, twee episodia, twee stasima, en een exodus. Het begint in het gouden paleis van koningin-moeder Atossa en haar overleden echtgenoot Darius I. Het koor vertelt over de enorme grootte van het onaantastbare Perzische leger waarmee de nieuwe koning Xerxes aan de invasie van Griekenland is begonnen. Atossa krijgt een nare droom waarin haar zoon Xerxes een groot onheil overkomt. Maar dan komt de bode om te melden dat het hele Perzische leger is weggevaagd. Hij vertelt ook hoe het leger ten onder ging in de baai van Salamis. Alle legerleiders zijn gedood, behalve Xerxes, die bleek te zijn gevlucht. Ten einde raad roept het koor de schim van koning Darius uit de onderwereld op. Atossa vertelt hem hoe Xerxes zijn leger liet vernietigen: de schim van de koning verklaart dan dat de hybris van zijn zoon de wrevel van de goden, heeft opgewekt. Daarna verdwijnt de schim. Ten slotte komt Xerxes als een geslagen hond weer thuis en moet hij uitleg geven aan het koor. Het stuk eindigt met een lange klaagzang.