Pet Shop Boys

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Pet Shop Boys
Pet Shop Boys live (2007)
Achtergrondinformatie
Jaren actief 1981 - heden
Oorsprong Londen (Engeland)
Genre(s) Elektronische muziek
Pop
Dance
Label(s) Parlophone
Bezetting
Leden
Leadzanger Neil Tennant
Toetsenist / Zanger Chris Lowe
Muziekportaal

De Pet Shop Boys is een Brits muzikantenduo, gevormd door zanger Neil Tennant (1954) en toetsenist Chris Lowe (1959). Vooral in de tweede helft van de jaren '80 scoren de Pet Shop Boys hit na hit.

Inhoud

[bewerken] Achtergrond

De muziek van de Pet Shop Boys bestaat uit elektronische pop- en dancemuziek; heftige, soms bombastische synthesizerklanken, aanstekelijke ritmes en enigszins emotieloze zang. Neil Tennant en Chris Lowe schrijven hun nummers zelf, waarbij Neil doorgaans voor de teksten verantwoordelijk is, en Chris voor de muziek. De groep onderscheidt zich met hun specifieke geluid, dat in de loop der jaren wel aan verandering onderhevig is. Ook kenmerkend is een perfectionistische inslag, waarbij niets aan het toeval wordt overgelaten. Zo zijn de covers van vrijwel alle releases ontworpen door één ontwerper: Mark Farrow, die zich met zijn vaak minimalistische en stijlvolle ontwerpen weet te onderscheiden en trends weet te zetten.

[bewerken] Samenwerking

De Pet Shop Boys verwerven niet alleen bekendheid met hun eigen nummers, maar ook met de opvallende samenwerkingen die zij aangaan.

Als producers en schrijvers werken zij onder andere samen met:

Als remixers werken zij onder andere voor:

Zie Pet Shop Boys discografie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Producenten en remixers

De Pet Shop Boys roepen regelmatig de hulp in van vooraanstaande namen in de muziekindustrie. Zo hebben zij zich onder andere laten bijstaan door producers als Bobby Orlando, Stephen Hague, Julian Mendelsohn, Trevor Horn en Harold Faltermeyer, die allen een belangrijke bijdragen geleverd hebben aan de sound van de jaren '80. Andere producenten met wie de Pet Shop Boys hebben samengewerkt zijn David Morales, Craig Armstrong en Faithless-brein Rollo Armstrong. Hun nieuwste album, dat in 2009 verschijnt, wordt geproduceerd door Xenomania.

Ook maken de Pet Shop Boys veelal gebruik van vooraanstaande mixers. Regelmatig roepen ze de hulp in van remixers die op dat moment nog nauwelijks bekend zijn, maar die later onder hun eigen naam regelmatig grote successen zullen boeken.

Voorbeelden hiervan zijn:

[bewerken] Biografie

[bewerken] 1980 - 1984

Het duo ontmoet elkaar bij toeval op 19 augustus 1981 in een elektronica-zaak in Londen, waar Neil een kabel voor zijn pasgekochte synthesizer zoekt. Het kost de verkoper ruim een kwartier om de betreffende kabel te vinden, en zo raken Neil en Chris, die op dat moment binnenkomt, aan de praat. Tijdens de ontmoetingen erna blijkt het muzikaal gezien te klikken en ontstaat het eerste nummer (Jealousy).

Als Neil in 1984 door zijn werkgever, het Britse muziektijdschrift Smash Hits, naar de Verenigde Staten wordt gestuurd voor een interview met The Police, neemt hij gelijk enkele demo's mee. Hij is vastbesloten om discoproducer Bobby Orlando te ontmoeten tijdens de trip. Zowel Neil als Chris kan de muziek van Orlando erg waarderen. De ontmoeting vindt plaats en het resultaat hiervan is dat er enkele nummers worden opgenomen, waaronder de eerste versie van West End girls. Het nummer wordt een club-hit in onder andere België, maar het zorgt niet voor een doorbraak.

Na een ruzie over rechten en royalty's volgt een breuk met Orlando. Orlando heeft echter ook nu nog steeds de rechten over de eerste opnamen van de Pet Shop Boys. Dit is te merken aan obscure releases die af en toe nog verschijnen van nummers als West End girls en One more chance, met name op het Duitse ZYX-label. Vaak in "nieuwe" versies, die niets met het origineel te maken hebben en ook geen enkele Pet Shop Boys-bemoeienis kennen.

[bewerken] 1985 - 1988

In 1985 ontmoeten Neil en Chris manager Tom Watkins, die hen in maart een platencontract bezorgt bij het Parlophone-label van EMI. Neil neemt in dat jaar ontslag bij Smash Hits, om zich volledig op hun carrière te kunnen storten.

In datzelfde jaar wordt de eerste EMI-single Opportunities (let's make lots of money) uitgebracht. Het haalt de Engelse single Top 100 echter niet. Aan het eind van datzelfde jaar volgt een nieuwe, door Stephen Hague geproduceerde, versie van West End girls, die in 1986 een nummer 1-hit wordt in vele landen, waaronder Engeland en de Verenigde Staten. Met Hague nemen ze ook het debuutalbum Please op, dat ook sterke singles als Suburbia, Love comes quickly en in 1986 een nieuwe versie van Opportunities (let's make lots of money) oplevert. Het geluid van de groep past perfect in de dan heersende trend van kille synthpop, waarmee ook groepen als Erasure en Depeche Mode successen behalen. Zes 12-inch mixen van het eerste album worden in 1986 uitgebracht op de mini-LP Disco.

In 1987 volgt het tweede album Actually. Het van dit album afkomstige nummer It's a Sin wordt wederom een wereldwijde hit, in Nederland bereikt het nummer 2 in de Top 40. Het album bevat een opvallende samenwerking met Dusty Springfield. De Britse zangeres is op dat moment volledig aan lager wal geraakt, maar de Pet Shop Boys willen per se haar stem voor het nummer What have I done to deserve this?. Dusty zegt toe en het nummer wordt als tweede single van Actually wederom een top 10-hit in vele landen. Na het ingetogen Rent volgt de Elvis Presley-cover Always on My Mind. Het nummer is niet van het album afkomstig, maar wordt speciaal opgenomen voor een special over Elvis Presley op de Britse TV. Door de goede reacties wordt besloten het nummer als single uit te brengen in december 1987, wat hen de Britse kerst-nummer-1 hit van 1987 oplevert. De laatste single van Actually is een nieuwe versie van het nummer Heart in 1988, wederom een nummer 1-hit in Engeland.

In dat jaar schrijven en produceren de Pet Shop Boys ook de hit I'm not scared voor Eighth Wonder, de band van actrice Patsy Kensit. Het nummer bereikt een top 5 notering in vele Europese landen.

Inmiddels zijn de opnamen gestart voor het derde studio-album. Na enige discussie over de vorm en titel (het album lijkt op een Disco 2, aangezien het album zes lange versies bevat waaronder enkele oudere nummers), wordt het album als Introspective uitgebracht in de tweede helft van 1988. Het album kent overduidelijke house- en latin-invloeden, en betekent daarmee een koerswijziging. Singles van het album zijn: Domino dancing, Left to my own devices en It's alright. De twee laatstgenoemde nummers zijn geproduceerd door Trevor Horn. Verder bevat het album een nieuwe versie van Always on my mind, een remix van I want a dog, dat eerder als b-kant van de single Rent verscheen, en de Pet Shop Boys-versie van I'm not scared.

[bewerken] 1989 - 1992

Vervolgens breekt een periode van samenwerkingen aan. In 1989 verschijnt het album Results van Liza Minnelli, dat is geproduceerd door de Pet Shop Boys. Van het album verschijnen vier singles: Losing my mind, Don't drop bombs, So sorry, I said en Love pains. Vooral het eerste nummer is internationaal succesvol. Tevens bevat het album covers van de Pet Shop Boys-nummers Rent en Tonight is forever.

In 1989 krijgt ook de samenwerking met Dusty Springfield een vervolg, met de single Nothing has been proved, die fungeert als titelsong voor de film Scandal. De carrière van Dusty Springfield heeft een impuls gekregen en zij neemt een nieuw album op: Reputation. Het verschijnt in 1990 en vijf van de tien nummers zijn geproduceerd door de Pet Shop Boys. Na Nothing has been proved wordt In private in 1990 ook een hit.

Ook leveren Neil en Chris enkele bijdragen aan het titelloze debuut-album van de formatie Electronic, gevormd door New Order-zanger Bernard Sumner en The Smiths-gitarist Johnny Marr, dat in 1990 verschijnt. Op de single Getting away with it uit 1989 is Neil als achtergrondzanger te horen.

In 1990 belanden de Pet Shop Boys ook weer in de studio voor het opnemen van een eigen album, met producer Harold Faltermeyer, bekend van de hit Axel F., de titelmuziek van de Beverly Hills cop filmreeks. De bedoeling is om terug te keren naar de "pure synthesizersound" van de jaren '80. Dit leidt tot een zeer ingetogen en enigszins depressief klinkend album, getiteld Behaviour. De muziek is minder gericht op de dansvloer en maakt duidelijk dat Neil en Chris tekstueel en qua arrangementen meer in hun mars hebben dan velen aanvankelijk dachten. So Hard en Being Boring zijn de eerste twee singles.

In 1991 verschijnt een opmerkelijke single: een combi-cover van twee verschillende nummers. De Pet Shop Boys coveren het U2-nummer Where the streets have no name en koppelen dit aan de discoklassieker Can't take my eyes off you. Het nummer verschijnt als dubbele A-kant op single, samen met de Behaviour-track How Can You Expect To Be Taken Seriously? waarin de Pet Shop Boys de artiestenwereld op de hak nemen. De single ontlokt U2-zanger Bono de uitspraak: "What have we done to deserve this". Het nummer Jealousy is de vierde en laatste single van het album.

In het najaar van 1991 verschijnt de verzamel-cd Discography - The complete singles collection, waarop de eerste zestien singles van de groep zijn verzameld, samen met twee nieuwe tracks: DJ culture en Was it worth it?, die eveneens beide op single verschijnen. Aansluitend gaat de groep op tournee. Neil Tennant verzorgt in 1992 de lead-vocals op de single Disappointed van Electronic, terwijl Chris Lowe een nummer opneemt met Arsenal-voetballer Ian Wright: Do The Right Thing.

[bewerken] 1993 - 1995

Na enige stilte komt het duo in 1993 met een nieuw album: Very. Naast het reguliere album verschijnt ook een speciale dubbel-cd Very Relentless. Op Relentless staan zes overwegend instrumentale dancetracks. Very wordt voorafgegaan door de single Can you forgive her?. Dat nummer valt niet alleen op door zijn afwijkende ritme, maar ook door de videoclip, waarin de Pet Shop Boys door een computerlandschap rondlopen met grote oranje-wit-gestreepte puntmutsen op. Als tweede single verschijnt Go West; een cover van de jaren '70-discogroep The Village People. Het nummer wordt een wereldhit en klinkt vandaag de dag nog steeds in vele voetbalstadions. Het nummer bereikt ook de top 3 in Nederland en zal daarmee voorlopig hun laatste grote hit zijn in Nederland.

Op het album Very zijn tevens de nodige verwijzingen te vinden naar het thema homoseksualiteit, iets waar met name Neil Tennant inmiddels niet meer geheimzinnig over doet. Van het album verschijnen nog drie andere singles: I wouldn't normally do this kind of thing, Liberation en Yesterday when I was mad. In 1994 verschijnt ook een single die niet op Very staat. Voor een goed doel nemen de Pet Shop Boys een single op met Jennifer Saunders en Joanna Lumley, actrices uit de comedyserie Absolutely Fabulous. De single draagt dezelfde titel als de serie en komt ook onder deze artiestennaam uit.

Niettemin is een remix van Absolutely Fabulous te vinden op het non-stop remix-album Disco 2, dat in september 1994 verschijnt. Hierop staan ook remixes van nummer als Can you forgive her?, Liberation en Yesterday when I was mad. Aansluitend gaan de Pet Shop Boys wederom op wereldtournee; vastgelegd op de video Discovery - Live in Rio.

In 1995 verschijnt de dubbel-cd Alternative met daarop alle b-kanten van de voorgaande 10 jaar. Als één van de weinige popgroepen schrijft de groep voor iedere single nieuwe, vaak bijzonder sterke, nummers, die niet op de reguliere albums verschijnen. Onder de fans hebben de b-kanten vaak een hogere status dan de a-kanten. De b-kant is voor hen vaak de voornaamste reden om een single te kopen, die zij immers al op het album hebben. Het nummer Paninaro, ooit de b-kant van Suburbia, wordt opnieuw op single uitgebracht in een nieuwe versie: Paninaro '95.

[bewerken] 1996 - 2001

In 1996 hebben de Pet Shop Boys samen met hun idool David Bowie een hit. Het gaat om een remix van het nummer Hallo Spaceboy, waarvan de oorspronkelijke versie op Bowie's album 1 Outside staat. Die versie telt slechts één couplet. Als suggestie zong Neil een tweede couplet in. Bowie was hierover echter zo tevreden dat de zanglijn van Neil overeind bleef, waardoor de 'remix' effectief een soort duet werd.

In september 1996 verschijnt het album Bilingual. Het laat duidelijke latin-invloeden horen. Hoewel de groep onverminderd populair blijft in met name het Verenigd Koninkrijk, Italië en Duitsland, bereikt de groep in de rest van Europa inmiddels nog slechts sporadisch de hitlijsten. De VS zijn al eind jaren '80 afgehaakt, mede doordat elektronische dansmuziek het moeilijk heeft in de daar dominante rockcultuur. Het openlijk homoseksuele karakter van Neil doet de populariteit van de groep in de VS eveneens geen goed. Verder worden de muzikale koerswijzigingen niet door iedereen geaccepteerd. De singles van Bilingual, onder andere Before, Se a vida é (that's the way life is) en A red letter day, zijn dan ook vooral bij de fans bekend en niet bij het grote publiek.

In 1997 verschijnt nog een cover van het musicalnummer Somewhere op single, gevolgd door een kleinschalige tournee in het Savoy Theatre in Londen. Hierna breekt een rustige periode aan. In 1998 leveren de Pet Shop Boys alleen een song, Screaming, voor de soundtrack van een remake van de filmklassieker Psycho.

In 1999 verschijnt het album Nightlife, waarop de Pet Shop Boys enigszins terugkeren naar de meer elektronische synth-pop. Singles zijn I don't know what you want but I can't give it anymore, New York City boy en You only tell me you love me when you're drunk. De groep werkt ook samen met Kylie Minogue, op het nummer In denial. Net als een aantal andere tracks op Nightlife is dat nummer geschreven voor de musical Closer to Heaven, die in 2001 in het Londense West End debuteert. De musical ontvangt sterk wisselende kritieken. De soundtrack, met diverse nieuwe Pet Shop Boys-composities, gezongen door de cast, verschijnt later op cd.

Eveneens in 2001 worden de eerste zes Pet Shop Boys-albums opnieuw uitgebracht. Please, Actually, Introspective, Behaviour, Very en Bilingual verschijnen in een geremasterde dubbel-cd-uitvoering. Bij alle albums is een extra cd toegevoegd met B-kantjes, niet eerder uitgebrachte nummers of versies van nummers, uit de bij het album behorende periode.

[bewerken] 2002 - 2005

In 2002 verschijnt het nieuwe studioalbum Release, met medewerking met ex-The Smiths-gitarist Johnny Marr. Er wordt weer geëxperimenteerd met muziekstijlen en instrumenten, wat vooral tot uiting komt in de aanwezigheid van gitaar in veel nummers. De singles Home and dry en I get along worden in heel Europa en Australië uitgebracht. Alleen Duitsland krijgt nog een derde single van het album: London.

In het voorjaar van 2003 verschijnt naar goede traditie weer een remix-album in de Disco-reeks: Disco 3. Later dat jaar verschijnt een nieuw verzamel-album: PopArt - The Hits. Op twee cd's staan 35 singles die allen de top 20 van de Engelse hitlijsten haalden. Daarbij horen ook twee nieuwe tracks: Miracles en Flamboyant, die beiden op single worden uitgebracht. Flamboyant, mede-geproduceerd door Tomcraft, is een eerste teken van de terugkeer naar de roots van de elektronische popmuziek. Alle clips verschijnen op de dvd PopArt - The Videos, die tevens enkele unieke clips van lange versies bevat.

In 2004 voeren de Pet Shop Boys samen met de Dresdner Sinfoniker een zelfgeschreven soundtrack op voor de filmklassieker Battleship Potemkin (1925), begeleid door de oorspronkelijke filmbeelden. Het concert, op 12 september op Trafalgar Square in Londen, is gratis toegankelijk en zorgt voor een volledig gevuld plein. Dezelfde soundtrack wordt later ook enkele malen in Duitsland opgevoerd, net als in de havens van Newcastle. In september 2005 wordt de soundtrack op cd uitgebracht. Het album verschijnt echter niet onder de naam Pet Shop Boys, maar als Tennant and Lowe.

De Pet Shop Boys zijn op 2 juli 2005 één van de vele artiesten die belangeloos meewerken aan Live 8; een serie gratis concerten in diverse wereldsteden, bedoeld om druk uit te oefenen op de G8, om handelsbelemmeringen op te heffen die in het nadeel werken van ontwikkelingslanden. De Pet Shop Boys zijn de hoofdact op het podium in Moskou.

[bewerken] 2006 - 2008

Madonna steekt haar bewondering voor de Pet Shop Boys niet onder stoelen of banken. Haar album Confessions on a Dance Floor uit 2005 bevat het nummer Jump, dat geïnspireerd is door West End girls. Dit alles leidt ertoe dat de Pet Shop Boys een remix maken van het nummer Sorry, dat begin 2006 als single verschijnt en een grote hit wordt.

Inmiddels zijn de Pet Shop Boys de studio ingedoken voor een nieuw album. Producer Trevor Horn wordt wederom ingeschakeld en het resultaat is een duidelijke terugkeer naar de Pet Shop Boys-roots van midden jaren '80. Het album Fundamental verschijnt op 22 mei 2006 en wordt door critici zeer positief ontvangen. Het album bereikt de top 5 in Engeland en Duitsland. Naast de reguliere versie van het album is er ook een dubbel-cd, met de bonus-disc Fundamentalism. Daarop staan enkele remixes, een duet met Elton John (In Private) en een ander nieuw nummer: Fugitive.

Het album wordt voorafgegaan door de single I'm with stupid, waarin de relatie tussen Tony Blair en George W. Bush op de hak wordt genomen. I'm with stupid is hun 21e top 10-notering in het Verenigd Koninkrijk. Later in het jaar verschijnen nog twee singles van het album: Minimal en Numb.

De groep geeft op 8 mei 2006 een bijzonder optreden in het Londense Mermaid Theatre, samen met het orkest van de BBC en muzikanten als Trevor Horn, Anne Dudley en Lol Creme. Tijdens dit concert, dat ook op BBC Radio 2 werd uitgezonden, treden onder anderen Robbie Williams en Rufus Wainwright als gastzangers op. In het najaar verschijnt het concert als dubbel-cd, onder de titel Concrete. Een BBC-documentaire over de carrière van de Pet Shop Boys wordt eveneens officieel uitgebracht (dvd A Life In Pop).

De Pet Shop Boys verlenen in 2006 hun medewerking aan het album Rudebox van Robbie Williams, dat op 25 september 2006 verschijnt. Het album bevat een cover van het nummer We're The Pet Shop Boys van My Robot Friend; een nummer dat de Pet Shop Boys eerder zelf ook opnamen. Een andere track, She's Madonna, is geproduceerd en mede-geschreven door de Pet Shop Boys. Dat nummer verschijnt in 2007 als een gezamenlijke Robbie Williams en Pet Shop Boys-single. Het nummer wordt alarmschijf bij Radio 538 en bereikt nummer 2 in de Nederlandse hitlijsten. Enkele weken later verschijnt een Pet Shop Boys-remix van Read My Mind van The Killers op de cd-single van dat nummer.

Vanaf juni 2006 worden er concerten en optredens op festivals gepland. Deze concertreeks groeit langzaam uit tot een wereldtour die tot oktober 2007 zal duren en ook Nederland aandoet. In mei 2007 verschijnt een dvd van de Fundamental tour: Cubism. Het betreft hier een opname van het concert in Mexico-stad op 14 november 2006.

In juli 2007 zetten de Pet Shop Boys hun handtekening onder een nieuw platencontract bij Parlophone. Het oorspronkelijke contract dateert uit maart 1985 en werd in 1990 opnieuw onderhandeld. Fundamental is het laatste album dat onder het oude contract verscheen. Nadere details, zoals de looptijd van het contract en het afgesproken aantal albums zijn niet bekend.

Op 8 oktober 2007 verscheen het remixalbum Disco 4. Dit album is een verzameling van remixes die de Pet Shop Boys voor andere artiesten maakten. Ook bevat het hun eigen remix van de eerdere single I'm with stupid en een nieuwe remix van Integral. Dat nummer verscheen op 4 oktober 2007 als eerste Pet Shop Boys single niet op cd, maar uitsluitend als download. Wel is er een videoclip voor gemaakt, die onder meer op de officiële Pet Shop Boys-website te zien was.

[bewerken] Heden en toekomst

Op 13 februari 2009 werden de eerste zes studio-albums opnieuw uitgebracht. Het betreft hier de geremasterde versies uit 2001, echter nu als enkele CD met het originele artwork.

Op 18 februari 2009 ontvingen de Pet Shop Boys een Brit Award voor hun bijzondere bijdrage ('outstanding contribution') aan de muziek. Tijdens het gala gaven zij een show waarbij in bijna 10 minuten hun grootste hits voorbij kwamen, in een medley geproduceerd door Stuart Price. Als gast-zangers traden Brandon Flowers (The Killers) en Lady GaGa op.

De Pet Shop Boys hebben hun nieuwste studioalbum afgerond. Het is opgenomen met hulp van het productieteam Xenomania. Het album genaamd Yes is verschenen op 23 maart 2009, voorafgegaan door de single Love etc.. De tweede single, Did you see me coming? zal worden uitgebracht op 1 juni 2009.

Tijdens de opnames van Yes hebben de Pet Shop Boys meegewerkt aan een nummer van de Britse meidengroep Girls Aloud, getiteld The Loving Kind. Het nummer is mede geschreven door Neil en Chris, en Neil is te horen op de achtergrond in het refrein. The Loving Kind werd op 16 januari 2009 uitgebracht in een versie die afwijkt van de albumversie. Het werd een Top 10 hit in de Engelse Top 40. De albumversie debuteerde al op 21 december 2008 in de Engelse Top 40 (nummer 38), op basis van downloads.

[bewerken] Trivia

  • In Nederland hebben 3FM-deejays Gerard Ekdom en Michiel Veenstra het zogeheten Pet Shop Boys Alarm in het leven geroepen. Elke keer wanneer zij tijdens hun uitzendingen op 3FM een plaat van de Pet Shop Boys draaien, laten ze een alarm af gaan. Het draaien van Pet Shop Boys platen was lang "not done" op verschillende landelijke radiostations, zo ook op 3FM. Gerard Ekdom had echter een zwak voor de muziek en draaide onder het motto van het "Geheime Pet Shop Boys genootschap" regelmatig een nummer. Hij vond een medestander in Michiel Veenstra, waarbij beide heren elkaar zelfs een SMS stuurden als ze een Pet Shop Boys plaat draaiden in hun programma. Dankzij Gerard en Michiel zijn de Pet Shop Boys weer regelmatig te horen op 3FM, en draaiden zij zelfs (illegaal) de single Love etc. op 6 februari 2009 terwijl deze pas op 9 februari 2009 officieel voor het eerst gedraaid had mogen worden op BBC Radio 2.

[bewerken] Hitlijsten

Zie Pet Shop Boys discografie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Albums

Albums met hitnoteringen in de Nederlandse Album Top 20/50/75/100
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Disco 17-11-1986 13-12-1986 7 16 Remix album
Actually 07-09-1987 19-09-1987 6 21
Introspective 10-10-1988 22-10-1988 11 20
Behaviour 22-10-1990 03-11-1990 34 6
Discography - The complete singles collection 04-11-1991 23-11-1991 26 14 Verzamelalbum
Very / Very Relentless 27-09-1993 16-10-1993 11 22
Disco 2 12-09-1994 01-10-1994 36 6 Remix album
Alternative 07-08-1995 26-08-1995 34 7 B-sides album
Bilingual 02-09-1996 14-09-1996 39 5
Nightlife 11-10-1999 23-10-1999 61 4
Release 01-04-2002 13-04-2002 71 2
Fundamental 22-05-2006 27-05-2006 42 5
Yes 23-03-2009 28-03-2009 34 7
Albums met hitnoteringen in de Vlaamse Ultratop 50/100
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Alternative 1995 02-09-1995 44 1 B-sides album
Bilingual 1996 28-09-1996 28 3
Nightlife 1999 23-10-1999 29 2
PopArt - The Hits 2003 06-12-2003 89 3 Verzamelalbum
Fundamental 2006 03-06-2006 33 6
Yes 2009 28-03-2009 69 4

[bewerken] Singles

Singles met hitnoteringen in de Nederlandse Top 40
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
West End girls 28-10-1985 04-01-1986 3 11
Suburbia 22-09-1986 22-11-1986 2 11
Opportunities (let's make lots of money) 1986 14-02-1987 23 5
It's a sin 15-06-1987 11-07-1987 3 9
What have I done to deserve this? 10-08-1987 29-08-1987 2 9 met Dusty Springfield / Alarmschijf
Rent 12-10-1987 14-11-1987 28 4
Always on my mind 30-11-1987 19-12-1987 3 9
Heart 21-03-1988 23-04-1988 11 6
Domino dancing 12-09-1988 24-09-1988 7 10 Alarmschijf
Left to my own devices 14-11-1988 10-12-1988 19 6
It's alright 26-06-1989 15-07-1989 tip9 -
So hard 24-09-1990 27-10-1990 15 6
Where the streets have no name - Can't take my eyes off you 11-03-1991 06-04-1991 13 6
Was it worth it? 09-12-1991 11-01-1992 tip7 -
Can you forgive her? 01-06-1993 03-07-1993 28 5
Go west 06-09-1993 02-10-1993 3 13
I wouldn't normally do this kind of thing 15-11-1993 11-12-1993 tip2 -
Absolutely fabulous 31-05-1994 09-07-1994 tip - met Jennifer Saunders & Joanna Lumley
Yesterday when I was mad 29-08-1994 15-10-1994 35 1
Paninaro '95 31-07-1995 12-08-1995 30 3 Alarmschijf
Hallo spaceboy 30-03-1996 30-03-1996 24 4 met David Bowie / Alarmschijf
Before 22-04-1996 04-05-1996 tip2 -
Se a vida é (That's the way life is) 12-08-1996 24-08-1996 tip11 -
Somewhere 23-06-1997 12-07-1997 tip20 -
I don't know what you want but I can't give it any more 19-07-1999 31-07-1999 tip20 -
New York City boy 27-09-1999 30-10-1999 34 4
She's Madonna 10-03-2007 24-02-2007 2 13 met Robbie Williams / Alarmschijf
Love etc. 16-03-2009
Singles met hitnoteringen in de Vlaamse Ultratop 50
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Paninaro '95 1995 19-08-1995 35 2
Se a vida é (That's the way life is) 1996 07-09-1996 50 1
New York City boy 1999 09-10-1999 20 8
Home and dry 2002 30-03-2002 tip4 -
Miracles 2003 29-11-2003 tip17 -
Flamboyant 2003 10-04-2004 tip13 -
I'm with stupid 2006 13-05-2006 tip4 -
She's Madonna 2007 03-03-2007 3 17 met Robbie Williams
Love etc. 2009 09-05-2009 tip18*

[bewerken] Externe links



 
Persoonlijke instellingen
Boek maken