Pesach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gedekte tafel op sederavond

Pesach (Hebreeuws: פסח – afgeleid van 'sloeg over': Pasach), ook bekend als het lentefeest, vrijheidsfeest of matzefeest is een van de belangrijkere feesten in het jodendom. Met Pesach herdenkt men de joodse slavernij in Egypte en de uittocht uit Egypte ('Exodus') en daarmee de bevrijding van de slavernij. Deze gebeurtenissen, die niet zijn geverifieerd via bronnen buiten het jodendom, staan centraal in het joodse ethos.

Pesach duurt zeven of acht dagen en begint op de avond van de 15e niesan die in maart of april kan vallen. Pesach eindigt in Israël op de 21e niesan en daarbuiten op de 22e niesan.

Het feest vangt aan met één sederavond in Israël en twee erbuiten. Op deze sederavond worden teksten gelezen, liederen gezongen, de vier vragen worden gesteld (waarom eten wij anders dan alle avonden matze; waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop; waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden; en waarom eten we anders dan alle andere avonden bittere kruiden), er worden vier bekers wijn (of druivensap) gedronken en een maaltijd (de sedermaaltijd) wordt genuttigd volgens een vrij vast patroon. Gedurende de hele Pesachweek, die bij sommige Joden zeven dagen duurt en bij andere acht, mag men volgens de religieuze voorschriften geen gerezen voedsel eten. In plaats van regulier brood eet men matzes oftewel 'ongerezen' broden.

Haggada uit de 14e eeuw, Duitsland

Op de sederavond wordt uit de haggada gelezen, een boekje met hierin samengevat de gebeurtenissen voor en tijdens de uittocht met uitleg voor kinderen en volwassenen.

Mozes[bewerken]

In het Bijbelboek Exodus wordt beschreven hoe Mozes het volk in opdracht van God na op de dag af 430 jaar in Egypte van de slavernij bevrijdde, in de maand Aviv. De toenmalige farao weigerde hen te laten gaan, omdat het goedkope arbeidskrachten waren, maar na de tien plagen mocht het volk weg. Vervolgens wordt de doortocht door de Rode Zee (toen nog Schelfzee) beschreven en 40 jaar omzwervingen door de Sinaïwoestijn voordat het beloofde land Kanaän in bezit genomen mocht worden.

De uittocht[bewerken]

De avond voor de uittocht werd de Pesachtraditie ingesteld, gesteund door voorschriften die Mozes had gekregen (hoofdstuk 12): men moest met een bosje hysop bloed van een 'vlekkeloos' geslacht lam smeren op beide deurposten en de bovendorpel; men moest staande en met reiskleren aan een maaltijd nuttigen van ongezuurd brood, en het gebraden vlees van het offerdier. Slaven mochten wel mee-eten, maar alleen als ze besneden waren. Dat gold ook voor vreemdelingen, bijwoners en dagloners. Het Pesach moest thuis, en famille, gevierd worden en geen stukje vlees mocht naar buiten gebracht worden. Er mocht geen been van het dier gebroken worden. Heel Israël moest dit vieren.

De broodkoeken waren ongezuurd omdat het volk haastig moest vertrekken, zonder te kunnen wachten tot het deeg gerezen en volgens gewoonte bereid was (Ex.12: 39). Het moest 's avonds of 's nachts worden gegeten omdat het "een nacht van waken ter ere van de Here" (Ex.12:42) zou zijn, omdat Hij hen die nacht Egypte had uitgeleid. Later werd het vroegste tijdstip van de paasmaaltijd officieel vastgesteld op 19.00 uur. Het hele feest duurde vanaf die tijd zeven dagen.

De lossing[bewerken]

De traditionele Pesachviering gebeurt nog altijd volgens vaste patronen. De oudste zoon van een joodse familie moest volgens Exodus 12 worden 'gelost' (niet als alle eerstgeboren dieren verplicht geofferd, maar met een plaatsvervangend offer daarvan gered). Tijdens de traditionele Pesachmaaltijd legt de vader of familieoudste de betekenis van het Pesach uit, en refereert onder andere aan de 'lossing' van de eerstgeboren zoon. Die vraagt dan wat dat allemaal betekent, waarop de vader Gods daden bij de uittocht memoreert, en het belang van de 'lossing'. Het jongste kind stelt de vier vragen, en daarmee begint de vertelling van het pesachverhaal. Vier bekers wijn doen de ronde onder leiding van de mannelijke oudste van het gezin. Die maaltijd valt op de 14e Niesan, de dag dat het volle maan is en in de maand waarvan de 14e dag, van de nieuwe maan af gerekend, valt op of na de lente-equinox.

Bloed aan de deurpost[bewerken]

Na de tijd van koning Salomo ging het bergafwaarts met het houden van de voorschriften en feesten. In 621 v.Chr. herstelde koning Josia de tempeldienst en ook het Pesach. Opnieuw werden de Mozaïsche voorschriften voor het feest ingevoerd: bloed aan de deurpost en bovendorpel, reiskleren aan; het slachten van een ontwijd dier 'tussen de avonden', (dat wil zeggen bij het volle maan tussen de eerste zonsopkomst en volledige zonsondergang) het eten van gebraden vlees met soms de ingewanden naast de kop gelegd, ongezuurd brood en bittere kruiden, soms een soort bruine vruchtenmoes. Wijn kwam er pas later bij. Tot aan de Babylonische ballingschap (ca. 470-400 v.Chr.) functioneerde het feest met wisselend succes.

Na de ballingschap werd het Pesach opnieuw een pelgrimsfeest. Men kwam van overal voor een week naar Jeruzalem, waar de herbouwde tempel weer een prominente rol vervulde. Begrijpelijkerwijs stond de viering de eerste tijd in het teken van de terugkeer uit Babylonië, maar geleidelijk aan kwam het accent weer op de Exodus te liggen.

Pesach en Massot[bewerken]

Het paaslam van de familie of gemeenschap werd op de 14e Niesan (voorbereidingsdag) na het middaguur in de tempel geslacht, daarna meegenomen naar het onderkomen, gebraden en bij de maaltijd op 15 Niesan na 19.00 uur genuttigd. Er werd wijn gedronken, ongezuurd brood en kruidensla gegeten en een loflied gezongen, het Hallel.

Pesach en het christendom[bewerken]

Christenen noemen Pesach vaak 'pascha'. Pascha is het Aramese woord voor Pesach. Opvallend is dat in de Oosters-orthodoxe Kerk het woord Pascha met het Griekse Pascho (dat "lijden" betekent) verbond. Daarmee gaf men een christelijke betekenis aan Pasen. Vreemd genoeg is 'pascha' juist de Hebreeuwse naam voor het christelijke paasfeest. Het christelijke Pasen is geïnspireerd op het joodse Pesach en het vroegere lentefeest — dat dus aan de basis van beide ligt — hoewel met een nieuwe symboliek rond de kruisiging en wederopstanding van Jezus.

Aangezien Jezus en zijn volgelingen zelf Pesach vierden, is er eind 20e eeuw en begin 21e eeuw een gebruik onder sommige groepen christenen ontstaan — oorspronkelijk in Duitsland — om jaarlijks de sederavond te vieren met als doel zo 'dichter bij Jezus te staan'. Ook discussiëren sommige christenen of dit nieuwe gebruik wel authentiek en gewenst is. Het jodendom zelf stelt dat de Pesachregels alleen van toepassing zijn op mensen die joods zijn; het jodendom hekelt de externe uitdraging van religie.

Zie ook[bewerken]